Surinamers zoeken de rust van Almere

Surinamers hebben succes in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. In Almere voelen ze zich Almeerder in hart en nieren. ,,We zijn Nederlandser dan de Nederlanders zelf.''

Hij ziet het steeds vaker. Gisteren nog stond Stanley Eind bij meubelzaak Leen Bakker toen hij achter zich in de rij een jong stelletje Surinaams hoorde praten. ,,Maar het meisje was gewoon Nederlands. Zij discussieerde in accentloos Surinaams wat ze zouden kopen.''

De anderen lachen hard. ,,We moeten nog oppassen wat we zeggen'', zegt Henk Haimé.

,,Ik hoor het ook op mijn school'', zegt lerares Cynthia Walden. ,,Alle leerlingen begroeten elkaar met fa waka hoe gaat het? Oók de Nederlanders en Marokkanen.''

Woensdagavond in het stille centrum van Almere. In een zaaltje boven het postkantoor heeft Stanley Eind, een middelbare man met rode fleecetrui, een vergadering belegd.

Acht Surinamers en één Antilliaan praten over samenwerking tussen twee stichtingen, over projecten om Antilliaanse jongeren van de straat te houden, over `subsidiepotjes'. De thermoskan met oploskoffie gaat rond.

Na afloop praten Eind en de overige aanwezigen na. De meesten wonen nog niet zo lang in Almere, zeggen ze. Meestal hebben ze jaren in de grote stad gewoond.

In 1988 kwamen Arthur en Ursula Millerson in Almere wonen. Zij behoorden tot de eerste Surinamers in Almere. ,,We kregen een mooi huis in Waterwijk. Toen waren wij nog de enige donkere mensen daar.''

De anderen knikken. ,,Er komen er nu steeds meer. Het is lekker rustig hier'', zegt Eind, lid van de gemeenteraad voor de Almere Partij. ,,In de Bijlmer is geen ruimte voor de kinderen om te spelen.''

Sharda Ramadhin: ,,En dat voor aantrekkelijke prijzen.''

Millerson: ,,Surinamers klitten niet zo bij elkaar. Ze wonen over de hele stad verspreid.''

In korte tijd is het aantal Surinamers in Almere explosief gestegen. Op 1 januari 2004 woonden er bijna 16.500, ongeveer 10 procent van de totale bevolking. Sinds 2003 komen er meer Surinamers dan Nederlanders nieuw in de stad wonen. Met name voor Surinamers uit de grote steden is Almere aantrekkelijk. Vorig jaar verhuisden bijna 1.300 Amsterdamse Surinamers naar de groeigemeente.

De in Suriname geboren Angela Blom (23), een trendy zwarte hoofddoek om, verhuisde drie jaar geleden van Amsterdam naar Almere. Ze is vijfdejaars student biomedische wetenschappen en reist elke dag op en neer. Ze heeft geen seconde spijt van haar verhuizing. ,,Ik ben niet zo'n uitgaanstype. Hier woon ik lekker rustig en kan ik veel groen zien. Als ik thuis ben, wil ik slapen.''

De razendsnelle groei van de Surinaamse gemeenschap in Almere, zegt de Tilburgse hoogleraar Sociale cohesievraagstukken Ruben Gowricharn, is tekenend voor de manier waarop deze bevolkingsgroep zich de laatste jaren heeft ontwikkeld. ,,Het verbaast me zelfs een beetje dat de verhuizing pas recent op gang is gekomen. De Surinamers, met name de Creolen, proberen al jaren zoveel mogelijk op te gaan in de Nederlandse samenleving. Ze willen in de randgemeenten wonen, weg uit de grote stad.''

Voor een deel komt dit voort uit een grote `compensatiebehoefte', zegt Gowricharn. ,,Veel Surinamers willen graag laten zien dat ze succesvol zijn. Dus uiten ze zich steeds meer als de Nederlandse middenklasse. Een mooie auto voor een groot huis, een dure vakantie, een net pak. In sommige dingen zijn Surinamers Nederlandser dan de Nederlanders zelf.''

Surinamers, stond in een gemeentelijk rapport over de sociale cohesie uit 2003 voelen zich ,,Almeerder in hart en nieren''. Circa 30 procent van alle Almeerders gaf aan `trots' te zijn in de stad te wonen, maar bij de Surinaamse gemeenschap lag dat percentage op ruim 60.

