Een roestige spoordroom

Afghanistan is een spoorloos land. Toch staan bij het onlangs heropende Nationaal Museum in Kabul drie roestige locomotieven – restanten van het gedroomde spoornet van koning Amanullah.

Nog lang niet alle boeddha's zijn terug en aan de wanden hangen voornamelijk de foto's van kunstvoorwerpen die er ooit stonden of hingen, maar toch: het Nationaal Museum van Afghanistan in Kabul heeft onlangs zijn deuren heropend. Het loden dak is hersteld en de voorgevel opnieuw gevoegd.

Suppoost Fazel Karim is behulpzaam. Hij doet het licht aan in een donkere zijgang en noodt de bezoeker uit voor de lunch in een kamertje op de eerste verdieping, samen met zijn collega's. Daar valt het daglicht binnen door een raam dat uitkijkt op de tuin aan de achterzijde van het museum. Veel struiken of planten zijn er niet te zien op de zanderige, ommuurde vlakte. Maar iets anders trekt wel onmiddellijk de aandacht. Keurig op een rij staan de roestige skeletten van drie stoomlocomotieven. Treinen in een spoorloos land! Dat is nog eens wat anders dan de karkassen van tanks, pantservoertuigen en vliegtuigwrakken.

Precies weet Fazel Karim het ook niet, maar volgens hem reden de treintjes ooit tussen de oude stad en Darulaman, het nieuwe bestuurscentrum dat koning Amanullah Khan in 1923 liet ontwerpen aan de rand van Kabul. Erg lang is het lijntje niet in gebruikt geweest. In het tegenwoordige Kabul is geen spoor van het ongeveer zeven kilometer lange traject terug te vinden. Net zomin als veel is overgebleven van de grootse plannen die Amanullah had om van Darulam de regeringszetel van Afghanistan te maken. De paleizen en andere monumentale gebouwen raakten zwaar beschadigd tijdens de burgeroorlogen van de afgelopen decennia. Wie nu in Darulaman rondloopt, waant zich in een spookstad op heuvels, waar de geschiedenis is stilgezet.

Koning Amanullah, die regeerde van 1919 tot 1929, is een markante figuur in de Afghaanse geschiedenis. Een van zijn eerste beleidsdaden was, na de derde Anglo-Afghaanse oorlog, het uitroepen van de onafhankelijkheid. Hij wilde van Afghanistan een moderne staat maken en streefde daarom staatkundige en maatschappelijke vernieuwingen na. Daarin paste zijn grote belangstelling voor westerse technologie. Tijdens een lange rondreis in 1927/28 door Europa, waarvan destijds in de kranten kleurrijk verslag werd gedaan, kreeg hij vele lintjes opgespeld en bezocht hij onder andere automobiel- en treinfabrieken. De drie locomotieven die nu nog achter het museum aan de Darulaman Jade staan, heeft hij waarschijnlijk in die tijd besteld bij Henschel in het Duitse Kassel.

De aanschaf betekende een duidelijke breuk met de isolationistische doctrine die zijn grootvader Abdul Rehman, amir van Afghanistan van 1880 tot 1901, volgde. Die had verordonneerd dat er pas treinen in Afghanistan zouden rijden als de Afghanen ze zelf konden maken. Dat was nog niet eens zo'n gek standpunt in de hoogtijdagen van The Great Game, waarin de Britse en Russische imperialistische mogenheden streden om de hegenomie in de regio. Rehman begreep heel goed dat de Britten de spoorlijnen vooral wilden voor de aanvoer van hun troepen. Daarom, zei hij, ,,is het waanzin de aanleg van spoorwegen toe te staan zolang Afghanistan niet genoeg wapens heeft om de strijd aan te binden tegen welke aanvallende mogendheid dan ook''.

Maar het waren niet alleen de treinen, noch de Rolls-Royce waarin hij zich graag liet rondrijden of de dertien vliegmachines die hij van Rusland kreeg, die kleinzoon Amanullah bijna een halve eeuw later de das om deden. In conservatieve kringen, variërend van het leger tot tribale stamleiders, groeide brede weerstand tegen zijn hervormingsbeleid. De mullahs waren openlijk verontwaardigd over Amanullah's aanmoediging aan vrouwen om hun sluiers af te doen en onderwijs te volgen. Buitenlandse krantenfoto's van de koningin in westerse, en dus onzedelijke, kledij tijdens de rondreis in Europa werden door tegenstanders van Amanullah gretig verspreid in Kabul, om zo het al langer smeulende vuurtje op te stoken.

Koning Amanullah, zo oordeelt men nu, had het goede voor met Afghanistan, maar hij wilde een te grote stap zetten. Eind 1928 verloor hij zijn greep op het land en in januari 1929 deed hij afstand van de troon. Hij wist op tijd de grens met Brits-Indië te bereiken en reisde vandaar verder – uiteraard per trein. De rest van zijn leven sleet hij in ballingschap in Italië en Zwitserland.

Wie meer wil lezen over de geschiedenis van de (nooit gerealiseerde) spoorwegen in Afghanistan kan terecht op www.andrewgrantham.co.uk

    • Wim Brummelman