Een onsje minder

Vroeger heette het koppelverkoop, nu gaat onder het mom van de volksgezondheid een zorgverzekeraar zijn klanten geld betalen als zij de gezonde producten van een bepaald voedingsmiddelenconcern kopen. Dat deze multinational ook nog ijs van magnum-kaliber maakt dat bij langdurig gebruik zo schadelijk is als zijn cholesterol-verlagende margarine gezond, wordt gemakshalve vergeten. Het lijkt een nobel initiatief, maar bij nader inzien is er toch wel iets op aan te merken. Wat krijgen de klanten van de verzekeraar vergoed die dagelijks een krop sla, een pond tomaten, twee tenen knoflook – zonder streepjescode – en niet door de multinational geproduceerde olijfolie nuttigen? Die krijgen niets. Hoe gezond deze voeding ook is, ze verlaagt het cholesterolgehalte niet. En daar gaat het de zorgverzekeraar om. Van die ene (dure) margarine- en zuivellijn is bewezen dat bij dagelijks gebruik het cholesterolgehalte 10 procent zakt. Zo kan een gezondere levensstijl uiteindelijk de kosten voor de behandeling van hart- en vaatziekten drukken. Degenen die geen last hebben van een verhoogd cholesterolgehalte, hoeven zich niet gek te laten maken door deze opmerkelijke overeenkomst. Ze kunnen zich beter zo gezond en goedkoop mogelijk blijven voeden. Een probleem is er wel voor mensen die allergisch zijn voor de cholesterolverlagende producten van de multinational. Als ze om die reden moeten uitwijken naar de concurrent, krijgen ze dan ook vergoed?

Anders dan voorheen zoeken zorgverzekeraars naar wegen om enerzijds hun klanten zo gezond mogelijk te houden en anderzijds de kosten omlaag te brengen. Zakelijke deals zoals bovenstaande kunnen daar een belangrijke rol bij spelen. Sterker: zorgverzekeraars zullen steeds vaker met andere commerciële partijen in zee gaan op zoek naar klanten en afzetmarkten. Daar is niets op tegen, zolang maar duidelijk is wie welke belangen heeft. Patiënten- en consumentenbelangen gaan lang niet altijd gelijk op met de belangen van het bedrijfsleven. Dat is wel iets om rekening mee te houden.

Voorkomen is beter dan genezen. Alles begint met gezonde voeding. Uit recent onderzoek blijkt dat overgewicht en ongezond eten jaarlijks veertigduizend nieuwe gevallen van hart- en vaatziekten, kanker en diabetes veroorzaken. Terecht, zij het laat, komt minister Hoogervorst (Volksgezondheid) nu met een plan om vetzucht bij de jeugd tegen te gaan. Hij wil dat schoolkantines, winkels en de horeca minder calorierijke producten aanbieden. De vraag naar ongezonde dikmakers is mede zo groot omdat het aanbod groot is. Het is een vicieuze cirkel die moeilijk te doorbreken lijkt. Het helpt als de producenten beginnen de porties te verkleinen in plaats van almaar omvangrijker te maken. Het helpt ook als ze het aantal calorieën in hun producten verlagen. Hier wordt nog steeds te weinig werk van gemaakt. De gedragscode erover die Hoogervorst met het bedrijfsleven wil sluiten, klinkt mooi – maar waar is de stok achter de deur?

Er zijn weinig zaken zo individueel bepaald als hoe en wat men eet. Uit liberaal oogpunt kan dat maar beter zo blijven, maar een onsje minder mag – neen: moet.