Het nieuws van 31 december 2004

Wat te doen met een goed idee

Het hebben van een goed idee is geweldig, maar bij veel mensen blijft het bij ideeën. Men weet niet wat te doen, waar te beginnen of is bang dat het idee gestolen wordt. Enkele tips.

Onderzoek wat er zo goed is aan het idee: wat is de kern die het zo krachtig maakt? Kijk vervolgens op internet of vergelijkbare producten al bestaan en blader door online octrooiliteratuur om te zien hoe uniek uw vinding is. Dit kan allemaal in het geheim zonder dat u uw idee met iemand hoeft te delen. Maar om te achterhalen of het idee echt levensvatbaar is, is het noodzakelijk er ook met anderen over te praten. Met kritische vragen en opmerkingen kan uw omgeving u helpen het idee van verschillende kanten te bekijken en mogelijke verbeteringen aan te brengen. Bent u bang dat uw idee gestolen wordt, praat er dan in het begin alleen over met goede vrienden of familie of laat uw gesprekspartner vooraf een geheimhoudingsverklaring ondertekenen.

Is uiteindelijk uw omgeving net zo enthousiast als u, dan zou het wel eens een hele goede vinding kunnen zijn en de moeite waard om een octrooi voor aan te vragen. Let wel: hoewel sommige ideeën op zich geen commercieel oogmerk hebben, geldt voor bijna alle ideeën dat de kans op succesvolle realisatie erg klein is als er geen winst mee te behalen valt. Bestaat uw idee nog niet, is het technisch realiseerbaar en is er winst uit te verwachten, dan bent u al halverwege de weg naar succes. In het boek Ik heb een goed idee. Wat nu? staat het hele pad in zeven stappen beschreven. Op de website www.vanideetotsucces.nl staan links naar de belangrijkste websites voor het uitwerken van ideeën en is een standaard geheimhoudingsverklaring te downloaden.

Vijand

Plotseling vroeg ik me af waar het woord 'vijand' vandaan komt. Dat woord kom je de laatste tijd namelijk nogal eens tegen. Ik heb het even voor u opgezocht. Het komt van het Gothische werkwoord fijan, dat 'haten' betekent. In de Tweede Wereldoorlog waren de Duitsers de vijand, in de Koude Oorlog de Russen. De Duitsers kwamen akelig dichtbij, maar de herinnering daaraan is verbleekt en de meeste Nederlanders zijn inmiddels na de oorlog geboren. De Russen bleven

veilig opgeborgen achter hun IJzeren Gordijn. Ze leverden voornamelijk stof voor James Bondfilms en spionageromans, en in Kuifje spraken besnorde bandieten altijd met een Russisch-rollende-r. Hun dreiging was abstract en werd doorgaans uitgedrukt in aantallen kernkoppen. Griezelig genoeg, maar onze haat richtte zich in die dagen veeleer tegen de kernkoppen van eigen bodem dan tegen die van de vijand. 'Liever een Rus in de keuken dan een raket in de tuin', was de leuze waarmee hele volksmassa's te hoop liepen tegen de plaatsing van de SS-20's in Nederland. Ludiek.

Maar vandaag de dag klinkt het woord 'vijand' opeens veel grimmiger. De fundamentalist is namelijk zo maar in levenden lijve in onze keuken opgedoken en dat is een stuk minder ludiek. Onmiddellijk werd op de opiniepagina's in kranten en in discussieprogramma's op tv teruggegrepen op de Tweede Wereldoorlog. 'Wie durft bij wie onder te duiken' lijkt soms wel een nationaal gezelschapsspel geworden.

