Nobele gevoelens op tv

Dat alle grote Nederlandse omroepen, commercieel en publiek, de concurrentie opzijzetten en op dezelfde dag samenwerken om geld in te zamelen voor de slachtoffers van een vloedgolf in Azië, is uniek. In andere landen zamelen omroepen ook geld in, maar ze doen het apart. Bij de groeiende diversiteit aan Nederlandse media blijft er behoefte aan nationale evenementen. Het Open-het-Dorp-gevoel is nog even sterk als bij de eerste televisieactie voor een gehandicaptenstadje in 1962. Gisteren eerbiedigden mensen massaal drie minuten symbolische stilte voor de Azië-ramp, vanavond zullen drie netten een gezamenlijk commercieel, publiek programma uitzenden. Tv-sterren maken zich geliefd met oproepen tot naastenliefde. In de internationale wedloop voor de meeste donaties zit Nederland in de voorste gelederen.

Laat deze nobele gevoelens niet ten koste gaan van het kritische oordeelsvermogen. Voor de slachtoffers van de Aziatische zeebeving maakt het niet uit hoe goed Nederlanders zich voelen; wel hoe goed Nederlanders hen helpen. Zo voelt het niet goed dat sommige westerse toeristen nog steeds naar het getroffen gebied in Thailand met vakantie gaan. De Thaise premier vindt dat juist behulpzaam. Hij heeft deze toeristen bezocht om hun onbekommerde geluier op het strand te prijzen. Dat is te begrijpen. Hulpbehoevendheid is geen prettige status. Thailand is allang geen straatarm land meer en lokale ondernemers krijgen liever zelfverdiende inkomsten dan hulp waaraan allerlei voorwaarden en internationaal overleg is verbonden. De Thaise regering bedankte ook beleefd voor voorstellen tot kwijtschelding van internationale schulden, die ze ondanks de ramp nog ruim kan aflossen. Voor armere landen geldt dat minder.

Zouden Aziatische regeringen verlegen zitten om de Nederlandse uitkeringsgerechtigde vrijwilligers die door de gemeente Bergen worden aangeboden? Het ontbreekt vaak niet aan werkkrachten, wel aan deskundigheid, hulpgoederen en infrastructuur. Militairen en professionele hulpverleners met vrachtvliegtuigen, helikopters en noodhospitalen zijn dan vereist. Er gaat ook geld naar hulporganisaties die in het verleden kritiek kregen van de overheid. Veel geld gaat verloren door verkeerde organisatie of lokale conflicten. Hoe langer de hulp duurt, des te moeilijker het wordt. Het te bewandelen pad is minder duidelijk en de aandacht valt weg. De geldstromen naar Azië gaan ten koste van bijvoorbeeld de slachtoffers van oorlogen in Oost-Congo en Darfur (Soedan) en van de aardbeving in het Iraanse Bam.

Liefdadigheid bestaat niet uit goede bedoelingen, maar uit goede werken. Het is nuttig en overzichtelijk dat de besteding van het ingezamelde geld nationaal wordt gebundeld, zodat organisaties minder eigen dure campagnes hoeven te voeren. Internationaal zijn ministers in Jakarta bij elkaar gekomen voor hulpbesprekingen, waarbij de een zich nog edelmoediger voordoet dan de ander. Vaak zijn er strenge bestedingsvoorwaarden aan de hulp. De ministers dienen notitie te nemen van de waarschuwing van VN-secretaris-generaal Annan dat belofte ook werkelijk schuld maakt. Toezeggingen van geld voor eerdere rampen zijn vaak niet nagekomen. Als ministers niet aan hun verplichtingen kunnen worden gehouden, zijn hun toezeggingen zinloos. Voorkomen moet worden dat hulpverleners verdwijnen zodra de camera's en tv-acties worden gericht op een ander crisisgebied.