'Een droom is geen ontsnapping, maar een microscoop.'

Licht, water, wind en ijs: het weer speelt een belangrijke rol in het werk van de Deens/IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson. Zijn gigantische zonsondergang in de Tate Gallery in Londen trok twee miljoen bezoekers.

'Mijn werk gaat juist wél over de wereld van nu.'

Het is lunchtijd in Studio Olafur Eliasson. Uit alle ruimtes van het pand komen jonge mannen en vrouwen tevoorschijn, aangetrokken door de geur van verse soep. In de keuken, een hoek van het atelier die afgebakend is door een fraaie cactustuin, verzamelen ze zich aan een lange houten tafel. Eliasson zelf laat nog even op zich wachten. Hij is de hele nacht wakker gehouden door de baby die hij en zijn vrouw zojuist geadopteerd hebben, zo zal hij zich later verontschuldigen, en loopt daardoor hopeloos achter op schema.

Maar ook zonder de aanwezigheid van de grote meester draait de productie van zijn werken gewoon door. Het drie verdiepingen tellende atelier, gevestigd in een voormalig spoorweggebouw naast Museum Hamburger Bahnhof in Berlijn, oogt als een professioneel bedrijf. Er zijn kantoren, er is een opslagkelder waarin kunstwerken in houten kratten klaarstaan om verscheept te worden en er zijn werkplaatsen die beter geoutilleerd zijn dan menige kunstacademie. Gemiddeld heeft Eliasson zo'n vijftien medewerkers in dienst - assistenten, managers, een boekhouder, een archivaris en een elektriciën, maar ook ontwerpers en architecten - die gezamenlijk zorgdragen voor de uitvoering van zijn ideeën.

Die ideeën hebben in de eerste plaats betrekking op het weer. Olafur Eliasson (1967), een Deense kunstenaar met IJslandse ouders, maakte het afgelopen decennium naam met installaties over elementen als licht, water, wind en ijs. Sinds zijn deelname aan de Biennale van Venetië, waar hij vorig jaar Denemarken vertegenwoordigde met een pretparkachtig spiegelpaleis, is hij de lieveling van veel tentoonstellingsmakers. Op dit moment heeft Eliasson exposities in Seattle, Philadelphia, Washington en het Deense Aarhus, waar een overzichtstentoonstelling te zien is van zijn werk. En zijn personeel is alweer druk bezig met voorbereidingen voor nieuwe projecten in Stockholm en Siena.

'Het is inderdaad een soort kunstfabriek', zegt Eliasson als hij even later aan tafel aanschuift, met de headset van zijn mobieltje nog aan zijn oor geklikt. 'Alleen zijn we als bedrijf niet erg productief, als je kijkt naar de hoeveelheid werk die we verrichten en de geringe output die we creëren. We produceren voortdurend, maar veel dingen mislukken of blijven onzichtbaar. Ik noem het atelier daarom vaak een open-ended factory. Het is als spelen met Lego: we weten nooit precies hoe het eindresultaat gaat worden.'

Eliasson is het soort uitvinder-kunstenaar dat zich afvraagt hoe een regenboog er binnenshuis uit zou zien en dat vervolgens ook gaat uitproberen. Zo iemand die wil weten of je een waterval ook omhoog kunt laten stromen en er dan bovendien in slaagt om het uit te voeren. Zijn atelier heeft veel weg van een laboratorium. In de schappen staan modellen van dna-structuren en veelhoekige objecten met ingewikkelde wiskundige formules erop geschreven. Aan het plafond hangt een soort reuzenkerstbal van losse scherven die op ingenieuze wijze door ijzerdraadjes bijeen worden gehouden.

'Wat wij bedrijven is een experimentele vorm van wetenschap', zegt Eliasson. 'Mijn rol in het geheel is niet heel strak gedefinieerd. De ene dag werk ik als geograaf, de volgende dag als bioloog of socioloog en dan weer als esthetische ambachtsman. Ik voer zelf ook nog wel werken uit. Al vind ik eerlijk gezegd dat je het beitelen en timmeren ook niet te veel moet romantiseren. Ik heb jarenlang alles zelf gedaan. En ik heb ook jarenlang in de hoek van mijn atelier op een matras geslapen. Dat is geen leuke tijd om op terug te kijken.'

