`Het hield niet op. Er kwamen maar doden bij'

Het centrum van Galle in het zuiden van Sri Lanka ziet er na de overval van de tsunami uit als een grote ruïne. `In het ziekenhuis konden we de doden niet meer kwijt.'

De tienjarige Lakmali redde haar eigen leven door een palmboom te omhelzen en niet meer los te laten. ,,En dat is haar broertje. Hij heeft het ook overleefd'', zegt groenteboer Tarun. Hij wijst naar een achtjarige jongentje, dat met een kokosnoot speelt. ,,Hun vader en moeder, die hebben we na de vloedgolf niet meer gezien. Die zijn dood.''

Tarun zegt het zonder enige emotie, en vervolgt: ,,Ik ben alles kwijt, mijn winkel, mijn opa, mijn huis. Iedereen hier heeft familie verloren.'' In de zuidelijke Sri-Lankese stad Galle, vlak bij het fort – in 1663 gebouwd door de Nederlanders die hier een fourageplaats stichtten voor hun VOC-vloot – zijn een winkelcentrum en een woonwijk volledig van de aardbodem verdwenen.

Groenteboer Tarun had er zijn winkel, zijn leven. Samen met zijn buurtgenoten staat hij tussen de in elkaar gestorte huizen, hopen puin en afval, de plek waar ze tot zondagochtend nog gewoon woonden. Ze hebben er eigenlijk niets meer te zoeken, maar lijken het niet te beseffen. Niemand die hun bijstaat.

Galle is met meer dan 3.000 doden en ruim 2.500 vermisten een van de zwaarst getroffen plaatsen van Sri Lanka. Het hart van de stad, langs de kust, rond de boulevard, is volledig verwoest door de vloedgolf van zondag. Omgevallen palmbomen, aan wal gesmeten vissersboten en verwoeste woningen en winkels bepalen het straatbeeld. Alleen via binnenwegen is Galle bereikbaar, omdat de kustweg door de ravage nog voor een groot deel onbegaanbaar is.

Op straat in de getroffen wijken lopen veel inwoners met zakdoeken voor hun neus. De stank van ontbindende lichamen is nauwelijks te harden. Zo lang de puinruimers hun werk niet doen, blijven de lijken bedolven onder het steen van de in elkaar geklapte gebouwen. Dagelijks komen er nieuwe lijken naar boven.

,,In het ziekenhuis konden we de doden niet meer kwijt'', zegt Prasan Wijetunga, forensisch patholoog van het plaatselijke ziekenhuis in Galle. In een kantoortje achter het hoofdgebouw is Wijetunga de afgelopen vier dagen koortsachtig bezig geweest met de identificatie van lichamen van slachtoffers. ,,Er kwamen maar dode mensen bij, het hield niet op. Het was zwaar.'' In korte tijd kreeg het ziekenhuis meer dan 1.200 lichamen te verwerken.

Ook rond het kantoor van de patholoog hangt de geur van dood. Een eindje verder op blijken drie massagraven te liggen. In totaal liggen er 351 mensen begraven. ,,Wat kan je vervolgens anders met die lijken doen, dan ze begraven? Van deze 351 zijn er maar vier geïdentificeerd. Er zijn ook maar weinig mensen gekomen om te kijken, vaak zitten er hele families tussen de doden.''

Bovendien is het vooral moeilijk om slachtoffers van de vloedgolf te herkennen. Op zijn computerscherm laat hij een serie foto's zien van lijken. Ze zijn alle kanten opgesmeten, tegen huizen of palmbomen. Sommigen zijn met auto en al van de weg geblazen en 20 meter verderop neergeknald door de golven. Hun ingedeukte gezichten op de foto's zijn vaak onherkenbaar. ,,Daarom maken we ook foto's van hun vingers als ze ringen dragen, van hun kleren, van alles dat tot herkenning kan leiden. Het blijft echter moeilijk.''

Onder de overlevenden is de shock groot, zegt een hulpverleenster van de niet-gouvernementele organisatie World Vision. ,,En er is eigenlijk geen mentale hulpverlening'', zegt ze. ,,Hier in Sri Lanka kent men dat niet. Het is nodig, maar dat wordt ontkend. Er komen kinderen in het ziekenhuis die niet meer weten wie hun ouders zijn, en we hebben zelfs een moeder gehad die haar eigen kinderen niet meer herkende en steeds maar weer die golf voor zich zag.''

Adjunct-directeur Perera van het ziekenhuis zegt desgevraagd dat zijn traumateam niet wordt ingezet voor hulp aan slachtoffers. Hij heeft ook niet het idee dat het erg urgent is. ,,Dat is meer iets waar de overheid naar moet kijken.''

Vooralsnog zijn het dan ook vooral initiatieven van particulieren en religieuze instellingen die met hulp op de proppen komen voor daklozen en mensen die familieleden zijn kwijtgeraakt. In Galle zijn geen tentenkampen te vinden. De tempels, de kerken, daar zitten de slachtoffers van de natuurramp.

In de Santa-Mariakerk zitten 100 mensen, voornamelijk vrouwen en kinderen. ,,Ze hebben het moeilijk, ze zijn in shock. Wij proberen met hen te praten. Ze hebben hier in ieder geval een dak boven het hoofd, krijgen eten en kleren'', zegt Nalin, sociale werker in kerk. ,,Mensen zijn nog steeds bang.''

Dat blijkt ook als er 's middags gewaarschuwd wordt voor een mogelijke nieuwe tsunami, nadat opnieuw een lichte naschok in het gebied is waargenomen. Ineens zetten veel mensen in het centrum van Galle het op een lopen. De paniek is groot. Iedereen wil zo snel mogelijk naar een hoger gelegen gebied, ver weg van de zee.