...maar persoonlijk merken we er weinig van

Ik heet Joost, woon in Amsterdam Oud-Zuid. Ik ben jurist en heb een baan als leidinggevende bij de gemeente (20 medewerkers). Ik heb goede sociale vaardigheden, ben stressbestendig, relativerend, respectvol. Zo biedt `Joost' zich op internet aan als vrijwilliger. Hij heeft, schrijft hij, niet eerder aan vrijwilligerswerk gedaan. Waarom nu wel: wegens ,,de negatieve reacties na de moord op Van Gogh. Ik ben bang dat m.n. de Marokkanen maar ook andere minderheden hier volstrekt ten onrechte de dupe van worden. Ik wil dit tij niet alleen met woorden, maar zo mogelijk ook met daden keren.''

Nederlanders, zo bleek dit jaar uit het rapport In het zicht van de toekomst van het Sociaal en Cultureel Planbureau, zijn tevreden met hun leven. Om precies te zijn: 50 procent is tevreden, 28 procent zeer tevreden en 3 procent buitengewoon tevreden. Maar veel van die tevreden Nederlanders maken zich grote zorgen over de samenleving. Kreeg de samenleving in 1999 nog gemiddeld het rapportcijfer 7, in 2004 is dat nog geen 5. De zorgen gaan over criminaliteit, de eigen gezondheid, normen en waarden, buitenlanders, veiligheid in het algemeen en terrorisme in het bijzonder.

De Utrechtse filosoof Rutger Claassen verbaast zich over de Nederlanders. Hoe kunnen wij zo tevreden zijn als wij ons tegelijk zoveel zorgen maken? En er is nog iets dat niet klopt. Mensen verlangen naar een samenleving met gemeenschapszin, blijkt ook uit het SCP-onderzoek, maar tegelijk zetten ze zich daar zelf niet of nauwelijks gezamenlijk voor in. Het lijkt wel, schrijft Claassen deze maand in Filosofie Magazine, of er sprake is van een collectieve depressie: ,,De behaaglijkheid van het eigen leven schuurt met de onbehaaglijke buitenwereld, en de tegenstelling is zo groot dat zij de burger verlamt dus blijft hij comfortabel thuis.''

Het jaar 2004, met een terreuraanslag op Spaanse forensen, een religieuze moord op eigen bodem en stokkend economisch herstel, gaf alle aanleiding om nog maar eens een blok op het haardvuur te gooien. Gebeurt dat ook? Verschanst de Nederlander zich in huis, tuin en gezin? Of schudt hij de apathie van zich af en komt hij in beweging? Een kleine peiling van de nationale `binnenwereld'.

Jan Draaijer (55) woont met zijn vrouw in Aalten, een Gelders dorp met 18.000 inwoners. Hij was muziekconsulent, zit net in de VUT en verheugt zich op de vrijheid. Maar de laatste tijd heeft hij het gevoel dat er in Nederland een tweedeling aan het ontstaan is. Hij bedoelt: tussen de Randstad en de rest van Nederland. ,,Kranten, radio, televisie staan bol van de onrust. Dan denk ik: ik merk er hier ab-so-luut niets van.'' Om zijn gemoedsrust te bewaren, schermt hij zich soms af van het nieuws. ,,Het is wel eens beangstigend. Dan hoor je weer dat extreemrechtse jongeren zich meer gaan manifesteren. Soms zet ik het gewoon uit. Dat is niet mijn kop in het zand steken. Maar: genieten van wat ik heb.'' In 2005 zou Draaijer graag een koor willen beginnen, of muziekworkshops gaan geven in zijn favoriete land Zweden. ,,Daar zou ik eigenlijk ook wel willen wonen.''

De gedachte aan een definitief vertrek bekroop meer Nederlanders dit jaar, blijkens de verhoogde belangstelling voor emigratie in de weken na de moord op Theo van Gogh. Maar volgens Paul Hiltemann van het gelijknamige Emigratie Adviesbureau in Zoetermeer gaan die verlangens niet diep. ,,Een paar bellers zeiden: ik wil emigreren, wat moet ik doen? Dan zei ik: in de eerste plaats bedenken waarnaartoe. Was het: o ja.''

