Gebeurtenissen aan universiteiten in 1940 2

Op één punt behoeft de brief van ir. Montijn (NRC Handelsblad, 29 december) dringend correctie. Er staat ten onrechte dat ik ook deelnam aan de toespraak van onze medestudent Frans van Hasselt over het uit hun ambt zetten der joodse hoogleraren, hetgeen tot de Delftse staking leidde. Dat was Van Hasselt alleen, aan zijn woorden behoefde en kon ook niets toegevoegd worden.

De tweede lezersbrief, diezelfde dag, vraagt terecht eindelijk! ook aandacht voor de moedige rede van de Utrechtste hoogleraar Koningsberger, die zeker niet minder geladen was dan die van de voortreffelijke Cleveringa.

Ook wil ik nog wijzen op het evenzeer moedige college van de Leidse theoloog prof. Van Holk. Dit alles was niet de verdienste van de één of andere instelling van hoger onderwijs: de bestuurders van alle universiteiten en hogescholen faalden in dit opzicht.

Het waren acties van mensen, niet van instituties; van individuele hoogleraren en van studenten, die de waardigheid van de Nederlandse academische wereld toen hooghielden.

En stellig nog van onbekend gebleven, elders in den lande. Moge dat inzicht bij latere herdenkingen van deze historische gebeurtenissen in november 1940 prevaleren, zodat geen lezersbrieven meer nodig zijn.

    • E.P. Wellenstein