Stugge noorderling

In veel opzichten voldoet Eliasson, die er met zijn baard en strenge bril vele jaren ouder uitziet dan 37, aan het stereotype van de zwaarmoedige en stugge noorderling. Hij praat met monotone stem en kijkt voortdurend langs je heen, alsof hij zijn teksten afleest van een onzichtbare auto-cue. Zijn antwoorden zijn vaak abstract en hermetisch. Als je hem vraagt waar zijn werk over gaat, zegt hij dat het 'de posities van individualiteit' onderzoekt. En als hij vertelt dat hij 'een meervoudige werkmentaliteit veel uitdagender vindt dan een programmatische houding' klinkt het alsof hij die zin al vele malen eerder heeft opgedreund.

Het is daarom des te verwonderlijker dat zo'n bloedserieuze kunstenaar werk maakt waar ontzettend veel levensvreugde vanaf straalt en dat bovendien zeer toegankelijk is. Anders dan bij veel kunst uit de jaren negentig, die toch vaak draaide om de ego's van de kunstenaars zelf, staat in het werk van Eliasson de ervaring van de toeschouwer centraal. Hij maakt installaties waarmee het publiek zich even in een andere wereld kan wanen. Of beter gezegd: hij maakt de wereld die we denken te kennen op een andere manier aanschouwelijk. Seeing yourself seeing noemt hij dat. Al gebeurt dat zien ook met andere zintuigen dan alleen de ogen. Geluid, luchtdruk of temperatuur kunnen bijdragen aan de ervaring van een kunstwerk.

Eliasson transformeerde een Parijs' museum in een tuin van lava, hij liet het misten in galeries en hij veranderde rivieren in Los Angeles en Stockholm in fluorescerend groene, maar niet-giftige stromen. En een jaar geleden liet hij in de turbinehal van de Tate Modern in Londen een winter lang de zon permanent ondergaan. Dat laatste werk, The Weather Project, is misschien wel het grootste kunstwerk dat iemand ooit in een museum heeft gemaakt. Eliasson gebruikte voor zijn kunstwerk de hele hal - met afmetingen van 35 meter hoog, 23 meter breed en 150 meter lang. Hij bekleedde het plafond met spiegels en hing een artificiële zon op die gemaakt was van tweehonderd lampen. Het monochrome, gele licht leek alle kleuren in de ruimte weg te filteren. Een lichte mist gaf het effect van een waterig winterzonnetje.

The Weather Project bleek met ruim twee miljoen bezoekers een ongekend succes. De zon werd een ontmoetingsplaats; een plek om ontspannen achterover te leunen en naar je eigen spiegelbeeld te staren - alsof er gras op de grond lag in plaats van koude stenen. En het diende als decor voor politiek protest. Op de dag dat George W. Bush een bezoek bracht aan Engeland, gingen zo'n tachtig betogers op de grond liggen om met hun lichamen de woorden bush go home te vormen. Waarna enkele spontane museumbezoekers er de letters now aan toevoegden.

Spiegel

'Dat was natuurlijk een fantastische actie', zegt Eliasson nu, 'en daar heb ik ook erg van genoten. Maar het betekent niet dat op de dagen dat niemand dit soort protesten ondernam het werk niet politiek was. Ik wilde met deze installatie mensen letterlijk een spiegel voorhouden. Wat betekent het om deel uit te maken van een maatschappij? Hoe ver gaat je eigen verantwoordelijkheid? Dat zijn belangrijke vragen als je het hebt over de huidige staat van de democratie.'

Tegelijkertijd bieden Eliassons kunstwerken de toeschouwer de mogelijkheid om de alledaagse realiteit voor eventjes achter zich te laten, om zich onder te dompelen in een soort droomwereld. Zie het als een vorm van escapisme. Maar zeg niet dat zijn werk losgezongen is van het hier en nu, of dat het de tijdsgeest omzeilt - dan zal hij je hartgrondig tegenspreken. 'Mijn werk gaat juist wel over de wereld van nu. Ik gebruik alleen een abstractere taal. Dat mijn beelden niet direct een weerslag of illustratie zijn van de hedendaagse maatschappij betekent niet dat ik me er niet over uitspreek.'

