De naakte waarheid is nu grondig gereinigd

Sommige dichters werken hun leven lang aan een oeuvre dat zich van bundel naar bundel herkennen laat. Maar er zijn er ook die als een kameleon door de letteren schichten en bij elke publicatie zichzelf en hun lezers verrassen. Hans Verhagen doet dat sinds 1963 nu al negen bundels lang. Van een koel en zakelijk dichter ontwikkelde hij zich tot een lyricus pur sang, om vervolgens ook deze positie ter discussie te stellen in de orakelende verzen van Echoput en Luchtkasteel (1995). Die bundel werd door veel recensenten als een wrange teleurstelling ervaren. In zijn aantekeningen bij zijn verzamelde gedichten (Eeuwige vlam, 2003) stelde Verhagen zelf echter dat Echoput en Luchtkasteel op zijn maker een heilzame, want vrijmakende werking had, `al was het alleen maar om me te onttrekken aan de man die ik dreigde te worden'.

Terugblikkend kun je stellen dat die `tussenbundel' ook voor Verhagens poëzie verkwikkend bleek. In Triomfantelijke wandelingen (2000) en Quasi-kamikaze (2002) ging het deksel op de orakelpot en werd het referentiekader weer zo herkenbaar dat de lezer zich niet meer buitengesloten voelde. En nu is er Moeder is een rover, met zesenveertig verontrustende, soms hilarische, soms angstaanjagend herkenbare verzen. Maar uiteraard is `herkenbaar' hier in literaire gedaante, dus een relatief begrip. Er is bij voorbeeld een ironische ondertoon, maar zo ironisch dat niet duidelijk is hoe vreselijk gemeen of juist welgemeend die is. Kenmerkend is het openingsgedicht van de reeks `Heldenlevens'.

Dat niemand weet waar of we ons bevinden

en waarom we hier gekomen zijn

wordt angstvallig stilgezwegen voor

de kinderen

Die verklappen niets van ons geheim

Er is een plek waar iemand zich ter aarde

moet werpen

voor één glas oorspronkelijk water

en een kop vol stof is alles wat hem wacht

Treurclowns murmureren `dat hij eerst

moet leren

door één deur te kunnen met

de zwaartekracht'

Maar stofkop lacht en neemt de glans aan van een Alpentop

Elke korrel aarde veert springlevend op

waar hij zal passeren

Heldendom als dit kán niet eens

worden vernederd

Er is een wolk die over heel de wereld regent.

`Treurclown' lijkt het perfecte woord voor de rol die Hans Verhagen in Moeder is een rover vervult. Er valt weinig te lachen, maar er is volop ruimte voor meewarigheid. De dichter blikt registrerend om zich heen, kijkt even registrerend in de spiegel en trekt conclusies als `Wie in niemand gelooft kan iedereen vertrouwen'.

Fluiten in het donker heet dat, en Verhagen fluit er met melodische precisie op los. `Juist in aangelegenheden van gevoel moet je keihard zijn,' dicht hij, maar in de slotregels van het gedicht `Afronding' blijkt het allemaal grootspraak vanuit een veilig gewaand cocon.

Donker. Men slaapt of is weer 'ns dood

Men zal vanzelf wel weer gaan leven;

straks wordt het vanzelfsprekend licht

`Dit is een moordend ritme,' zeg je

jij die als gegoten in een gloeilamp zit

`Heldenkelen' en `Heldenlevens' heten twee reeksen in deze bundel, maar tot echte heroïek komt het niet in de wereld die Verhagen beschrijft. Zijn man van de 21ste eeuw heeft een oogopslag vol woede en een kinnebak met kloten van de bok, maar bij nadere beschouwing doet de in `Portret' verbeelde `eerder denken aan een duif / dan aan een totaler wezen // Zou per vleugel door betoverende verten kunnen fascineren / maar prefereert gescharrel aan de grond / en, verkerend met de mens, op 2 poten potverteren'.

De vlucht vooruit blijkt bij Verhagens personages vrijwel altijd uitvlucht. Zijn trompettist heeft de trompet verhangen aan een kersenboom en zichzelf ter concentratie opgesloten in één toon. Meer hoef je immers niet te weten. De mens in Moeder is een rover droomt zich het eeuwige leven, maar is in feite opgezadeld met de psyche van een eendagsvlieg. Hoe diens dag van het leven verloopt meldt Hans Verhagen in `Toren van Vlagtwedde'. Mededogen en meewarigheid bestrijden elkaar in dit gedicht het woord.

Het is een verademing om Verhagen weer bezig te zien als de dichter die hij in de jaren zestig en zeventig was. Het lancet van zijn taal staat als vanouds op scherp. Tussen de regels raast woede, maar dat is onderdeel van het spel. Verhagen bijt of zet op z'n minst de tanden in het beeld, maar hij relativeert ook en knipoogt naar de `helden van een land dat nooit bekendstond om zijn mededogen'. Zwaarbetaalde stuntmannen zijn dat, en straatarme veteranen.

En dan is er de dichter zelf. `Ik zie mijzelf nog', dicht hij, `in de jaren dat ik ademhaalde / door een waterpijp, minzaam zwaaien / naar wie mij verried of in de steek liet'. Je bent niet bang, besluit hij de bundel:

Wat kun je meer doen dan je uiterste

gebrek aan best?

Er is een wolk die je het zicht op het

geheel ontneemt

maar je kunt jezelf niet uit die schaduw

wegdenken

Er is een zon die wreder wordt voor wie hij

harder schijnt

Hans Verhagen toont zich, schreef ik naar aanleiding van Echoput en Luchtkasteel, `als een clown die wil laten zien hoe écht zijn tranen zijn, maar vergeet zijn masker af te doen.' Die woorden zijn, drie bundels later, allerminst meer van toepassing. In Moeder is een rover is de dichter een meesterclown, die maskers ronddeelt maar zichzelf niet aan het voetlicht onttrekt.

`Wie schoonheid vrij wil maken/ moet eerst z'n naakte waarheid grondig reinigen/ van aangekleefd humaan,' stelt hij in `Sentiment', en dat is exact wat Hans Verhagen in het achterliggende decennium heeft bereikt.

Hans Verhagen: Moeder is een rover. Nijgh & Van Ditmar,

63 blz. €15,95

    • Arie van den Berg