De succesformule lijkt uitgewerkt

Sinds 1999 beleefde de filmsector in Nederland het ene na het andere succesjaar. Daar is in 2004 abrupt een eind aan gekomen. En deskundigen zien het nog niet beter worden.

Zijn de vette jaren in de Nederlandse bioscoop alweer voorbij? Sinds 1999 ging het aantal bezoekers telkens omhoog, en in het kielzog van die algemeen stijgende trend volgde ook de Nederlandse film, gestut door een vriendelijk fiscaal regime en omgeven door gejubel uit de branche.

In 2004 zijn beide ontwikkelingen tot staan gebracht. De recette, ruim 155 miljoen euro, blijft zo'n vijf procent achter bij 2003. Het aantal bezoekers daalde relatief zelfs meer; dat verschil komt door een prijsstijging van het bioscoopkaartje in 2004.

De bezoekcijfers worden volgende week pas bekendgemaakt door de brancheorganisatie NFC, maar insiders rekenen op een achteruitgang van tussen de 8 en 12 procent. Dat zou betekenen dat dit jaar om en nabij de 22 miljoen mensen in Nederland naar de bioscoop gingen.

Van hen gingen nog geen twee miljoen naar de Nederlandse films die dit jaar in de bioscoop kwamen. Zo zakte het marktaandeel van het Nederlands product, vorig jaar nog 13,6 procent en schijnbaar op weg naar de 15, weer tot ruim onder de 10 procent. Best bezochte Nederlandse film: Shouf shouf habibi – daar gingen 320.000 mensen heen. Ter vergelijking: de bestbezochte Nederlandse film van 2003 was Schippers van de Kameleon met bijna 745.000 bezoekers.

Voor internationale producties geldt hetzelfde. De topfilm van deze kerstperiode is Ocean's Twelve, die in twee weken 375.000 bezoekers trok. Deel drie van The Lord of the Rings trok vorig jaar in dezelfde periode 900.000 bezoekers. En na de jaarwisseling gingen nog ruim eens zoveel bezoekers naar het slot van de Tolkien-trilogie, zodat die zelfs in 2004 nog kon eindigen als de bestbezochte film, voor Harry Potter 3 en Shrek 2.

Volgens Max van Praag, directeur van distributeur UIP, schuilt het verschil niet zozeer in het ontbreken van grote films dit jaar, als wel in het feit dat de mensen er domweg in minder grote getale op af kwamen. Hij wijst op de economische recessie als belangrijkste oorzaak van het verval. ,,Er gaan heus wel mensen naar Ocean's Twelve, Troy of Bridget Jones, maar ze gaan niet meer naar de doorsnee-films die daar onder zitten.''

Ook Arnold Heslenfeld, hoofd speelfim bij het Nederlands Fonds voor de Film, de belangrijkste subsidiegever, ziet de recessie als belangrijkste vijand van de bioscoop. ,,Een heleboel mensen kunnen het niet meer betalen. Een gezin is in de bioscoop, met popcorn en cola, al gauw 50, 60 euro kwijt. Dus gaan ze in de vakantie niet meer een paar keer naar de film, maar één keer.'' In het kerstweekeinde van 2004 verdienden de bioscopen 5,3 miljoen euro, een jaar geleden was dat ruim 9 miljoen.

Heslenfeld ziet de situatie niet zo snel veranderen, en dat maakt hem bezorgd over de positie van de Nederlandse familiefilm. In Oranje, Floris en Erik of het klein insectenboek hebben niet aan de verwachtingen voldaan. En ook films die voor een groot volwassenenpubliek zijn gemaakt, zoals Feestje, Snowfever, Amazones zouden in voorgaande jaren makkelijk de grens van 100.000 bezoekers hebben gehaald. Nu komt zelfs Snowfever, toch van de makers van succesformules als Costa! en Volle maan, daar niet aan.

Het grote pluspunt van de afgelopen succesjaren van de Nederlandse film was het algemene vertrouwen binnen de sector. Aan de kassa zat het wel goed, door films als Kruimeltje, Minoes, Discovery of Heaven, De tweeling en de twee Pietje Bell-films. Dat vertrouwen krijgt door de resultaten van het afgelopen jaar een knauw. Dat maakt distributeurs, maar zeker ook bioscoopeigenaren, een stuk voorzichtiger.

Pim Hermeling, bij distributeur A-Film verantwoordelijk voor het uitbrengen in de bioscoop, wijst op het gedrag van de bioscoopeigenaren. ,,Die lijken dit jaar enigszins in paniek geraakt. Als een film in de eerste week niet direct aan de verwachtingen voldoet, ontruimen ze de zaal alweer voor een nieuwe film, want wie weet is dat wél de topper waar ze op wachten.'' De tweeling wordt altijd aangehaald als voorbeeld. De eerste weken trok die niet bijzonder veel bezoekers, maar langzaam kwam de toeloop op gang door goede mond-tot-mondreclame. Uiteindelijk gingen er bijna 625.000 mensen heen.

,,Voor zulke films is die mogelijkheid tot doorgroei onontbeerlijk'', zegt Heslenfeld. Terwijl tieners het eerste weekend per se The Matrix willen zien en alle publiciteit daar ook op is gericht, is De tweeling voor een bedachtzamer publiek, mensen die eerst van vrienden willen horen of de film goed is, en vervolgens tijd moeten vinden om erheen te gaan als het hun uitkomt.

Hermeling vreest dat distributeurs dat geduld niet meer durven op te brengen. ,,Onze Amazones werd al na twee weken al uit 20 van de 34 zalen gehaald. Het vervelende is dat er in Nederland een schaars aanbod van filmdoeken is. De exploitant heeft de films dus voor het uitkiezen. Maar zo wordt het Russische roulette.''

,,En wie brengt al die nieuwe films dan in de bioscoop?'', kaatst Ron Sterk, directeur van bioscoopketen Minerva, terug. Hij heeft nog geen bewijzen gezien voor een grotere omloopsnelheid in de Nederlandse bioscoop. En hij onderstreept dat de tegenvallende resultaten geen trendbreuk hoeven te betekenen: ,,Frankrijk en Duitsland hebben in eerdere jaren een dip gehad en daar was 2004 juist wel weer een succesvol jaar.''

Maar ook hem baren de tegenvallende resultaten van de Nederlandse film zorgen. ,,We hebben enkele jaren geprofiteerd van de produkten van Nijenhuis en De Levita, Costa! en Volle maan, maar nu lijkt de formule uitgewerkt, zegt Sterk. ,,En als ik zie wat er voor volgend jaar op stapel staat, word ik niet optimistischer.''