Wel of geen bezoek: je doet het nooit goed

Minister Remkes (VVD) viert vakantie in Thailand. De Tweede Kamer verwijt hem dat hij het rampgebied niet heeft bezocht. Maar de minister probeerde juist niet in de weg lopen.

Bij rampen doet een politicus het niet gauw goed.

Toont hij ter plaatse medeleven aan het ziekenhuisbed van slachtoffers, dan krijgt hij het verwijt uit te zijn op een electoraal succesje of de mensen en plekken die hij niet bezoekt, tekort te doen. Ook is er het risico dat getraumatiseerde patiënten die naasten hebben verloren, voor de camera zeggen dat ze niet op de compassie van een bewindsman – of vrouw zitten te wachten.

Maar als een minister zich afzijdig houdt, bijvoorbeeld om hulpverleners niet voor de voeten te lopen, is de kritiek dat het harteloze kabinet weer in geen velden of wegen te bekennen was.

Zo meende premier Balkenende er goed aan te doen om na de moord op Theo van Gogh op 2 november en de daarop volgende branden in onder meer moskeeën, de islamitische gemeenschappen ter plekke te woord te staan. Daarop volgde het verwijt van de ouders van Van Gogh dat Balkenende niet eerst in hun richting piëteit had getoond.

De kritiek op het kabinet die na de moord overheerste, was dat er zo veel tijd overheen ging voordat bewindslieden naar buiten traden. Met uitzondering van minister Verdonk (Integratie, VVD), die een toespraak hield tijdens de zogenoemde lawaaibijeenkomst op de Amsterdamse Dam op de avond na de moord. Volgens velen had daar overigens de premier moeten staan.

Sinds de moord op de filmmaker proberen ministers wat alerter te reageren op gebeurtenissen waarvan mag worden aangenomen dat de bevolking vindt dat `de politiek' moet reageren. Zo zegden de ministers Zalm (Financiën, VVD) en Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) kort na de ramp geld toe.

Van Ardenne greep het aflopende EU-voorzitterschap van Nederland aan om de rest van Europa op te roepen ook te doneren. En Balkenende zelf stond in de gure nieuwjaarsnacht op het vliegveld van Eindhoven 22 Nederlandse slachtoffers uit Thailand op te wachten. ,,Het snijdt door je ziel'', zei de premier over de verhalen van gewonden die zonder familieleden uit Thailand kwamen.

In het rampgebied zelf, zo meldde een woordvoerder van minister-president Balkenende, leek het het kabinet beter om geen Nederlandse bewindslieden rond te hebben lopen. Dat zou ten koste gaan van de mensen en middelen die hard nodig zijn voor de hulpverlening. Desondanks gaat minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) morgen naar het Thaise vakantie-eiland Phuket om daar het Rampen Identificatie Team (RIT), dat onder zijn ministerie valt, aan het werk te zien.

Het bezoek lijkt een reactie op de kritiek uit de Tweede Kamer op Remkes, omdat hij zijn vakantie in Thailand niet heeft onderbroken voor een bezoek aan het rampgebied. De minister verblijft aan de oostkust van Thailand op het eiland Koh Samui zo'n 250 kilometer hemelsbreed van de door de tsunami getroffen Thaise westkust.

Kamerleden van de oppositie spreken van een ,,grof schandaal'' dat Remkes op zijn vakantieadres is gebleven. CDA'er Ormel meent dat de minister ,,meer empathie'' moeten tonen. En Remkes' partijgenoot Van Baalen vindt dat ,,een minister of Kamerlid nooit met vakantie is''.

Remkes gaat nu alsnog als coördinerend minister voor rampenbestrijding, omdat, zo verklaart zijn ministerie, ,,in een eerder stadium alleen behoefte was aan hulpverleners''.

Al langer uit de Tweede Kamer, inclusief zijn partij de VVD, kritiek op Remkes. Bij herhaling verwijt VVD-fractievoorzitter Van Aartsen hem naïviteit en een gebrek aan doorzettingsvermogen.

Bij de behandeling van zijn begroting, afgelopen najaar, lieten meerdere fracties zich laatdunkend uit over zijn bestuurspotentie. Met name de ChristenUnie zette hem neer als de minister die zich op het departement regelmatig laat aftroeven door collega-ministers.

Nadat hij op 11 november bij het Kamerdebat over de moord op Van Gogh wederom kritiek kreeg van Van Aartsen, gaf Remkes in een interview voor De Telegraaf aan dat hij niet door het leven wenste te gaan als een ,,bungelend minister''. Daarop reageerde Van Aartsen door te zeggen: ,,Als je dát zegt, dan bungel je dus.''