`Bezwaarden waren al vreemden in de kerk'

Na veertig jaar praten ontstond op 1 mei 2004 de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Dat ging niet zonder slag of stoot. Ds. Bas Plaisier bevond zich als secretaris van de PKN in het oog van de storm.

`De spraakmakende kerken in Nederland zijn bij elkaar gekomen. Een geweldige zegen, en absoluut een bijzondere prestatie. In een samenleving die soms zo doordrenkt is van religieuze twisten, zie je toenadering en verzoening die niemand meer verwachtte. We beseffen nog onvoldoende wat voor uniek moment dit is geweest in de Nederlandse geschiedenis. Ik heb persoonlijk het gevoel dat God ons iets dichterbij gekomen is.

We hadden gehoopt dat we ons na de beslissing om te fuseren vooral bezig konden houden met het opbouwen van de nieuwe kerk. We hoopten op een nieuwe mogelijkheid om de maatschappij te laten zien wat verzoening van eeuwenlange breuken kan zijn. Dat is wel wat tegengevallen.

Ik vind het triest dat een deel van de bezwaarden voor afscheiding gekozen heeft. Ze leggen héél sterk de nadruk op hun slachtofferschap. Ze zouden niet erkend, niet geaccepteerd zijn. Als je dat legt naast ál die gesprekken die we gehad hebben, waarin we tot het uiterste gepoogd hebben om ze erbij te houden. Hoe kan je dan zeggen dat je eruit gegooid bent! Ik weet wel beter. Ik voel aan mijn moeheid soms hoeveel ik daarin geïnvesteerd heb. Maar het werd hoe langer hoe meer een woordenspel. Ik dacht: waar zijn we eigenlijk mee bezig? Het heeft er wel in geresulteerd dat ik nu geen schuldgevoel heb. Ik zou werkelijk niet weten wat we anders hadden moeten bedenken.

De groep die er nu uitgegaan is, voelde zich vroeger al vreemdeling of verloren in de eigen kerk. Het Samen-op-weg proces was voor hen ook al een brug te ver, maar dat hebben ze nooit willen erkennen. Zij willen een kerk die volledig bij ze past, niet pluriform is. Juist de zeer orthodoxe stromingen in het gereformeerd protestantisme hebben altijd de neiging gehad van het zuivere naar het nog zuiverder, naar het meest zuivere te gaan.

Maar juist zij zouden moeten weten dat je de hele waarheid nooit vindt. Dat je dus daarin elke keer teleurgesteld wordt, en dat dit elke keer weer tot nieuwe kerkscheuringen leidt. Om tot de meest zuivere vorm te komen, hebben zij gekozen voor een weg waarin de verantwoordelijkheid voor het brede geheel van samenleving en kerk wordt losgelaten.

Ik hoor van nogal wat kerkgemeentes waarin een breuk is geweest: het is een verademing, omdat wij nu niet altijd bezig hoeven zijn met miezemuizerige onderwerpjes over die zuivere vorm van liturgie of hoe de dominee preekte. Dat voel ik zelf nooit, omdat ik er heilig van overtuigd ben dat de protestantse kerk alleen kan overleven door een grote groep erin die orthodox is. Zij vormen een reservoir van geloofsbeleving die de kerk nodig heeft. Zij zijn het skelet. Zonder die groep wordt de kerk een soort weekdier, zo ongestructureerd dat op het laatst niemand meer weet waar het om gaat.

Voor mij horen de afgescheidenen er nog steeds bij, maar ja, zij wilden graag zelf een eigen kerk. Laten we dat nou maar aanvaarden, we hebben nog voldoende skelet over. Maar zij blijven hartelijk welkom.

Wij hebben ons in het fusieproces gerealiseerd dat er geen één waarheid is. Je kunt niet het allerzuiverste bereiken. Daarin is de protestantse kerk een voorbeeld voor de Nederlandse samenleving. Dat je juist waar het echt spant, kunt samenleven. Want religie raakt de diepste kern van het bestaan, het is niet zomaar een mening of overtuiging. Je hebt met een diepere laag in het menszijn te maken waar je met elkaar nooit helemaal goed uitkomt.

De last van het naar elkaar toe groeien is nu voor een deel weggevallen. De kerk kan zich richten op waar het echt om gaat. Zijn wij wel die spirituele centra geweest die elke kerk eigenlijk zou moeten zijn? Hebben wij ons wel bezig gehouden met het vertellen van de verhalen uit de bijbel?

Ik zie in de toekomst een kerk die meedoet aan het maatschappelijk debat. Mijn droom is een kerk met meer zelfbewustzijn, een nieuwe beweging van christelijk handelen en spreken. Heel wat mensen zijn op zoek naar God. De kerk kan hen verder helpen, een plaats bieden.

Nederland moet zien wat het geweldige erfgoed van het christelijk geloof betekent in een samenleving die zó uiteengevallen is. De Nederlandse protestantse kerk is volkseigen, en heeft de afgelopen eeuwen een geweldige power ontwikkeld. Dat kan nu ook weer gebeuren.'