Buitenwereld

Voor compagnie-commandant Chris (39) wordt 2005 het jaar waarin hij terugkeert uit de oorlog in Irak.

De enige reden waarom compagniecommandant Chris weet dat het vandaag vrijdag is, is omdat dit gesprek voor vrijdag gepland stond. Verder is het dagelijks leven op de legerbasis in Zuid-Irak één grote brij van dagen. ,,Weekend bestaat niet, we hebben geen benul van tijd. Het enige vaste moment is kwart over acht 's ochtends, als mijn baas mij vertelt wat er is gebeurd en wat onze plannen zijn voor die dag.''

Dat is misschien wel de grootste overgang als Chris weer naar huis gaat, volgend jaar: thuis moet hij zich voegen naar het regime van zijn vrouw en twee dochters van vijf en acht. Om kwart over acht naar school, na school naar zwemles, om half zes aan tafel. ,,Het is natuurlijk leuk om er weer te zijn, maar ik moet ook erg wennen aan het ritme.''

Irak is al zijn vijfde missie met de landmacht. Hij is drie keer in Bosnië geweest en vorig jaar in Afghanistan. Als zijn eenheid wordt aangewezen door het kabinet om uitgezonden te worden, dan móét hij mee. Zijn gezin is er inmiddels aan gewend, zegt hij. ,,Srebrenica was in 1994 de eerste proef voor onze relatie. Dat bleek goed te kunnen.'' Zijn vrouw moet erg veel alleen opknappen, zegt Chris, bijvoorbeeld als de kinderen ziek zijn. ,,Ik ben trots op mijn gezin, dat ze dat allemaal doen.''

Als de Nederlandse militairen in maart mogen terugkeren naar Nederland, haalt hij net de zesde verjaardag van zijn jongste dochter. Die spreekt hij nu twee keer per week. ,,We gaan normaal gesproken altijd zwemmen op zondag. Maar als ik weg ben, gebeurt dat niet. Dat missen ze wel, vertellen ze. Aan de andere kant weten ze ook niet beter dan dat ik vaak lange tijd afwezig ben.'' Een enkele keer steekt het hem wel dat zijn kinderen anders opgroeien dan anderen. ,,Ik was met mijn dochter op school en een klasgenootje vroeg: wie is dat? Mijn dochter antwoordde: mijn papa. En toen zei dat kind: dan heb jij dus af en toe een papa?''

Als hij naar het noorden kijkt, ziet Chris de stad Samawah. Kijkt hij naar het zuiden, dan valt hij van de wereld af. ,,Het is één grote leegte.'' De militairen die daar patrouilleren, komen uitsluitend bedoeïenen tegen. Die nodigen hen steevast uit om te komen eten. ,,Dat doen we wel eens, maar niet vaak. Hun voedingsgewoonten zijn nogal anders en als je 300 kilometer diep in de woestijn bent, dan baal je als je ziek wordt.''

Eenmaal thuis zal Chris zich twee of drie dagen afsluiten van de buitenwereld om alleen te zijn met zijn vrouw en kinderen. ,,Ze komen dan om half tien 's avonds even uit bed om te checken of ik er nog ben. En soms ook midden in de nacht.'' Daarna ,,willen de familie en vrienden me ook zien. De foto's, de verhalen.'' Meestal heeft hij twee tot vier weken vrij en daarna begint het gewone werk, op de kazerne in Schaarsbergen.

De achternaam van Chris wordt niet vermeld omdat de ervaring leert dat de familie in Nederland dan wordt bedreigd.