Dollar opnieuw in opmars tegenover euro

De opmars van de Amerikaanse dollar op de valutamarkten is vanmorgen tot staan gekomen in afwachting van de werkgelegenheidscijfers in de VS over de maand december, die vanmiddag zouden worden vrijgegeven.

De dollar noteerde vanmorgen rond de 1,32 euro. Dat is fors lager dan het koersniveau van 1,3661 dollar per euro waarmee de Amerikaanse munt vorig week het jaar 2004 afsloot. Ook tegenover de Japanse yen won de dollar de afgelopen week terrein.

Op de valutamarkt werd de opmars van de dollar vanmorgen aan een aantal factoren toegeschreven. De kans bestond volgens handelaren dat de werkgelegenheidscijfers over december hoger uitvallen dan de winst van 175.000 banen die gemiddeld is voorspeld. De cijfers zijn een eerste duidelijke aanwijzing voor de economische gang van zaken in de Verenigde Staten in december 2004, en zetten de toon voor de meningsvorming over de vooruitzichten van de Amerikaanse economie. De veronderstelling is dat die het ook in 2005 veel beter zal doen dan die van Europa en Japan.

Aanstaande zondag begint bovendien een bijeenkomst van de centrale bankiers van de grote industrielanden in het Zwitserse Basel. De valutamarkt is beducht voor uitlatingen die daar kunnen worden gedaan ten opzichte van de valutakoersen. Daarnaast is de verwachting dat de Amerikaanse centrale banken in februari de rente wederom zullen opschroeven met 0,25 procentpunt tot 2,5 procent. Daarmee is de Amerikaanse rente dan 0,5 procentpunt hoger dan die in de eurozone.

De dollar daalde afgelopen jaar fors, vooral tegenover de euro, wegens bezorgdheid op de valutamarkt over het Amerikaanse tekort op de betalingsbalans en de begrotingspolitiek van de regering-Bush. Handelaren achtten de kans vanmorgen groot dat die zorgen alsnog weer de kop opsteken, zodat de stijging van de dollarkoers van de afgelopen week weer ongedaan zal worden gemaakt.

Op de oliemarkt steeg de prijs van een vat Brent-olie vanmorgen naar ruim 43 dollar per vat. Directe aanleiding waren productiemoeilijkheden op diverse locaties in de wereld, en de oproep van Iran aan de leden van de organisatie van olieproducerende en -exporterende landen OPEC om een bodemprijs van 40 dollar per vat te verdedigen. Officieel verdedigt OPEC nog steeds een bandbreedte van tussen 22 en 28 dollar per vat.