Tsunami biedt Amerika nieuwe kansen

Washington moet niet kibbelen met internationale organisaties, cijfers aanvechten en tegenstribbelen, maar de tragedie in Zuidoost-Azië aangrijpen om dit deel van de wereld dat steeds belangrijker wordt, te laten weten dat het begrijpt wat daar speelt, meent Fareed Zakaria.

Veel mensen leven hier van nog geen twee dollar per dag. Dáártegen voert Azië oorlog. In arme landen zijn natuurrampen geen wereldschokkend nieuws. Niet dat men daar niet sterk aan het leven hecht, maar de mensen zijn er gewend aan tragedies waartegen ze moeten opboksen met beperkte aandacht van de media, een overheid die krap zit, nauwelijks liefdadigheid ter plaatse, en vrijwel zonder verzekeringen.

Maar toen ik vorige week door India reisde, trof het me hoe anders het deze keer is. De belangstelling en de aandacht voor de tsunami, en de berichtgeving erover, waren werkelijk overweldigend. De omvang van deze catastrofe heeft zelfs hen geschokt die amper te schokken zijn.

Gelukkig heeft president Bush nu de juiste dingen gezegd en heeft hij beloofd dat de Verenigde Staten bij de hulpverlening de leiding zullen nemen. Wat ook de redenen voor zijn aanvankelijk stilzwijgen en de eerst zo schamele aangeboden hulp geweest mogen zijn, ze werden hier opgevat als typerend voor de algehele arrogantie van de regering-Bush. ,,Zij malen niet om wat de wereld zegt of om wat hier gebeurt'', zei een Indiase zakenman tegen mij. Een paar kranten hebben opgemerkt dat het aantal mensen dat hier vorige week in één dag om het leven is gekomen, het aantal slachtoffers van 11 september 2001 verre overtreft.

Nu zijn verschillende reacties mogelijk. Feitelijk hebben de VS wat hulp bij rampen betreft (anders dan op het gebied van ontwikkelingshulp) een heel behoorlijke staat van dienst. En een aardbeving of een vloedgolf is iets heel anders dan een terroristische aanslag en de voortdurende dreiging van een wereldwijd netwerk. Ik hoop dat de regering-Bush dit soort overwegingen zal laten voor wat ze zijn, en zal inzien dat hier voor haar grote kansen liggen.

De Verenigde Staten mogen dan geobsedeerd zijn door de oorlog tegen het terrorisme, Azië vecht dagelijks voor ontwikkeling. Op dat heel fundamentele niveau is het door de tsunami getroffen – de natuur heeft toegeslagen op plaatsen waar de mensen niet zomaar kunnen beginnen aan de wederopbouw en waar zij met nieuw elan aan de slag gaan. (De Amerikaanse staat Florida heeft in het afgelopen jaar voor betrekkelijk onbeduidende orkanen in totaal 13 miljard dollar federale steun ontvangen.)

In de plaatselijke media is dit dé invalshoek van de berichtgeving over de tragedie. Zal de roep om hulp en wederopbouw regeringen boven het hoofd groeien? Zal zich een crisis voordoen in de openbare gezondheidszorg? Kunnen de honderdduizenden daklozen weer een dak boven hun hoofd krijgen? Anders gezegd: welke gevolgen zal deze crisis hebben voor de inspanningen om mensen te bevrijden van armoede en ziekte, waarmee in deze regio de meeste regeringen eeuwig te kampen hebben?

Tijdens haar eerste termijn is de regering-Bush enigszins blind geweest voor deze realiteit. Ik weet nog dat ik in 2003 door Azië reisde net nadat Bush een economische topconferentie van landen uit Azië en het gebied rond de Grote Oceaan had bijgewoond. Ik stond ervan te kijken zoals hij zich na 11/9 vastbeet in het gevaar van het terrorisme voor de regio, en hoe hij zijn gehoor helemaal verkeerd begreep.

Neem de drie landen die het zwaarst getroffen zijn door de tsunami: Indonesië, Sri Lanka en India. Het is niet zo dat zij het probleem van het terrorisme niet begrijpen – ze hebben er al tientallen jaren mee te maken. Het is ook niet zo dat zij geen grote politieke problemen zouden hebben – die hebben ze wél. Het is trouwens frappant dat onder de zwaarst getroffen gebieden er drie zijn waar afscheidingsbewegingen actief waren: Atjeh in Indonesië, de oostelijke delen van Sri Lanka en – op veel kleinere schaal – Tamil Nadu in India.

Maar daar gaat het in deze landen niet om. Waar het om gaat, is dat grote delen van de bevolking hier nog altijd leven van nog geen twee dollar per dag, dat zuigelingensterfte en ondervoeding nog altijd op een mensonterende schaal heersen, en dat voor zeer velen het bestaan niet heel anders is dan tweehonderd jaar geleden. Daar gaat het om. Dát is de oorlog die zij voeren.

En het is een geweldige kans voor president Bush. Al vóór de tsunami probeerden de meeste regeringen in de regio iets aan die reusachtige problemen te doen, en hadden zij afgerekend met de oude dogma's – socialisme, protectionisme – die iedere verbetering onmogelijk maakten. In Azië pakt men problemen dezer dagen heel praktisch aan, en daardoor is het mogelijk om deze treurige toestanden onder ogen te zien en ze als oplosbaar te beschouwen.

Zij zouden deze tragedie ook kunnen aangrijpen om nader tot elkaar te komen. In vergelijking met Europa en Noord-Amerika – met hun letterbrij van transnationale instanties, van EU tot NAVO en OVSE – hebben de Aziatische landen maar weinig solide fora voor gezamenlijke actie. Voor een werelddeel vol met opkomende economische mogendheden met allerlei historische vijandschappen en grensconflicten is dat niet ideaal. Misschien zullen de gebeurtenissen van vorige week de aanzet geven tot meer regionale samenwerking. Laten de Verenigde Staten en alle andere landen van buiten de regio vooral stimuleren dat de hulp wordt verleend door middel van gecoördineerde acties van schenkers en ontvangers, niet in de laatste plaats omdat die hulp daardoor effectiever zal worden.

Uiteindelijk zal Washington heel veel geld spenderen – miljarden, zegt Colin Powell – en zich grote inspanningen getroosten. Dat geld moet het zeker uitgeven, die inspanningen zijn ook heel goed, maar laat Washington vooral begrijpen hoe het betrokkenheid moet tonen. Washington moet niet kibbelen met internationale organisaties, cijfers aanvechten en tegenstribbelen, maar het moet deze vreselijke tragedie aangrijpen om een deel van de wereld dat steeds belangrijker wordt, te laten weten dat het begrijpt wat daar speelt. Als de VS landen duidelijk kunnen maken dat zij zich volop inzetten voor de problemen waarmee die landen worstelen, zal de liefde straks misschien van twee kanten komen.

Fareed Zakaria is columnist van Newsweek.

© Newsweek