Het was koud en het ijs echt

Sport uit de tijd dat water nog bevroor. Dat was nog eens sport. Buiten kon je door de kou beter niet zijn, binnen stond de kachel aan. We kenden het woord behaaglijk nog. We kropen dicht bij elkaar en keken naar de televisie waarop beelden te zien waren uit verre, koude oorden waar het sneeuwde en waar mannen de strijd aangingen met de elementen. Mutsen droegen ze tot over hun oren, ijspegels hingen aan hun neus. Ze schaatsten, op natuurlijk ijs, op bevroren water.

Eerst heetten die mannen Boris Stenin, Henk van der Grift, Jan Pesman, Viktor Kositsjkin en Knut Johannesen. Dat was voordat Ard Schenk en Kees Verkerk onze huiskamers binnen schaatsten, nog voordat sport van nationaal belang werd en sport commerciële waarde kreeg. Toen sport nog niet werd bepaald door valse sentimenten en de toeschouwer aan het beeldscherm nog niet werd murw gepraat door analisten en anderen die konden praten.

Ard en Keessie, zo herinnerden de ouderen onder ons aan de televisie zich gisteren weer, brachten de ommekeer. Sport werd langzaam méér dan sport, het werd amusement, een reden om te gaan dansen en zingen, om je te gaan bedrinken om elkaar verbaal (later fysiek) te lijf te gaan. Boeiende atleten, tegenpolen in zowat alle opzichten waren ze, Schenk en Verkerk. Zo uniek en oogstrelend was de stijl van de lange `blonde god' Schenk, zagen we gisteren in De avond van... (een van de thema-avonden van de NPS). Zo uniek en anders was de stijl van de kleine kasteleinszoon Verkerk. Zo introvert was Schenk, zo extravert was Verkerk. Zo gewaagd aan elkaar, zo'n prachtig paar, zo'n sterk duo als het ging om de rivalen uit Noorwegen te verslaan.

Hun fanatieke coach, Leen Pfrommer, was ook aanwezig tijdens de lange sessie. Nog altijd zag de oud-militair achter elke boom een Noor. En dan was er Jan Bols, meestal in de schaduw van Ard en Keessie rijdend. Hij had door een onbewuste, foutieve wissel een volksoproer ontketend. Bols werd gediskwalificeerd, omdat de Noorse favoriet Dag Fornaess protest zou hebben aangetekend. Dat was niet zo, want zo was Fornaess niet. Toch kwam het de Noor op een klap met een paraplu van een oude vrouw te staan, zo vertelde hij nu. De orde was verstoord, flessen en fruit werden op het ijs gegooid, schaatsen verhitte meer dan ooit de gemoederen.

Schaatsen was nog van de Noren. Het was einde jaren zestig, begin jaren zeventig. Ard en Keessie wakkerden het nationale gevoel aan door de Noren te verslaan. Het Oranje-gevoel zou dat later worden genoemd, later, toen het Nederlandse voetbal furore maakte dankzij Johan Cruijff en de zijnen. Ard en Keessie joegen elkaar op, Keessie meer Ard dan Ard Keessie. Mooie, oude beelden zagen we. Bislett en Ullevi heetten de stadions, waar de banen met sneeuwranden waren afgezet. Schenk becommentarieerde de beelden op opvallend realistische wijze, Verkerk met een kwinkslag, zoals hij altijd bekend heeft gestaan. Beiden zijn gezegend met het geheugen van een olifant. En anders was er nog Pfrommer om te herstellen en te duiden. Ze werden aangemoedigd door presentator Jeroen Pauw, geen sportcommentator maar nauwelijks minder dan de professionals en zeker niet behept met sportblindheid.

Ard en Keessie `gingen' commercieel, met nog een tiental schaatsers. Natuurlijk, want waar succes groeit lokt het kapitaal. Hun commerciële avontuur duurde niet lang, want het toegezegde geld werd niet uitbetaald. De carrière van Ard en Keessie liep mede daardoor langzaam ten einde. Voetbal nam als nationale sport de hegemonie over, met Nederlandse successen op internationale velden, totdat ook daar geld de charmes en de verbeeldingskracht ondermijnde.

Voetbal is nu van de commerciëlen, van de mannen die geld nodig hebben om gelukkig te zijn. Als de publieke omroep thematische programma's over sport als bijvoorbeeld gisteren De Avond van Ard en Keessie kan blijven uitzenden, kunnen mij de voetbalreportages en de drukte eromheen op de zenders van de Mol en zijn trawanten gestolen worden. Weg met dat voetbalgedoe, leve de tijden van vroeger, toen gras en ijs nog natuurlijk waren.