`Tweede wiegendood soms moord'

Een tweede wiegendoodbaby in één gezin is in ongeveer 1 op de 7 gevallen het gevolg van kindermoord. Britse onderzoekers schrijven dat in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Lancet.

Dat is veel minder dan waar Britse rechtbanken van uit gingen en op grond waarvan in Groot-Brittannië ruim 250 ouders van een plotseling en onverwacht overleden baby zijn veroordeeld. Veel zaken zijn dit jaar herzien.

De gezaghebbende Britse kinderarts Sir Roy Meadow redeneerde in de jaren negentig dat de kans op een tweede wiegendoodkind in één gezin louter statistisch is, en onafhandelijk van genen of omgeving. En dus, schreef Meadow in het boek ABC of Child Abuse: ,,twee is verdacht en drie is moord tenzij het tegendeel wordt bewezen.''

Britse onderzoekers, samen met de Nederlandse kinderpatholoog en emeritushoogleraar dr. J. Huber, tonen vandaag in The Lancet definitief het wetenschappelijk ongelijk van Meadow aan. De kans dat een volgend kind aan wiegendood sterft is in werkelijkheid wel vier tot acht keer verhoogd. En de kans dat een tweede wiegendoodkind een moordslachtoffer is veel kleiner dan Meadow beweerde.

De onderzoekers analyseerden de sterfgevallen in het Britse Care of Next Infant (CONI) programma. CONI ondersteunt ouders van wiegendoodbaby's. Van de 1.144 volgende baby's in 5.229 door wiegendood getroffen gezinnen overleden er 48 opnieuw aan wiegendood. De onderzoekers bestudeerden de leefomstandigheden, de medische dossiers en autopsiegegevens. In vijf gevallen was er sprake van moord. Veel vaker was de zorg die de ouders gaven zo slecht dat die kan hebben bijgedragen aan de dood van de baby.