Josien Reinalda (41), projectmanager in de IT, hoopt eind 2005 te vertrekken naar Nieuw-Zeeland. Haar huis in het Drentse Geeuwenbrug staat met het oog op de emigratie al sinds 2003 te koop. Niet dat ze ontevreden is. ,,Ik woon aan de rand van het bos, kan zo op mijn paard stappen en het Drents-Friese Woud in rijden.'' Ruimte, klimaat en lagere huizenprijzen zijn redenen om toch weg te willen. En een carrièreswitch – in Nieuw-Zeeland wil ze zich vestigen als klassiek homeopaat. Reinalda vindt het in Nederland de verkeerde kant opgaan. ,,Wat eerst in Amerika was, komt dichterbij. Meer criminaliteit, schietpartijen op scholen.''

Volgens filosoof Claassen lijden Nederlanders behalve aan een collectieve depressie ook aan een `giftige' manie, zo schrijft hij in Filosofie Magazine: de manie van het multiculturele drama. Na de wederopbouwmanie van de jaren vijftig, de bevrijdingsmanie van de jaren zestig en de consumptiemanie van de jaren tachtig en negentig is het multiculturele drama volgens hem dé preoccupatie van deze tijd. Waarom wordt het naast elkaar leven van verschillende culturen zozeer als een probleem gezien? ,,Omdat'', zegt Claassen, ,,wij wel verlangen naar het leven in een solidaire, zorgzame gemeenschap, maar stiekem vinden dat dat wel een overzichtelijke, homogene gemeenschap moet zijn''. We willen ons met anderen bemoeien, maar wel met anderen uit dezelfde groep als wij. Het ideaal van de meeste Nederlanders, de solidaire, zorgzame samenleving, is volgens hem alleen bereikbaar als zowel allochtonen als autochtonen op zoek gaan naar een manier om verschillende identiteiten vreedzaam naast elkaar te laten leven.

De Amsterdamse Corrie Keessen (58) heeft daar onlangs een begin mee gemaakt. Met een vergelijkbare motivatie als `Joost' biedt ze zich aan op de website van de gezamenlijke vrijwilligerscentrales. Ze wil taallessen gaan geven aan allochtone vrouwen. ,,Ik zoek vrijwilligerswerk omdat ik op dit moment geen werk heb'', licht ze toe. Ze zit half in de WAO. ,,Maar zeker nu is er ook de drive dat buitenlanders zo in het verdomhoekje worden gezet. Dan denk ik: dat klopt niet. En als je de taal niet goed spreekt, kun je je ook niet verdedigen.'' De politiek laat haar taak liggen, vindt Keessen. ,,Die geeft zo'n slecht voorbeeld. Ze zijn steeds bezig met brandjes blussen. En die taal! Dat het oorlog is! Hou toch je mond, denk ik dan. Ik vrees dat juist dit soort reacties in Nederland een broeinest creëren.''

Intussen is Keessen óók een tevreden burger. ,,Ik heb goede kinderen, goede vrienden, wandel en lees veel, ga graag naar theater en film. Ik wíl me ook niet bang laten maken.''

Bram van der Perk (66), oud-adjunctdirecteur van Riagg Stad Utrecht, heeft een strijd gevoerd om zijn tevredenheid te behouden. Vier jaar geleden werd hij in het centrum van Utrecht overvallen ,,door twee jongelui met een donkere huid''. Hij liep een gebroken vinger op. Dezelfde avond werd hij bedreigd door ,,onmiskenbaar blanke'' deelnemers aan een vrijgezellenfeest. En een half jaar later werden hij en zijn vrouw op weg naar Italië beroofd.

,,De weken daarna heb ik veel nagedacht. Moet ik nu een wantrouwig mens worden? Op de camping was er iemand uit Polen die uit voorzorg een knuppel in zijn tent had liggen. Toen dacht ik: ja maar dát wil ik niet. Ik wil voorzichtig zijn, maar het moet mijn kijk op mensen niet veranderen.''

Van der Perk gaat nu, zegt hij, weer zonder angst door het leven. Het afgelopen jaar verhuisde hij uit een oud huis in IJsselstein naar nieuwbouw op de Vinexlocatie Leidsche Rijn. Een smal paadje voert naar de voordeur over een dun strookje gras. ,,We hebben hele aardige buren, van Turkse origine. Daar drink ik een borrel mee.'' In 2005 gaat hij met zijn vrouw op reis naar St. Petersburg en Moskou. En in de zomer hoopt hij weer vijf weken in Toscane te zijn.