Eliasson: 'Bovendien: een droom is geen ontsnapping. Een droom functioneert juist als een soort microscoop, en kan je inzichten verschaffen. Als je droomt, is het alsof je door een vergrootglas naar de wereld kijkt. Mijn doel is dus niet om een dromerig kunstwerk te maken, maar om mensen ruimte te bieden om over zichzelf na te denken. Ik zou graag denken dat kunst een vorm van gastvrijheid biedt. Een laatste vrijplaats waar ruimte is voor reflectie, voor zachtheid, en waar verschillende meningen naast elkaar kunnen bestaan. In onze samenleving worden verschillen - niet alleen etnische of politieke, maar ook ideologische verschillen - maar al te vaak als een bedreiging gezien. In landen als Denemarken en Nederland is de notie van democratie een vorm van eenheidsworst. Iedereen wil op elkaar lijken.

'Vaak wordt gezegd dat mijn werk over wetenschap gaat, of over natuur. Maar eigenlijk ben ik alleen geïnteresseerd in mensen. Wat zijn mensen? Hoe functioneren ze in een systeem zoals een maatschappij? Maar om dat te onderzoeken heb ik een medium nodig. Ik heb gekozen voor een materiaal dat je zou kunnen omschrijven als natuurlijke fenomenen. Ik houd daarvan omdat ze iets zeggen over mensen. Ik had ook voor film kunnen kiezen, of voor muziek. Maar daar weet ik niets van af.'

IJslandse natuur

Het lijkt logisch om die fascinatie voor de natuur in verband te brengen met zijn jeugd, die hij gedeeltelijk in IJsland doorbracht. Maar daar wil Eliasson niets van weten. 'Het grootste deel van mijn leven heb ik in Denemarken gewoond, en ik verblijf nu alweer eenderde van mijn leven in Duitsland. Mijn achtergrond is dus vooral Noord-Europees. Ik heb veel gemeen met mensen die in Nederland wonen. Dat heeft niets met de natuur te maken, want die is er bij jullie nauwelijks, maar alles met culturele of maatschappelijke overeenkomsten. Als je kijkt naar de positie van bijvoorbeeld religie in zowel IJsland als Nederland als Denemarken, dan is dat veel belangrijker dan de rol die het landschap speelt. Daarom probeer ik het zogenaamd overweldigende IJslandse landschap niet zo centraal te stellen in mijn kunstenaarschap.'

Dat sommige critici hem een neo-romanticist noemen, zint hem dus niet. Dat zijn onnozele opmerkingen van 'ongeletterden of kunsthistorici'. Eliasson: 'In de Scandinavische literatuur, maar ook in de beeldende kunst, is er een grote traditie om het landschap op een min of meer symbolische of religieuze manier te verbinden met de geschiedenis. Natuurlijk ben ik daardoor beïnvloed. Maar het idee dat er in de natuur een soort waarheid te vinden is waar alleen de kunstenaar toegang toe heeft is natuurlijk romantische nonsens. Het komt voort uit religieuze ideeën dat afzondering en purificatie leiden tot een hogere vorm van geloven in God. Aangezien ik atheïst ben, sta ik daar nogal sceptisch tegenover.'

Pas aan het eind van ons gesprek, als Eliasson alweer aanstalten maakt om zich te verplaatsen naar zijn volgende afspraak, lijkt de kunstenaar een beetje te ontdooien. De vraag was eenvoudig: wat is het dat hem nu al tien jaar aan Berlijn bindt? Voor het eerst verschijnt er een lichte glimlach op zijn gezicht. 'Waarschijnlijk was ik in Spanje gelukkiger geweest, maar hier is een goede infrastructuur voor de kunsten. Ik heb dus gekozen voor een plaats waar ik plezier in mijn werk heb, maar die wat betreft levenskwaliteit niet veel te bieden heeft. Ik ben, met ander woorden, aan het lijden.'

Karel Berkhout en Sandra Smallenburg zijn kunstredacteur van NRC Handelsblad.

Hans den Hartog Jager is schrijver en beeldend kunstcriticus.

Vincent Mentzel is staffotograaf van NRC Handelsblad.