Krokodillentranen van Doekle Terpstra

In de krant van 29 december verwijt de voorzitter van het CNV de bestuurders van AH gebrek aan moraliteit, maatschappelijk onverantwoord ondernemen en een marktpolitiek die over lijken gaat. Deze verwijten zijn ongenuanceerd en onrechtvaardig. Waarom?

Albert Heijn kent vele arbeidsvoorwaarden die beter zijn dan de CAO-regelingen.

Veel van deze arbeidsvoorwaarden werden in onderhandelingen met de vakbeweging vastgesteld, want in een bedrijf dat zich ook in sociaal opzicht tracht te onderscheiden van de concurrentie, is door de vakbeweging nog wel eens iets te halen. Met het gevolg dat de loonkosten bij AH hoger werden dan bij de concurrenten. Dat was geen probleem zolang de klanten bereid waren daarvoor te betalen.

De meeste concurrenten van AH behoren tot de prijsvechters (Edah, Super de Boer, Dirk, Konmar e.a.). Zij konden, onder meer dankzij relatief slechte arbeidsvoorwaarden opgenomen in de branche-CAO in onderhandelingen met de vakbonden vastgesteld AH beconcurreren met lage prijzen. Dat werd door AH gezien als een toenemend gevaar. Om te bezuinigen op loonkosten of om de loonkostenafstand tot de concurrentie te verkleinen, had AH de medewerking nodig van de vakbonden. In de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden hebben wij dit thema geregeld naar voren gebracht. De vakbeweging had begrip voor AH's positie doch bewees ons in dezen slechts lippendienst.

Het zou te simpel zijn om de relatief hoge loonkosten als enige oorzaak te zien van het teruggelopen marktaandeel van AH en van het besluit om de prijzenslag te beginnen. Ook de steeds hogere eisen die Ahold aan het bedrijfsresultaat van AH stelde zullen van grote invloed zijn geweest. AH was echter te duur geworden mede door de te hoge loonkosten. De vakbeweging heeft daaraan willens en wetens bijgedragen.

De voorzitter van het CNV verafschuwt nu de gevolgen van het beleid dat mede door toedoen van het CNV is ontstaan. Enige bescheidenheid en terughoudendheid in zijn oordeel zouden hem daarom sieren.