`Shell is nu een ander bedrijf dan in januari'

De Amerikaanse belegger Eric Knight was afgelopen jaar een van de grootste critici van het olieconcern Shell na de affaire met de oliereserves.

`Mijn grootvader zou trots zijn geweest. Hij was een Nederlander, actief in de scheepvaart en vervoerde ook olie. Hij zou trots zijn geweest als hij had gezien wat we als groep beleggers dit jaar hebben bereikt met Shell, net zoals ikzelf best trots ben.

We waren al met Shell bezig voordat ze op 9 januari met het bericht kwamen over de afwaardering van de olie- en gasreserves. We waren naar Shell aan het kijken omdat het op ons overkwam als een bedrijf waarvan de aandelen ondergewaardeerd waren terwijl het een fundamenteel gezond bedrijf was. Dat is wat wij doen. We nemen een bedrijf dat ondergewaardeerd is om een bepaalde reden en proberen dan de reden voor de onderwaardering weg te nemen.

Na het nieuws over de reserves zakten de aandelen van Koninklijke Olie [het Nederlandse beursfonds, red.] en Shell Transport [het Britse beursfonds], maar toen de koersen weer stegen bleven ze steken op het oude niveau van voor de reservewaarschuwing terwijl de olieprijs hoog stond. We hebben toen een analyse gemaakt en gekeken hoe we dat konden verbeteren. En voor 75 miljoen dollar aandelen gekocht.

We hebben die aandelen nog steeds. We zijn een langetermijnbelegger die kijkt naar de werkelijke, onderliggende waarde van een belegging. Dat zit bij Shell goed, zeker nu ze bezig zijn met de verandering van de bedrijfsstructuur.

We wilden zo'n verandering omdat we vonden dat zo'n concern een heldere organisatie nodig had, met een sterke leider en goede verantwoording. Dat was bij Shell niet het geval. Toen we in Shell zaten, zijn we grote institutionele beleggers gaan benaderen om te praten over de problemen bij het bedrijf. Er was al snel een consensus tussen deze beleggers dat de structuur van Shell moest veranderen, ook al bleef het management zeggen dat dit niet nodig was.

Voor een gesprek met Jeroen van der Veer [de bestuursvoorzitter, red.] en Aad Jacobs [de president-commissaris] vroegen we of we andere beleggers mee mochten nemen. Dat mocht en we zaten toen aan tafel met een groep die een kleine 10 procent van de aandelen in Shell in handen had. We hebben gezegd wat we vonden dat er anders moest, maar niet gezegd hoe ze dat moesten gaan doen. Dat was en is aan het bedrijf zelf.

Shell is lang afwerend geweest. Zo wilde het niet vertellen welke mensen er in de stuurgroep zaten die moest onderzoeken óf en hoe Shell zijn managementstructuur moest aanpassen. We hebben hun toen publiekelijk opgeroepen dit wel te doen en dat gebeurde vervolgens ook. Dat was voor mij een belangrijk moment, een moment waarop er een kentering kwam in hoe het bedrijf omging met de buitenwereld.

Het afgelopen jaar hebben we een aantal keren met Shell gesproken en ik heb ook met Van der Veer alleen gesprekken gehad. We gaan vriendelijk met elkaar om, hij noemt mij bij de voornaam. De gesprekken waren open en transparant.

Shell is nu een ander bedrijf dan in januari, ook al moeten veel veranderingen nog worden doorgevoerd. Maar het heeft nu al een sterke bestuursvoorzitter en een sterke financieel directeur.

Het is een succes en we zijn blij met de acties van Shell. Probleem nu is dat Shell doorschiet naar de andere kant. Waar het te vrij was met het boeken van reserves, is het nu erg conservatief in vergelijking met anderen. Ook zouden wij graag zien dat ze externe controle op de reserves die momenteel wordt uitgevoerd openbaar maken. Daar zouden ze veel krediet voor krijgen en ze zouden weer vooraan lopen wat betreft corporate governance. Dat zou Shell moeten aanspreken, want voordat de reservekwestie begon, wilde het altijd vooroplopen. Het zou een goed signaal zijn aan de financiële markten. Bovendien gaan beleggers zich dan afvragen waarom BP en Exxon het nalaten.

Dit jaar was Shell hét project, maar we zullen ons ook in 2005 op het bedrijf blijven richten. Het nieuwe grote project is echter alweer in de maak. We zijn bezig met het Franse Suez, daar zit ook een aantal dingen niet goed waardoor het aandeel veel minder waard is dan eigenlijk zou moeten.

We merken bij Suez hetzelfde als indertijd bij Shell. Je bent bezig te proberen iets te veranderen bij een nationaal bastion, wat niet door iedereen wordt gewaardeerd. Maar tegenwoordig opereren niet alleen de bedrijven buiten de grenzen. Ook de belegger is op een internationaal niveau bezig.'