Ik ben van na de oorlog, dus ik ben goddank nooit getest op moed. Als student van 25 heb ik ooit een jaar bij de toenmalige vijand gewoond, in het communistische Leningrad. Dat was een zeer interessante ervaring, maar voor mij als buitenlander natuurlijk totaal ongevaarlijk. Toch was ik zeer gevoelig voor die sfeer van onderhuidse dreiging. In die totalitaire samenleving kozen sommige mensen voor het verzet, terwijl ze donders goed wisten wat de consequenties daarvan konden zijn. Toen is me wel iets opgevallen. Het waren meestal niet de mensen met de grootste mond die de diepste indruk maakten.

Vrije hand, geen verstand

Ik gaf in 1999 mijn 250.000 euro spaargeld in beheer bij een vermogensbeheerder. De overeenkomst luidde dat dit bedrag voor 50 procent belegd zou worden in aandelen en voor 50 procent in obligaties. Het doel was vermogensgroei door langeretermijnbeleggingen, met enig risico. Omdat ik in het buitenland woonde en weinig verstand van beleggen had, koos ik voor de beheersvorm `uitbesteed vermogensbeheer': de vermogensbeheerder neemt dan alle beslissingen die voor een verantwoord beheer noodzakelijk zijn. In de periode 1999-2002 belegde men in Nederlandse en buitenlandse aandelen, waaronder KPN, Aegon, Ahold, Getronics en Nokia. Er werd maar voor maximaal 20 procent belegd in obligaties. Door de sluipende beurskrach was mijn vermogen eind 2002 met 40 procent gedaald. In de jaren 2003-2004 voerde de beheerder nauwelijks een actief beleid. Een aantal aandelen werd verkocht en omgezet in contanten. Mijn portefeuille bestaat nu uit 49 procent aandelen, 26 procent obligaties en 25 procent contanten. De waarde is 40 procent lager dan in 1999. Ik meen dat de beheerder aansprakelijk is voor dit verlies. In de overeenkomst staat immers dat het beleid gericht is op het behalen van een voor de cliënt zo goed mogelijk resultaat. Er staat ook in dat de beheerder aansprakelijk is bij een toerekenbare tekortkoming bij de uitvoering. Volgens mij had hij moeten ingrijpen door minder in risicovolle aandelen en meer in obligaties te beleggen, toen de aandelenkoersen medio 2001 snel begonnen te dalen. Kan ik de beheerder aansprakelijk stellen?

(A. van S.)

Je vrienden of je adviseur?

Ik sta op het punt een verbouwing van 100.000 euro te laten uitvoeren. Onze spaarhypotheek is 203.000 euro tegen 7,6 procent. Daarnaast hebben wij een aflossingsvrije hypotheek van 58.000 euro, tegen 6,9 procent, en een hypotheek voor eerdere verbouwingen van 50.000 euro, tegen 5 procent. In totaal 311.000 euro. De maandlasten bedragen 1.245 euro, inclusief het fiscaal voordeel, en bruto 2.070 euro. Voor de verbouwingshypotheek wil mijn betrouwbare adviseur de financiering opnieuw onderbrengen, met behoud van de spaarverzekering, waarbij de extra financiering met een nieuwe spaarverzekering wordt gegarandeerd. Ik heb 100.000 euro beschikbaar als kapitaal in een maatschap. Daarover ontvang ik bruto 6,25 procent rente en netto bijna 3 procent. Het idee is om die 100.000 euro in een premiedepot te storten, waardoor het premiedeel van de woonlasten aanzienlijk lager wordt. Het voordeel daarvan is de rendementsverbetering ten opzichte van de rente die ik van de maatschap ontvang. Het rendement (in privé) op dit premiedepot is namelijk 5,3 procent. Bij de herfinanciering betaal ik voor het openbreken van de hypotheek en de vervroegde aflossing 14.100 euro boete. Per saldo dalen de netto maandlasten van 1.245 naar 929 euro. Een prima bezuiniging, die natuurlijk wel 100.000 euro kost. De gedachte is ook opgekomen om met die 100.000 euro de verbouwing te betalen en alles bij het oude te laten; niks openbreken en oversluiten. Twee vrienden geven mij dat advies ook, onder het mom: houd je schulden zo laag mogelijk, ondanks dat er hypotheekrenteaftrek verloren gaat. Een vriend plaatst bij zo'n depot en het oversluiten de kanttekening dat die berekening ervan uitgaat dat je de hele hypothecaire rit uitzit en tussentijds geen andere dingen gaat doen. Zijn advies is dus om zoveel mogelijk tussentijds af te lossen en de verbouwing zelf te financieren. Nadeel: de 100.000 euro rendeert helemaal niet meer. Schuldenlast is in het totaal 100.000 euro lager en de maandlasten blijven in beginsel gelijk, tenzij er inderdaad twee maal vervroegd wordt afgelost. Wat moet ik kiezen: lagere lasten of lagere schuld?

