`Ik heb altijd tot de preciezen behoord'

Burgemeester Ter Horst van Nijmegen beklaagde zich in haar nieuwjaarstoespraak over vriendjespolitiek. Voor een vergunning wordt vaak een oogje dichtgeknepen. ,,Je merkt opeens dat je erg alleen staat.'

`Ik vind dat als je ergens nieuw bent, je mensen een spiegel moet voorhouden. In de nieuwjaarstoespraak heb ik een aantal dingen gezegd die mij positief en negatief waren opgevallen in de 2,5 jaar dat ik burgemeester in Nijmegen was. Daar hoort de `ons-kent-ons-cultuur' bij, maar ook de slechte handhavingsmentaliteit.

De combinatie van die twee dingen kan minder goed uitpakken. Ik had er eerder intern al mijn verwondering over uitgesproken, maar ik kreeg er geen grip op. Bij de vergunningverlening kreeg ik er bijvoorbeeld geen vinger achter waar het nu precies mis ging. Het bleek niet zozeer om individuele mensen te gaan, maar dat het vervat is in de cultuur. Toen dacht ik dat ik het beter was om mijn gevoelens met anderen te delen.

De meeste aanwezigen tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst vonden het een fantastisch verhaal. Eén raadslid vond dat er `te veel zuur en te weinig zoet' in mijn toespraak zat, maar niemand was echt negatief.

Pas toen het ANP de volgende dag een aangescherpt bericht maakte, kwamen de reacties. Dat verbaasde mij ook. Als je van tevoren gevraagd had wat van mijn toespraak de meeste reacties zou losmaken, had ik dit onderwerp niet eens genoemd. Kennelijk heb ik een gevoelige snaar geraakt.

Heel opvallend was dat ik erg veel steun kreeg uit de stad. Mensen vonden het goed dat er eindelijk eens aandacht aan werd besteed. Ze hadden al langer gemerkt dat niet iedereen gelijk behandeld werd. Ik heb mij wel verbaasd over reacties van sommige mensen die beter zouden moeten weten – die maken zelf deel uit van de `circle' en zeggen met droge ogen dat zoiets hier niet voorkomt.

De ambtenaren steunden mij. Zij worstelen ook vaak met de vraag wat integer is. Een ambtenaar krijgt wel eens een stille hint van een bestuurder dat hij iets moet regelen, maar waarvan hij vindt dat hij dat niet kan doen. Durft zo'n ambtenaar dan naar zijn leidinggevende te gaan of niet? Na mijn toespraak zijn veel ambtenaren onheus bejegend – alsof ze zich allemaal schuldig hebben gemaakt aan vriendjespolitiek. Maar ik ben er trots op dat ze mij altijd verdedigd hebben.

In de nasleep van de toespraak zijn alle ambtenaren die zich bezig houden met vergunningverlening en handhaving bij elkaar gehaald. Aan de hand van concrete zaken is er gediscussieerd. Waarom wordt er geen duidelijk besluit genomen? Wanneer ben je klantvriendelijk? Wanneer ben je een strenge handhaver?

Met het college en leden van de gemeenteraad heb ik felle debatten gehad. Ze waren verrast dat ik ook op hen doelde. Ik begrijp best dat na verloop van tijd er allerlei bindingen ontstaan. Maar je moet er juist dan scherp op blijven dat het algemene belang boven het individuele belang gaat.

Als je tegenwind krijgt, moet je niet terugkrabbelen. In de eerste periode na de nieuwjaarstoespraak is het niet altijd gemakkelijk geweest. Je merkt opeens dat je erg alleen staat. Maar nogmaals, ik heb erg veel steun gehad vanuit de stad. Zelfs binnen het college waren de meningen verdeeld. Er zijn mensen die toch een andere opvattingen hebben, of hadden, over wat wel kan en wat niet kan.

Het is ook een strijd tussen de rekkelijken en de preciezen. Er is niemand die wat zwart is wit wil maken, maar het gaat erom wat je doet in het grijze gebied. Ik zeg altijd maar dat van grijs de helft zwart is en dat moet je eruit halen. Ik heb altijd, ook in Amsterdam [waar Ter Horst wethouder was, red.], tot de preciezen behoord. En hier in Nijmegen ben ik toevallig de burgemeester.

Dit probleem speelt niet alleen in Nijmegen. Ik heb reacties van collega's gehad die zich erg herkenden in mijn toespraak. Ik merk dat integriteit steeds vaker op de agenda staat. Er is bijvoorbeeld een verplichting voor ambtenaren en leden van het college en de raad om een gedragscode te hebben.

Ik denk dat het onderwerp integriteit door mijn woorden een duwtje heeft gekregen. Inmiddels hebben we in Nijmegen een klokkenluidersregeling en de ambtseed ingevoerd. Die waren er zonder mijn toespraak ook wel gekomen – mijn wethouder personeelszaken denkt er gelukkig net zo over als ik – maar het is versneld. De urgentie is door de reacties wel duidelijker geworden. Al die zaken hebben een goede voedingsbodem gevonden, maar kennelijk moest er eerst even een bommetje af.'