`We hebben niets gekregen'

In Banda Aceh in de zondag zwaar getroffen Indonesische provincie Atjeh schoot het deze week niet erg op met de hulp voor de talloze slachtoffers.

Op het belangrijkste militaire vliegveld in de Indonesische havenstad Banda Aceh stonden dozen instantnoedels, flessen water en medicijnen hoog opgestapeld in een hangar te wachten op aflevering in kampen met wanhopige slachtoffers van de vloedgolf van zondag. Twee Australische vliegtuigen landden met meer water, militaire rantsoenen en medicijnen. Maar de voorraden bleven waar ze waren.

Lijken van slachtoffers van de tsunami dreven in het water tussen wrakstukken. Duizenden ontheemden wachtten op voedsel en medische hulp.

Tien jonge mannen in burgerkleding sleepten dozen instantnoedels met kip de hangar in. Ze maakten weinig haast. Op een gegeven moment stopten ze en scheurden ze een doos open om op wat droge noedels te eten. Een Australische officier die aanbood een losploeg, een mobiel hospitaal en medische en evacuatiediensten te verschaffen werd gevraagd de volgende dag terug te komen om over zijn voorstel te praten.

Vijf kilometer verderop zeiden mensen die hun toevlucht hadden gezocht op het terrein van een televisiestation dat ze zich in de steek gelaten voelden. ,,Er is geen hulp geweest'', klaagde Yasin (42), die samen met zijn dochtertje op matten zat in de schaduw onder een boom. ,,We hebben helemaal geen hulp gehad, niets.''

Op een uiteinde van de mat stond een bijna lege zak rijst. Yasin dacht dat er nog voor twee dagen rijst was. ,,Ik weet niet wat ik daarna moet doen'', zei hij. ,,Ik heb verder helemaal niets meer.''

Tussen de groene tenten en andere behuizingen die haastig zijn opgericht aan de rand van Banda Aceh kwam woensdag de enige medische hulp voor de duizenden vluchtelingen van een stuk of tien studenten die pijnstillers en vitamines uitdeelden. Buitenlandse hulpverleners drukten hun bezorgdheid uit dat de voorraden die naar het gebied werden overgevlogen te langzaam van het vliegveld naar de kampen en andere toevluchtsoorden in de provincie Atjeh werden gedistribueerd. Sommige functionarissen omschreven de coördinatie tussen de Indonesische militairen en burgers en buitenlandse regeringen als extreem slecht.

Hoge Indonesische regeringsfunctionarissen erkenden dat er ernstige knelpunten waren. Daarbij wezen ze erop dat telefoonverbindingen en wegen in de hele provincie waren afgesneden, waardoor hulpinspanningen werden gehinderd. Zij voegden eraan toe dat het bestuur van de provincie in elkaar was gestort doordat zoveel ambtenaren dood waren of getraumatiseerd door het verlies van familieleden.

In het kamp waar Yasin zijn toevlucht had gezocht zat ook Abu Bakar (42). Hij maakte zich ook zorgen hoe lang hij het kon uithouden. Hij en zijn familie hadden bezit genomen van een van de ongeveer tien groene tenten die de autoriteiten er hadden neergezet. Veel andere ontheemden zaten onder blauwe zeilen die tussen bomen waren vastgemaakt. Abu Bakar zei dat het Indonesische Rode Kruis de vorige dag had bekendgemaakt dat vluchtelingen per dorp een vertegenwoordiger moesten afvaardigen om rijst te halen. Abu Bakar ging. ,,Ze gaven ons één zak voor meer dan 100 mensen'', klaagde hij. ,,Hoe kunnen we overleven met zo weinig hulp?''

© The Washington Post