(S. ten U.)

Wie draait er op voor moeder?

Mijn moeder van 78 jaar (weduwe) woont in een eigen huis en is lichamelijk en mentaal hulpbehoevend. Opname in een tehuis kan nog een tijd duren. Er zijn vijf kinderen, waarvan de oudste en de jongste dochter voor haar zorgen, samen met de thuiszorg. De anderen wenden zich al jaren van mijn moeder, van mij en mijn zus af. Er is nog een zoon (ex-junkie) met veel problemen. Sinds kort verzorg ik haar administratie en ben ik door haar gemachtigd geld op te nemen. Daardoor merkte ik dat zij met twee maten meet. Zij gaf mij nooit geld, maar de jongste ontving een flink bedrag voor haar verhuizing. Ook andere kinderen en kleinkinderen, die ze nooit ziet en van wie ze weinig of niets hoort, ontvangen geld bij hun verjaardag. Voor sommige kleinkinderen heeft ze een spaarbankboekje aangelegd, maar niet voor mijn zoon. Ik heb sprak hierover met niemand, behalve met mijn man. U begrijpt dat dit steekt. Ik vind het moeilijk om erover te praten met moeder, gezien haar toestand. Mijn zus en ik bezoeken mijn moeder elke week. Ik begeleid haar naar het ziekenhuis, de arts etc. Vooral mijn zus moet flinke reiskosten maken. Soms krijgt ze een tegemoetkoming, vaak ook niet. Ik ontvang niets, maar maak ook flinke kosten. Samen met mijn zus besloot ik een overeenkomst op te stellen voor de kosten die wij maken. Dit mede door het vervelende gevoel dat twee kinderen zich inspannen en de anderen niets doen en toch later gelijk delen in de eventuele erfenis. Hoe regelen we deze kwestie op een nette manier?

(B. U.)

Gedonder over afspraken

Ik ben een vrouw van 58 jaar, twintig jaar geleden gescheiden, WAO-uitkering en voor de tweede keer getrouwd. De vader van mijn twee kinderen uit mijn eerste huwelijk overleed onlangs plotseling zonder testament, maar met een spaarrekening van 184.000 euro en een eigen huis van 250.000 euro. Wij maakten bij de koop van dat huis beiden een testament op de langstlevende met de verdeling: de partner de helft en de kinderen een kwart. Bij echtscheiding zouden alleen de kinderen erven. Bij onze scheiding eiste ik niet de helft van de woning op, omdat mijn ex daar dan kon blijven wonen met een van de kinderen. We spraken af dat wanneer hij het huis zou verkopen, ik de helft van de opbrengst terug zou krijgen. Na zijn overlijden leverden de kinderen en ik het huis op voor de verkoop. Tot mijn verbazing stonden al zijn bankafschriften nog op ons beider naam. Onder druk van zijn bank deed ik afstand en het rekeningsaldo ging naar de kinderen. Nu dat huis. In principe zijn de kinderen de wettige erfgenamen, maar zij vinden ook dat de afspraken rond de verkoop nagekomen moeten worden. Er rust nog een hypotheek van 35.000 euro op. Op welke manier is dat huis te verdelen zonder dat de belasting drie keer successierechten van ons haalt? Is daar een formule voor of bestaan er mogelijkheden om het bijvoorbeeld door één persoon te laten erven, die dan de anderen uitkeert, schenkt of hoe dan ook? Zoals het er nu uitziet, erven de kinderen en kunnen ze mij hooguit circa 2.000 euro per twee jaar schenken.

