Gergjev beheerst Mahlers extase

Het was pas de derde keer dat Rotterdam gisteren de monumentale Achtste symfonie van Mahler hoorde. In 1954 werd die gedirigeerd door Eduard Flipse, in 1993 door James Conlon en nu door Valery Gergjev, de Rotterdamse chef-dirigent die deze week zijn vertrek in 2008 aankondigde. De Achtste is bijna het sluitstuk van zijn Rotterdamse Mahlercyclus. Alleen de Vierde komt nog, in de Eerste symfonie ziet Gergjev niets.

De Rotterdamse uitvoering krijgt vandaag en morgen in het Amsterdamse Concertgebouw internationale dimensies. De tv-repetitie vanmiddag is opgewaardeerd tot een benefietconcert voor Azië. Tijdens de Matinee, morgen en dinsdag op Radio 4 te horen, worden tv-opnamen gemaakt die ook in Japan zullen worden uitgezonden en op dvd gezet. Dankzij de Japanse belangstelling gebeurt dat voor het eerst met de HDTV-techniek.

De Rotterdamse opvattingen over de Achtste symfonie tonen een duidelijke progressie naar relatieve kleinschaligheid. Flipse voerde de `Symphonie der Tausend' nog uit in de oude Ahoy' met twee orkesten (Rotterdam en Brabant) en achthonderd koorzangers. Conlon deed het in de Doelen met 461 musici en zangers. Gergjev heeft nu genoeg aan 350.

De Achtste blijft exceptioneel veeleisend repertoire met praktische problemen, en vooral door de hoge eisen waaraan de acht vocale solisten moeten voldoen. Ook Haitink (bij zijn afscheid in 1988) en Chailly (die het werk twee keer in Amsterdam uitvoerde) hadden er soms moeite mee.

Gisteravond bij Gergjev was de perfectie er nog niet, met wat ongelijkheden in orkest en koren. Sommige solisten, de alt Alice Coote en de tenor Hugh Smith, klonken soms wat hoekig en geforceerd. Maar de anderen, zoals sopraan Christine Brewer, de mezzo Birgit Remmert, de bariton Johan Reuter en de bas Albert Dohmen, waren uitstekend. Voor het overige is deze Achtste vooral memorabel omdat Gergjev het werk niet behandelt als verpletterend en luidruchtig mega-repertoire.

Terwijl Conlon het eerste deel in cholerisch en chaotisch hoog tempo nam, blijft Gergjev nu verre van massaliteit en overdaad. Hij zoekt het met rustige tempi in intensiteit, ootmoed, deemoedigheid en lyriek. Die groeien in de finales van de twee delen wel uit tot extase, maar niet tot extreme aantallen decibellen. De krachtige en bezwerende opening met het Veni, creator spiritus (Kom, Schepper, Heilige Geest) klonk juist veelal klein en doorzichtig, met meer diminuendo dan crescendo.

Deel 2, de slotscène uit Goethe's Faust, speelt zich af in de paradijselijke hemel. Hier klonk vooral verwondering tijdens het stamelend aanschouwen van bossen, rotsen en vriendelijke leeuwen, alles in ijl en stralend licht, omgeven door koren van engelen en zalige knapen. Roerend en warm klonk het moment van `binnenzweven' van Mater Gloriosa, door Hyunah Yu onvergetelijk gezongen met een piepkleine stem.

Bevrijdend was het opwekkend-vermanende `Blicket auf' van Doctor Marianus, de opmaat tot het finale Chorus Mysticus. Bij Valery Gergjev is het mystiek die niet overdondert maar des te meer vervoert.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Groot Omroepkoor, Berliner Rundfunkchor, Haags Matrozenkoor, Jongenskoor Rijnmond, Omroep Jongenskoor, Christine Brewer, Soile Isokoski, Hyunah Yu, Birgit Remmert, Alice Coote, Hugh Smith, Johan Reuter, Albert Dohmen. Programma: G. Mahler: Symfonie nr 8. Gehoord: 6/1 Doelen Rotterdam. Herh.: 8/1 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 6/1 14.15 uur; 11/1 20 uur. Ned.3: 28/2 23.55 uur.

    • Kasper Jansen