Gerechtelijke procedure tegen Ahold

De ondernemingskamer is onderdeel van het Amsterdamse gerechtshof en is in Nederland de gerechtelijke instantie die een enquêteprocedure kan uitvoeren. Bij Ahold gebeurt dat op verzoek van de Vereniging voor Effectenbezitters en een aantal andere beleggers waaronder een groot Amerikaans pensioenfonds. Drie onafhankelijke personen gaan nu onderzoeken of sprake is geweest van wanbeleid. Tegen een beschikking van de ondernemingskamer kan geen beroep worden aangetekend. Wel is cassatie mogelijk bij de Hoge Raad. Beschikkingen van de ondernemingskamer kunnen worden gebruikt in verdere juridische procedures.

In de kwestie-Ahold kunnen complicaties ontstaan rond het onderzoek van de ondernemingskamer, zegt Gerard van Solinge, hoogleraar ondernemingsrecht in Nijmegen. Zeker nu er gelijktijdig een strafrechtelijk onderzoek loopt naar gelijke aspecten van Aholds boekhoudschandaal, bestaat er volgens Van Solinge het gevaar dat getuigen in het onderzoek straks ,,hun geheugen kunnen verliezen'', net als bij parlementaire enquêtes. ,,In de wet is nauwelijks geregeld hoe hiermee moet worden omgegaan. En er bestaat weinig jurisprudentie over.'' Het onderzoek van de ondernemingskamer kan voordelen hebben voor klagende Amerikaanse aandeelhouders van Ahold, constateert Van Solinge: ,,Voor een appel en een ei krijgen zij een fantastisch onderzoek. Zij gebruiken de feiten alleen maar voor hun class action in Amerika. Dat is een fishing expedition. Vervolgens kunnen zij volgens het Amerikaanse recht rechtstreeks schade vorderen. Nederlandse beleggers kunnen dat niet volgens het Nederlandse recht.''