Angst voor winnende shi'ieten

Jordanië en andere Arabische landen maken zich zorgen over de komende shi'itische verkiezingszege in Irak. Zij zijn bang voor Iraanse bemoeienis en vrezen destabilisering van de regio.

De komende verkiezingen in Irak hebben niet alleen in het land zelf duizenden geweldplegers in actie gebracht, ze dreigen ook de betrekkingen in de regio te ontwrichten. Sunnitische leiders in Iraks omgeving maken zich grote zorgen over de verkiezingszege van een religieuze shi'itische partij die er op 30 januari aan zit te komen. Zij zien voor hun geestesoog al een groot, door Iran gedomineerd shi'itisch machtsblok opdoemen, een religieus verbond met mogelijk zelfs ook Libanon en Syrië, eveneens landen met een sterke shi'itische component.

,,Een shi'itische halve maan'' heeft de koning van Jordanië, Abdallah II, dat gevreesde machtsblok genoemd. Wat zal dat voor invloed hebben op shi'ieten die, zoals die in de Golfstaten, door sunnitische regimes worden geregeerd? Of zelfs op religieuze sunnieten die door een seculier bewind als het Jordaanse worden bestuurd? Het voorspelt onrust en instabiliteit, aldus de verontrusten. Jordanië – dat zich tijdens de Golfcrisis van 1990-'91 onmogelijk maakte als bondgenoot van de sunniet Saddam Hussein en nu duizenden van diens aanhangers onderdak biedt – treedt de laatste weken als hun woordvoerder op.

Vandaag wordt in de Jordaanse hoofdstad Amman een conferentie gehouden van Iraks buren, een in een reeks die zijn bedoeld om stabiliteit in Irak te helpen brengen. Het belangrijkste buurland, Iran, dat de meeste problemen in Irak kan veroorzaken als het daarop uit zou zijn, is echter maar op laag niveau vertegenwoordigd. Het protesteert daarmee tegen de aanhoudende Jordaanse beschuldigingen dat het de Iraakse shi'ieten zit te manipuleren en de verkiezingen naar zijn hand probeert te zetten. Teheran ontkent dat ten stelligste.

Koning Abdallah verklaarde begin vorige maand in een vraaggesprek met The Washington Post dat Iran een miljoen van zijn burgers de grens over had gestuurd om in Irak te gaan stemmen. Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Hani al-Mulqi, zei deze week in Beiroet dat Jordanië absoluut niet tegen shi'ieten is, maar wel tegen Iraanse ,,exploitatie'' van de Iraakse shi'ieten ,,om zijn politiek in de regio uit te venten''. Iraks ,,Arabisme'' is in het geding, zei hij; Jordanië heeft het op zich genomen om ,,Iraks Arabisme te beschermen''.

Het staat zo goed als vast dat de Verenigde Iraakse Alliantie, een coalitie van de twee belangrijkste religieuze shi'itische partijen met enkele kleinere groepen, de verkiezingen gaat winnen – en niet omdat Iran een miljoen kiezers zou hebben gestuurd. De alliantie heeft de uitdrukkelijke zegen van Iraks invloedrijkste geestelijk leider, groot-ayatollah Ali Sistani, en zal daarom de steun krijgen van de overgrote meerderheid van de gelovige shi'ieten. Dezen vormen weer de overgrote meerderheid van de Iraakse shi'ieten die een meerderheid van naar schatting 60 procent van alle Irakezen uitmaken. Hoe meer sunnieten gehoor geven aan de boycotoproepen van hun leiders, hoe groter de zege van de Alliantie zal uitvallen. Seculiere lijsten, zoals die van de niet-religieuze shi'iet premier Allawi, hebben maar een kleine achterban.

De leider van de Alliantie, Abdelaziz al-Hakim, heeft vele jaren in ballingschap in Iran doorgebracht, en zijn eigen partij draagt de suggestieve naam van Hoogste Raad van de Islamitische Revolutie in Irak. Maar het Iraanse islamitische systeem is al niet populair in eigen land, behalve bij de deelnemende geestelijken, laat staan in Irak. Opiniepeilingen geven aan dat een grote meerderheid van de Irakezen wel veel meer vertrouwen heeft in haar geestelijken dan in politici, maar toch niet door mullahs wil worden bestuurd. Sistani is zelf ook geen voorstander van deelneming van de geestelijkheid in het landsbestuur.

Afgezien daarvan is het bepaald niet zo dat de Iraakse Arabische shi'ieten automatisch verwantschap voelen met hun Perzische geloofsgenoten in Iran. In de Iraaks-Iraanse oorlog (1980-1989) was daarvan een sprekend voorbeeld: er was er geen sprake van dat Iraakse shi'ieten weigerden mee te vechten tegen de Iraanse. ,,Zelfs toen we in Iran zaten [..] stelden we ons politiek onafhankelijk op en reisden we naar de Verenigde Staten, ook al bestond daartegen [Iraans] verzet'', aldus een medestander van Hakim, dr. Humam Hammudi, deze week tegen een bezoekende delegatie van het Amerikaanse Congres. ,,We hielden toen vast aan onze onafhankelijkheid, dus hoe kunnen we die nu opgeven nu we weer onder onze mensen leven en in ons land?''

Jordaanse leiders hadden gehoopt dat hun alarmkreten de Amerikaanse regering, toch geen vriend van Iran, in actie zouden brengen en tot uitstel van de verkiezingen bewegen. Maar voor Washington is de komende shi'itische meerderheid in het Iraakse bestuur misschien wel ver verwijderd van de verwachtingen van een seculiere democratie die het aan het begin van de oorlog koesterde, maar geen acuut probleem zoals de groeiende sunnitische rebellie. De VS zijn niet van plan ook een shi'itische opstand los te maken. Er is geen reden voor bezorgdheid, stelde minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell deze week in een reeks televisievraaggesprekken. ,,De Iraakse shi'ieten zullen op hun eigen twee voeten staan.''

    • Carolien Roelants