Detailkaart is taboe in woestijnrally

Na het asfalt van Spanje en de stenige pistes van Marokko is de Dakar-rally in het zand van Mauretanië gisteren pas echt begonnen.

Met een motorfiets, auto of truck zo hard mogelijk door de Sahara jakkeren vergt doodsverachting. Achter elk polletje kamelengras kan immers een verraderlijke kuil schuilgaan, achter iedere duintop een peilloze diepte. Overdag wacht de coureurs verzengende hitte, 's nachts barre kou. En altijd loert het gevaar van uitdroging, verdwalen en bijbelse plagen als zandstormen, overstromende rivieren en zwermen sprinkhanen. Om maar niet te spreken van modern ongerief als mijnenvelden, met kalasjnikovs uitgeruste bandieten en terroristische aanslagen.

Een race door de Sahara kan zonder overdrijven gekkenwerk worden genoemd. Niettemin, of waarschijnlijk juist daarom, is deelname aan de Dakar-rally voor talloze mannen en een veel geringer aantal vrouwen een diep gekoesterde wens. De 27ste editie van de woestijnrally naar de hoofdstad van Senegal ging vrijdag in Barcelona van start met een recordaantal deelnemers: 230 motorrijders, 165 auto's en 70 trucks. De animo om deel te nemen was zo groot dat het Franse organiserende bureau ASO de inschrijfmogelijkheden moest beperken.

Waarom verlangen zoveel motorsportliefhebbers naar een hachelijk avontuur? Zowel oudgedienden als debutanten komen met gelijkluidende verklaringen. `Dakar' is een jongensdroom: drie weken géén toiletten, géén douches en elke dag narigheid en tegenspoed, veel rijke westerlingen noemen het een `ultieme uitdaging'. ,,Dit levert me voor de rest van mijn leven mooie verhalen op'', zei bijvoorbeeld misdaadjournalist Peter R. de Vries, die dit jaar in een auto voor het eerst aan de start verscheen.

,,Het hele jaar door zet ik andere mensen aan het werk, in de woestijn ben ik de hele dag alleen met mezelf bezig'', zei Jaap van der Kooy, voor de twaalfde keer deelnemer. De 53-jarige horecaondernemer geniet van het afzien: ,,Dit is geen rit voor mietjes, je moet heel diep kunnen gaan.''

Maar hoe zwaar de uithoudingsproef ook is, vergeleken met de primitieve beginjaren vergt de rally inmiddels aanzienlijk minder van de rijders. Het grote afzien dat de rally begin jaren tachtig kenmerkte is passé, klagen Dakar-veteranen met enige regelmaat. Toen was meedoen nog belangrijker dan winnen. Bij pech hielpen de coureurs elkaar en iedere avonturier die de eindstreep bij het Lac Rose in Dakar haalde was een winnaar.

Inmiddels is het Dakar-circus een geoliede machine die met militaire discipline van bivak naar bivak vliegt. Honderden medewerkers, cateraars en medici bekommeren zich om het lot van de 1.200 deelnemers en mecaniciens, die dankzij de moderne techniek nooit meer door de Britse luchtmacht hoeven te worden opgespoord. En sijpelden de heldenverhalen over de eerste tochten nog met grote vertraging door naar huis, nu kunnen de thuisblijvers in 170 landen dagelijks wegdromen bij de televisieverslagen uit de woestijn.

De fabrieksteams met de goedgetrainde profs gaven de rally een ander karakter. Van een survivaltocht veranderde de rally in een door commerciële belangen geregeerde race. Beter georganiseerd en veiliger dan in het verleden, maar ook minder heroïsch. Om iets van de oorspronkelijke glans te herwinnen en tegelijk het contrast tussen de profs en de amateurs te verkleinen, heeft wedstrijdleider Patrick Zaniroli dit jaar een aantal nieuwe regels ingevoerd en de rally korter, intenser en gevarieerder gemaakt.

Zo mogen de auto's van de fabrieksteams gedurende de hele race nog slechts één bandensoort gebruiken. En ook zijn de automatische systemen om de bandenspanning aan te passen aan de ondergrond verboden. Televisiekijkers kunnen zich deze week daarom verheugen op fabrieksrijders die staan te scheppen omdat zij hun auto hebben vastgereden in de zandduinen van Mauretanië. Voor amateurs, die wel speciale zandbanden mogen monteren, de kans om iets van hun achterstand op de koplopers goed te maken.

Ook het navigeren is de woestijn is dit jaar lastiger gemaakt. Al te gedetailleerde landkaarten zijn inmiddels verboden. Ook verstrekt de organisatie minder aanknopingspunten voor de satellietnavigatiesystemen. Wie de weg kwijtraakt kan, ten koste van een tijdstraf, met een speciale code extra aanwijzingen `kopen'.

Ondanks deze beperkingen moet er een wonder geschieden willen de fabrieksteams volgende week zondag na bijna 9.000 kilometer niet opnieuw met de hoofdprijzen gaan strijken. Bij de motoren is het team van KTM oppermachtig. Bij de auto's strijden de coureurs van Mitsubishi en Nissan om de eerste plaats. En bij de trucks is het Russische Kamaz al jaren onverslaanbaar.

Maar wie van de profs gaat winnen, is in de Dakar-rally vaak tot de laatste dag een vraag. Behalve snelheid en ervaring is er nog een derde factor die bepalend is voor winst en verlies: geluk. Het geluk dat je niks stuk rijdt en het geluk dat achter een onschuldig graspolletje geen diepe kuil schuilgaat.

Vraag het aan truckrijder Gerard de Rooy. Na zijn derde plek vorig jaar leek de 24-jarige transportondernemer in zijn vierde rally kanshebber voor de eindoverwinning. Zijn moeder had hem nog een medaillon van Christoffel meegegeven, de beschermheilige van de reiziger. Alles ging ook voorspoedig, tot hij dinsdag in de vijfde etappe in het zuiden van Marokko in een gemene kuil reed en zijn vrachtwagen kantelde.

Terwijl de DAF-rijder met zijn moeder belde dat hij zojuist een zware crash had overleefd, scheurde de concurrentie hem voorbij. Pas na veel gesleutel kwam De Rooy 's avonds met een achterstand van drieënhalf uur over de streep. Het klassement zette hij meteen uit zijn hoofd, zei hij. Onzin, zei zijn vader en teamgenoot Jan de Rooy. ,,We zijn pas twee dagen bezig, er kan dus nog van alles gebeuren. Gerard is nog niet kansloos'', doceerde de oud-winnaar.

RTL5 doet op tv dagelijks verslag van de woestijnrally.

    • Arjen Ribbens