Ten minste 54.000 Somaliërs in nood

In het Oost-Afrikaanse land Somalië zijn naar schatting ruim 54.000 mensen door de tsunami getroffen. De meeste slachtoffers wonen in de semi-autonome regio Puntland. Dat blijkt uit een inventarisatie die de Verenigde Naties gisteren hebben gepresenteerd.

Volgens Yusuf Mohamed Ismail, woordvoerder van de president van de Somalische overgangsregering, zijn zeker 200 mensen door de vloedgolf gedood. Anderen verloren hun huizen en bezittingen, verspeelden hun boten of raakten hun watervoorziening kwijt. Vooral de vissersdorpjes in het noordoosten langs de 650 kilometer lange kustlijn zijn getroffen.

De vloedgolf trof Somalië op een hoogst ongelukkig moment. Het visseizoen was juist op zijn hoogtepunt. Duizenden deeltijdvissers waren vanuit het binnenland naar de kust getrokken. De kuststrook was daardoor veel dichter bevolkt dan in de rest van het jaar.

Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties heeft onmiddelijk 270 ton voedsel gedistribueerd onder de getroffen bevolking. De organisatie heeft meteen gewaarschuwd dat er veel meer voedsel nodig is. Hulpverleners zeggen dat ze de zwaarst getroffen gebieden maar moeilijk kunnen bereiken. Wegen zijn onbruikbaar geworden. De brug die het Hafun-schiereiland met het vasteland verbond, is weggespoeld. Amerikaanse en Duitse militairen die in het naburige Djibouti zijn gelegerd, helpen hulpverleningsorganisaties bij het transport van hulpgoederen naar de meest getroffen gebieden.

In de districten Jeriban en Eyl zijn zeker duizend huizen verwoest of zwaar beschadigd en zeker 1.200 boten vernield. Alle waterputten zijn onbruikbaar geworden en de waterreservoirs zijn door het water weggeslagen. In de stad Bender Bayla gingen 1.400 boten verloren. Ten minste 180 huizen zijn met de grond gelijkgemaakt.

Volgens hulpverleningsorganisaties hebben de getroffen bewoners vooral behoefte aan drinkwater, voedsel en sanitaire voorzieningen. De bevolking zal naar verwachting gedurende langere tijd afhankelijk blijven van hulp omdat ze van haar middelen van bestaan is beroofd. Volgens de VN liggen de visserij langs de Somalische kust nu volledig stil.

Vierentwintig landen hebben inmiddels steun toegezegd aan Somalië. Maar een presidentiële woordvoerder zei dat tot nu toe nog geen hulpgoederen zijn gearriveerd. De VN lanceerden gisteren een hulpoproep ten gunste van de Afrikaanse natie. Op korte termijn is dertien miljoen dollar nodig. Somaliërs die sinds de ineenstorting van de staat dertien jaar geleden naar het buitenland zijn gevlucht, organiseren in veel westerse landen inzamelingsacties.

Somalië heeft geen centraal overheidsapparaat meer sinds de laatste president in 1991 is verjaagd. Lokale krijgsheren maken in de verschillende regio's de dienst uit. In Kenia is vorig jaar een overgangsregering geïnstalleerd die op den duur haar gezag hoopt te vestigen in Somalië.