`Bewondering voor VS omgeslagen in angst'

Cynthia Schneider, oud-ambassadeur van de VS in Nederland, werkte aan de presidentskandidatuur van oud-NAVO-bevelhebber Wesley Clark. Terugkijken op de verkiezingen doet haar pijn.

`Het is moeilijk 2004 als een positief jaar voor de Verenigde Staten te zien', zegt Cynthia Schneider, van 1998 tot 2001 ambassadeur van de Verenigde Staten in Nederland. Eén ding springt er uit: ,,De opkomst bij de presidentsverkiezingen van november was uniek'.

Schneider heeft intussen met lede ogen gezien hoe `Amerika's reputatie als leider van de wereld' teloor is gegaan. ,,Velen keken tegen ons op en wilden ons succes in eigen land herhalen. Die bewondering is omgeslagen in bang-zijn. De officieel gestelde doelen in Irak en het Midden-Oosten zijn niet te bereiken met militaire macht en angst.'

Na haar terugkeer in Washington hervond Schneider haar oude leerstoel in de 17de-eeuwse Nederlandse schilderkunst aan Georgetown University. Al vrij snel besefte zij dat zij meer wilde doen met de ervaring die zij in Nederland had opgedaan. Cynthia Schneider is de motor geworden achter de oprichting van een life sciences-instituut aan Georgetown. Zij brengt docenten en studenten bij elkaar uit vakken als bio-ethiek, natuurkunde en biologie, internationale betrekkingen, medicijnen, rechten en `business administration'. Het nieuwe instituut moet zich bezighouden met thema's als stamcelonderzoek, gezondheidszorg, biotechnologie voor ontwikkelingslanden.

Haar oude banden met Nederland verwaarloost Schneider niet. In september nam zij deel aan de internationale conferentie `Genomics Momentum 2004' in Rotterdam, `haar' onderwerp, waar Nederland veel aan doet. Schneider is ook om een andere reden met enige regelmaat terug in Nederland: na het beëindigen van haar ambassadeurschap werd zij commissaris bij Ahold. Dat begon zonnig en werd een stuk penibeler nadat in februari 2003 werd ontdekt dat de expansie ten dele een boekhoudkundig luchtkasteel was. ,,Sindsdien hebben wij, en vooral het personeel, hard gewerkt om het bedrijf te herbouwen op de oude grondvesten van een mooi Europees-Amerikaanse voedselbedrijf. Er was meer gedacht aan groei door overnames dan aan integratie en het zoeken van synergie. We zitten nu een heel eind op de weg naar herstel.'

Binnen de Georgetown University School of Foreign Service probeert Schneider de fakkel brandend te houden van Amerika's public and cultural diplomacy. In haar Haagse residentie liet zij allerlei vooraanstaande Amerikaanse schrijvers, musici, architecten en andere dragers van ideeën optreden. Dat kweekte goodwill en wederzijds begrip, is haar overtuiging. ,,De rol van culturele diplomatie in het buitenlands beleid van de VS is de laatste jaren snel kleiner worden. Nederland doet dat beter. Bij ons is dat extra jammer omdat wij de meest gewilde populaire cultuur in de wereld hebben.'

Terugkijken op de verkiezingen van dit jaar doet Schneider pijn. Zij werkte hard aan de kandidatuur van de oud-opperbevelhebber van de NAVO, Wesley Clark. Hij was de favoriet van een groep oud-Clinton-mensen om het in november bij de presidentsverkiezingen tegen George W. Bush op te nemen, maar toen John Kerry de Democratische kandidaat werd, heeft iedereen zich voor hem ingezet.

Schneider: ,,Wesley Clark heeft bewezen dat hij een waardevolle nationale figuur is. Ook toen hij persoonlijk geen kans meer maakte heeft hij hard campagne gevoerd voor Democratische kandidaten in allerlei staten. Hoe zijn toekomst er uit ziet weet ik niet, maar het is charismatische figuur. De Democratische partij heeft behoefte aan frisse ideeën en frisse gezichten.'

Volgens Schneider zag Bill Clinton goed in dat de meerderheid van de Amerikanen niets moet hebben van extremen, zowel linkse als rechtse. Daarom moeten Democraten flink van zich laten horen als de regering-Bush ingrijpende plannen heeft met de sociale zekerheid en de gezondheidszorg. Of de politiek in Irak.

,,De bedragen die zijn besteed in Irak en `homeland security' staan in geen verhouding tot de resultaten. John Kerry leverde daar wel kritiek op, maar hield er niet aan vast. Hij heeft geen bijzonder sterke campagne gevoerd. Het heeft natuurlijk weinig zin over je verdiensten van dertig geleden te praten en grotendeels te zwijgen over wat er nu fout gaat. Wesley Clark maakte duidelijk dat het juist een daad van vaderlandsliefde is om kritiek te hebben op je regering als je ziet wat er fout gaat, bijvoorbeeld in Irak.'