Met de soap tegen extremisme

In de Arabische wereld worden moslimextremisten in de allereerste plaats met grof geweld aangepakt. Maar ook soapseries zijn als wapen tegen de extremisten ingezet, allereerst door Egypte.

Hoe bestrijdt men moslimextremisten? In de Arabische wereld, die een belangrijk strijdveld is, gebeurt dat met een hoop tegengeweld van de zijde van leger en politie. En met lange gevangenisstraffen en terechtstellingen. Zie Egypte, waar duizenden – vermeende – extremisten vastzitten en tientallen zijn geëxecuteerd, Marokko, Saoedi-Arabië en waar ook maar een extremistenprobleem is.

Maar sommige Arabische regeringen hebben nog een ander wapen ingezet. De soap. De extremist wordt aangevallen en onmogelijk gemaakt om de massa van gelovigen voor dergelijk dolen te behoeden.

Egypte, belangrijkste basis van de Arabische soapindustrie en al vanaf de begin jaren tachtig doelwit van van moslimterroristen die een islamitisch regime wilden vestigen, zette in 1994 als eerste een televisieserie tegen het extremisme in. Maar inmiddels heeft ook Saoedi-Arabië zijn voorbeeld gevolgd.

Lila Abu-Lughod, een Amerikaanse antropologe van Palestijnse afkomst, begon in 1989 onderzoek naar Egyptisch televisiedrama, dat zojuist is uitgemond in haar boek `Dramas of Nationhood, the politics of television in Egypt'. ,,Toen ik mijn onderzoek begon was er tot mijn verbijstering in de dramaseries geen enkele verwijzing naar de groeiende religiositeit of moslimfundamentalisme te zien'', zegt ze in een vraaggesprek in Utrecht waar ze de jaarrede van het International Institute for the Study of Islam in the Modern World (ISIM) hield. ,,Je zag in televisiedrama's nooit een gesluierde vrouw, geen vrome jonge mensen, alleen bejaarden die in gebed gingen als ze in de problemen zaten.''

Om niet-gewelddadige fundamentalisten rustig te houden hadden de autoriteiten aan de andere kant een wildgroei aan programma's over religieuze zaken op de televisie toegelaten. Radicale geestelijken waren op het scherm opgerukt, en uitzendingen met religieuze liederen en koranexegese waren hand over hand toegenomen. Televisiescripts werden voor goedkeuring aan de islamitische censors van de Al-Azharuniversiteit gestuurd, de belangrijkste autoriteit van de sunnitische islam.

Maar in 1993, toen het islamitisch geweld in Egypte om zich heen sloeg, kondigde minister van Informatie Safwat al-Sharif van de ene dag op de andere een campagne in de media aan om het extremisme te bestrijden. Een paar maanden later kwam Al-A'ila (De Familie) op de televisie, een 15-delige soapserie die helemaal ging over misleide, gewelddadige, onwetende extremisten en die al drie jaar op de plank lag. Tegelijk kwam Al-Irhabi (De Terrorist) uit, een met aanzienlijke medewerking van de overheid gemaakte bioscoopfilm waarin de hoofdpersoon in naam van de islam moordaanslagen pleegt maar zich tevens stiekem verlustigt in de aanblik van wulpse vrouwen en valt voor een ongehoofddoekte schone. Een en ander ging vergezeld van een hele serie televisieinterviews met gevangen, berouwvolle extremisten die zeiden dat ze een fout hadden gemaakt en dat hun activiteit helemaal verkeerd was.

Interessant was de bereidheid tot medewerking van de televisiemakers en tekstschrijvers, zegt Abu-Lughod, immers ,,veel regimekritische linkse intellectuelen met een zekere nostalgie naar de tijd van Nasser, de jaren '50-'60 toen de hele maatschappij meer gelijk was, en er niet van die superrijken in dikke Mercedessen rondreden''. Maar hun belangen vielen in dit opzicht met die van de staat samen. ,,Ze waren natuurlijk seculier, ze geloofden in scheiding van religie en staat. Ze respecteerden de islam, ze vastten tijdens de Ramadan, maar ze vonden dat geloof een persoonlijke zaak is en zeker niet die van de staat.'' Ze hadden dan ook jarenlang geprotesteerd tegen ,,de capitulatie van de televisie voor pressie vanuit de maatschappij om meer religieus te worden''.

De film De Terrorist sloeg alle records; er werd slag geleverd om de kaartjes. De Egyptenaren zaten aan het scherm gekluisterd als De Familie werd uitgezonden. De commentaren in de officiële pers waren natuurlijk positief. ,,De serie De Familie schokte alle gezinnen van Egypte en hielp de ouders zich bewust te worden van het opkomende gevaar door hen te waarschuwen en hun in staat te stellen hun kinderen tegen deze groepen [extremisten] te beschermen'', zo citeert Abu-Lughod de krant Al-Akhbar al-Yawm in haar boek.

Maar was het Egyptische mediaoffensief effectief? Abu-Lughod constateert in de eerste plaats dat de maatschappij erdoor werd gepolariseerd, en in die zin werkte het volgens haar averechts. ,,De mensen waren sinds de jaren zeventig religieuzer geworden, strenger in de leer, ze prefereerden een deugdzamer maatschappij. Dus als je de moslimextremisten belachelijk maakt, speel je met vuur omdat de mensen dan wel niets ophebben met geweld maar aan de andere kant in het algemeen positief staan tegenover een islamitische maatschappij, veel positiever dan tegenover die corrupte elite in haar Mercedessen. Mensen haddden er veel kritiek op: omdat de islam belachelijk werd gemaakt en geen onderscheid werd gemaakt tussen extremisme en religiositeit. Dus de verdeeldheid in de maatschappij nam toe.''

Maar tegelijkertijd werd meer dan ooit tevoren duidelijk gemaakt dat de natie de belangrijkste zaak was waarover de Egyptenaren zich zorgen dienden te maken. Dat het nationaal belang moest bepalen hoeveel religie toelaatbaar was. ,,Wat is de goede islam? Wat is de slechte islam? Ik denk niet dat de de overheid dat zo scherp voor ogen had, maar ze dwong de mensen ertoe na te denken: is fundamentalisme goed voor deze natie of slecht? Scheuren die mensen ons uit elkaar of helpen ze ons aan een goed land?''

In Egypte zakte het moslimextremisme als zodanig in de daaropvolgende jaren met het verminderen van het geweld weg als belangrijkste thema in televisieseries. Maar opvallend was dat Saoedi-Arabië, waar de autoriteiten zich vorig jaar na een zware aanslag in Riad pas het gevaar van het islamitisch terrorisme realiseerden, de afgelopen vastenmaand Ramadan – traditioneel hoogtepunt voor televisiedrama – Egyptes voorbeeld volgde. De populaire serie Tash ma Tash waarin lokaal heel gevoelige zaken met een lach aan de kaak werden gesteld, zond toen een aflevering uit waarin moslimextremisten het moesten ontgelden. Volgens de krant Arab News werd die episode door de kijkers het meest van allemaal gewaardeerd.