Soedan voor historisch moment

Vandaag wordt naar het zich laat aanzien een historisch vredesakkoord tussen de Soedanese regering en rebellen in het zuiden getekend.

Als het inderdaad lukt de oorlog tussen Noord- en Zuid-Soedan op te lossen, komt er een einde aan een van de meest ingewikkelde en hardnekkigste problemen van Afrika. De dag van vandaag wordt volgens vredesbemiddelaars in Nairobi dat historische moment voor het continent.

De periode na ondertekening van een vredesakkoord is echter een mijnenveld. Want behalve de aangewakkerde haat tussen Noord- en Zuid-Soedan zijn er plaatselijke conflicten ontstaan tussen milities, tussen rivaliserende stammen en met allerlei boevenbendes. Bovendien kan de nieuwe oorlog in het West-Soedanese Darfur, die niet onder dit verdrag valt, roet in het eten gooien.

Tweeënhalf jaar onderhandelen in Kenia tussen noord en zuid hebben honderden bladzijden tellende protocollen opgeleverd, waarin tot in de kleinste details de verdeling van de macht en inkomsten worden geregeld. Nooit eerder in Afrika ging een vredesakkoord gepaard met een zo'n grote papierwinkel. ,,We zijn in het verleden zo vaak belazerd door de Soedanese regering dat we dit keer alles in details geregeld wilden zien'', zei een medewerker van de zuidelijke rebellenorganisatie, het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA).

De Soedanese burgeroorlog nam een aanvang in 1955 met een opstand in het leger door zuidelijke soldaten. De zwarte Zuid-Soedanezen was een referendum beloofd over hun status, maar deze belofte werd na de onafhankelijkheid in 1956 nooit ingelost. Tot 1972 vochten de Zuid-Soedanese rebellengroep de Anyanya voor onafhankelijkheid van het zuiden, tot deze beweging bij het vredesverdrag van Addis Abeba in 1972 akkoord ging met autonomie.

De regering in Khartoum begon vrijwel onmiddellijk de autonome status te ondermijnen en de zuiderlingen raakten onderling verdeeld op basis van hun stam. Begin 1983 begon de oorlog opnieuw nadat de toenmalige president Numeiry had besloten de olierijke gebieden in het zuiden bij het noorden te voegen. Vijf maanden later gooide de regering olie op het vuur door het islamitische recht, de shari'a, af te kondigen voor heel het land, dus ook voor het niet-islamitische zuiden.

De oorlog sinds 1983 kostte een geschatte twee miljoen levens en miljoenen raakten ontheemd. Zuid-Soedan behoort nu tot de meest achtergebleven gebieden van het continent, een gebied met de omvang van Frankrijk en Spanje samen zonder verharde wegen en een hele generatie jongeren zonder onderwijs. Zuid-Soedan werd voor vele Afrikanen symbool voor de strijd tegen de oprukkende islam en de Arabische invloed op het continent. De meest uiteenlopende politici, van de radicale socialist Mugabe tot de kleptocraat Mobutu, hielpen de zuidelijke opstandelingen.

Door Amerikaanse druk op de moslim-fundamentalische regering in Khartoum werd het al sinds 1993 slepende vredesproces voor Soedan in 2002 losgetrokken: de regering ging akkoord met een referendum over de status van Zuid-Soedan na een zes jaar lange interimperiode. Als concessie beloofde het SPLA de Zuid-Soedanezen aan te moedigen vóór eenheid te stemmen en de bevolking te ontmoedigen te kiezen voor de optie van onafhankelijkheid.

De afgelopen maanden werkten SPLA-leider John Garang met zijn tegenspeler vice-president Ali Osman Taha uit hoe de principe-akkoorden kunnen worden uitgevoerd. Opnieuw moesten over alle komma's en puntkomma's worden onderhandeld en tot gisteravond bestonden er grote meningsverschillen. Maar uiteindelijk besloten de partijen zich te houden aan de plechtige belofte die ze ruim een maand geleden deden aan de VN-Veiligheidsraad om nog dit jaar het historische akkoord te sluiten.

John Garang wordt in Khartoum vice-president, het SPLA mag tijdens de interimperiode zijn leger behouden en het zuiden besturen. Na drie jaar komen er in Noord- en Zuid-Soedan presidentsverkiezingen. Een van de heetste, gisteren nog niet opgeloste, hangijzers betreft de aan de regering geallieerde milities in het zuiden. Het SPLA eist dat deze zich òf bij de rebellen òf bij de regering aansluiten, de regering wil dat ze voorlopig zelfstandig blijven. Het SPLA ziet in deze milities een derde colonne van de overheid die straks het vredesakkoord gaat ondermijnen.