Zoeken van vermisten via overheid en web

Bij het registreren van `niet-traceerbaren' neemt de overheid het voortouw. Maar ook particulieren en hulporganisaties dragen bij.

Premier Balkenende maakte donderdagavond voor het eerst bekend dat er nog 500 Nederlanders waren waarvan onduidelijk is waar zij verbleven. Van deze `niet-traceerbaren' was wel bekend dat zij ergens in de regio Zuid- en Zuidoost-Azië verbleven. In de televisieuitzending van Netwerk, Nova en Twee Vandaag benadrukte Balkenende dat het niet ging om officiële vermisten, mensen waarvan bekend was dat zij in het rampgebied verbleven en waarvan na de tsunami niets meer is vernomen. Inmiddels is dit aantal niet-traceerbaren gedaald tot ,,ruim 200'', aldus een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken vanochtend. ,,Ongeveer dertig'' mensen zijn officieel vermist.

Deze aantallen komen tot stand met behulp van een Canadees computersysteem dat Buitenlandse Zaken nu voor het eerst op grote schaal gebruikt. Met deze database verzamelt het ministerie na een ramp informatie over alle Nederlandse reizigers in de regio. Die informatie komt uit verschillende hoeken: van reizigers zelf, hun familieleden, de ANWB Alarmcentrale en lokale ambassades. Om dubbeltellingen te voorkomen kan het personeel van de ambassades zelf ook in het systeem om dossiers aan te vullen en te verbeteren.

Dat het aantal niet-traceerbaren in drie dagen al zo gedaald is, komt volgens het ministerie doordat veel reizigers uit de regio zich inmiddels gemeld hebben bij een telefoonnummer dat Buitenlandse Zaken dinsdagmiddag openstelde. Ruim honderd mensen werken nu in wisseldiensten op de centrale. Vóór dinsdag kwamen telefoontjes van verontruste familieleden van reizigers nog terecht bij het algemene nummer van het ministerie, dat al snel overbezet raakte, en bij de ANWB Alarmcentrale in Den Haag. In samenspraak met het ministerie is de ANWB gestopt met communicatie over doden en vermisten, en heeft de reizigersorganisatie zich toegelegd op de zorg voor gewonde reizigers in de regio. ,,We proberen wel zoveel mogelijk mensen die bellen vanuit het rampgebied in contact te brengen met hun familieleden, als die ook naar het door de alarmcentrale geopende telefoonnummer bellen. Het zoeken naar vermisten is voornamelijk de taak van lokale overheden'', legt een woordvoerder uit.

De ANWB draagt nu nog zorg voor negen gewonden in Thailand en ontfermt zich ook over hun eventuele terugkeer naar Nederland. ,,Sommigen willen nog niet weg, die willen nog verder zoeken naar verdwenen naasten. Daar houdt de ANWB contact mee'', zegt de woordvoerder.

Het bellen naar de alarmcentrale neemt de laatste dagen zienderogen af. In de eerste dagen kwamen er vijf- tot zesduizend telefoontjes per dag binnen en was de centrale met tachtig mensen bemand. De zorg voor vakantiegangers in andere delen van de wereld was overgedragen aan de zes steunpunten in Europa. Vanaf morgen komt dat `reguliere werk' weer langzaam aan terug naar Den Haag. ,,We moeten ook rekening houden met de wintersport die weer gaat beginnen'', aldus de woordvoerder.

Het Nederlandse Rode Kruis is niet actief betrokken bij de opsporing van `niet-traceerbaren' en verwijst alle bezorgde bellers naar het ministerie van Buitenlandse Zaken. Wel maakt het Internationale Rode Kruis al sinds jaar en dag gebruik van zogenoemde tracing teams. Die teams zoeken naar niet-traceerbare inwoners van de getroffen gebieden op verzoek van familieleden uit het buitenland. Zo kunnen bijvoorbeeld in Nederland wonende Indonesiërs bij de website van het Internationale Rode Kruis terecht voor vragen over familieleden in Atjeh.

De NOS is sinds woensdagavond in navolging van de BBC een forum op internet begonnen waarop bezorgde Nederlanders terecht kunnen met vragen over niet-getraceerde naasten. Tot aan vanochtend zijn er duizend reacties geplaatst, vooral over Nederlandse reizigers in Thailand. ,,Onze website verschilt van de activiteiten vn het ministerie omdat mensen hier elkaar aan informatie helpen'', zegt Eugène Leenders, redactiechef internet van de NOS. Vanaf de dag dat de tsunami plaatsvond werd de NOS overstelpt door telefoontjes en e-mails. ,,In geval van rampen kijken veel mensen naar de NOS, blijkbaar zijn we voor velen een aanspreekpunt.'' Volgens Leenders moet de website gezien worden als een aanvulling op de informatie die het ministerie uitgeeft. ,,Dit is meer zelfhulp, we willen niemand voor de voeten lopen.''

Inmiddels komen er op internet ook allerlei andere initiatieven voor informatie over niet-traceerbaren op gang. Op de website van het televisieprogramma Vermist kunnen foto's worden geplaatst. Particulieren beginnen eigen websites om informatie uit te wisselen.

Een opvallend initiatief komt van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat heeft om het aantal Franse burgers in het getroffen gebied in kaart te brengen, de drie grootste mobiele-telefoonmaatschappijen gevraagd een sms'je te sturen naar 3500 Fransen. Daarin werden de abonnees gevraagd zich via een speciaal nummer te melden bij het ministerie. Het Nederlandse ministerie is niet overgegaan tot zo'n actie.

    • Hanneke Chin-A-Fo