De eerste generatie Surinamers had het nog moeilijk in Nederland. Het aantal Surinamers groeide snel tussen 1975, de Surinaamse onafhankelijkheid, en 1980, toen de mogelijkheid eindigde om naar Nederland te emigreren als het niet om familiehereniging ging. Tot aan de jaren tachtig maakte de overheid zich zorgen over de zwakke schoolprestaties van Surinaamse kinderen.

Gowricharn: ,,In de jaren zestig en zeventig zag je in de grote steden veel Surinaamse junks, die beïnvloedden sterk het beeld dat Nederlanders van Surinamers hadden.'' Sindsdien hebben de Surinamers 325.000 van de eerste of tweede generatie, en daarmee na de Turken de grootste niet-westerse minderheid zich geruisloos geëmancipeerd. ,,De junks zijn oud geworden en de jongeren doen het beter op school.''

Maar ook de houding van de Nederlanders veranderde, zegt Gowricharn. ,,Toen ik in 1973 naar Nederland kwam, waren zij nog wat argwanend. Inmiddels is voor bijna iedereen vanzelfsprekend dat Surinamers bij Nederland horen.''

De Surinamers in Almere herinneren zich hoe slecht Nederland was voorbereid op hun komst. Dat, denken zij, verklaart dat Surinaamse kinderen in de jaren zeventig en tachtig slechtere resultaten boekten op school. ,,We werden automatisch een klas teruggezet toen we hier kwamen wonen'', zegt Sharda Ramadhin. Zij kwam in 1979 naar Nederland. ,,Ik had nog nooit een rekenmachine gezien, maar de leraren dachten dat ik minder slim was.''

Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) lieten deze week zien dat Surinamers op de arbeidsmarkt en in het onderwijs veel succesvoller zijn dan andere allochtone minderheden. Ongeveer 40 procent heeft een opleiding op minimaal mbo- of havo-niveau, tegen circa 20 procent bij de Turken en Marokkanen.

Daarbij hebben Surinamers veel vaker een baan dan andere allochtonen. Met een arbeidsdeelname van 63 procent zitten zij op hetzelfde percentage als de Nederlanders. Relatief vaak hebben zij een baan in de commerciële dienstverlening en de geneeskunde. Surinaamse vrouwen werken zelfs vaker dan autochtone vrouwen. Onder Marokkanen en Turken werkt ongeveer 45 procent, volgens de onderzoekers van het CBS door ,,een zeer traditioneel gezinsleven''. Vrouwen blijven meestal thuis om voor de kinderen te zorgen.

De verklaring voor het relatief grote succes van de Surinaamse gemeenschap is simpel, zeggen de Surinamers in Almere. Ze hebben zich de Nederlandse cultuur snel eigen gemaakt. ,,Je zag vroeger vaker Surinamers op straat rondhangen'', zegt Shaik Rameswar (34). Nu, zegt hij, merk je daar weinig meer van. ,,Ik vind: je moet je aanpassen aan de plek waar je woont. Anders ga je maar ergens anders wonen.''

Rameswar is een paar maanden geleden met zijn gezin naar Almere verhuisd. Zijn baan als automonteur gaf hij op en hij begon een Surinaams afhaalcentrum. ,,Wij, de jongere Surinamers, hebben weinig moeite om in Nederland onze weg te vinden. We spreken de taal. De oudere garde kan het moeilijker opbrengen: pinnen bijvoorbeeld, of een formulier invullen. Ik heb veel Nederlandse vrienden, ik denk als zij. Alleen het eten is anders.''

De manier waaróp Surinamers deelnemen aan de maatschappij, zegt hoogleraar Gowricharn, verschilt per etnische groep. ,,Chinezen en Hindoestanen zijn heel ondernemend, maar kijken hun eigen films en hebben hun eigen godsdienst.'' Creolen willen het meest opgaan in de Nederlandse samenleving, zegt Gowricharn. ,,Ze zijn actief in de kerk of de buurtvereniging en hebben vaak een Nederlandse partner.''

Toch, zegt Stanley Eind in de vergaderzaal boven het postkantoor, moet het ook weer niet té Nederlands worden. ,,Ik vind het heel jammer dat kinderen de geschiedenis van Suriname slecht kennen. Daar moet meer aandacht voor komen.''

,,Het komt door ons'', zegt Sharda Ramadhin. ,,Wij ouders praten de hele tijd Nederlands thuis.''

Ursula Millerson knikt. ,,Mijn zoontje spreekt geen woord Surinaams. Ik ga het hem binnenkort maar eens leren.''