(N. ter C.)

Bloot eigendom en uitkering

In 1991 lieten mijn broer en zus het huis van onze ouders op naam van de kinderen zetten om te voorkomen dat onze ouders het moesten opeten, wanneer zij naar een bejaardenhuis gaan. Inmiddels is dat wettelijk achterhaald, maar onze constructie bestaat nog. Ik zat toen in de lappenmand en deed niet actief mee. Er zouden geen gevolgen zijn voor mijn bijstandsuitkering. Maar in 2001 is de belastingwet veranderd en moeten de kinderen het huis opgeven aan de belasting en met terugwerkende kracht belasting betalen. Inmiddels moet ik rondkomen van een WAO-uitkering en heb ik na aftrek van de vaste lasten 150 euro per maand te besteden. Dus de 250 euro die ik moet terugbetalen, zijn een probleem. Mijn broer met een prima inkomen hoeft niets te betalen! De belastingdienst in mijn woonplaats schrijft: `omdat er door u geen vermogensbestanddelen in box 3 zijn aangegeven en de waarde in het economisch verkeer mogelijk niet al te hoog is, zie ik er om doelmatigheidsredenen van af om voor het belastingjaar 2001 een onderzoek in te stellen naar de waarde van het bloot eigendom. Bij de eerstvolgende aangifte dient uzelf een en ander aan te reiken.' Wat het pijnlijker maakt: wanneer mijn ouders overlijden en mijn huisdeel wordt uitgekeerd, dan moet ik dat opeten. Ik moet dus van een kleine uitkering betalen voor iets waar ik op de lange duur niks aan heb. Maar het verkopen van mijn deel aan mijn broer en zus schijnt gepaard te gaan met hoge successierechten. Ik word hier echt wanhopig van.

(A. de O.)

Het Flevomassief

Het water, onze oude erfvijand, gaat weer voor problemen zorgen. De oorzaak is de opwarming van de aarde. Gevolg: aan de ene kant gaat de zeespiegel meters stijgen en aan de andere kant krijgen de rivieren veel meer water te verwerken dan waarop ze zijn berekend. We zitten waterstaatkundig in de tang.

Deze keer moeten we niet alles op dijkverhoging zetten. Vroeger trokken de Friezen zich in tijden van overstroming terug op terpen. Dat concept is nog steeds ijzersterk. Mijn idee is daarom dat we snel beginnen met het aanleggen van een gebergte in Flevoland. Een laaggebergte, dat minimaal vijftig meter boven NAP ligt, maar dat pieken heeft van zeker vijfhonderd meter. Dit gebergte moet tussen Almere en Lelystad komen te liggen en veertig bij twintig kilometer meten. Het moet wel een serieus berggebied worden, met ravijnen, steile hellingen en kolkende stromen met IJsselmeerwater. Maar daarnaast komt er een reeks onderling verbonden zeer grote valleien, geschikt voor woningen, kantoren en andere bedrijfspanden.

Technische problemen zijn er volop. Hoe maak je het gebergte stabiel? Moet je eerst heien of alleen een gigantisch fundament leggen? Welke materialen zijn het geschiktst? Daar mogen ze in Delft hun tanden in zetten.

Het is geen haastklus, het project mag best veertig jaar in beslag nemen. Maar uiteindelijk moet het gebied een alternatief worden voor de Randstad. Dat wordt een geleidelijk proces. Langzaam zullen investeringen in de overstromingsgevoelige Randstad te riskant worden en zal het Flevomassief, naast Zuid-Limburg en de Veluwe, een welkome uitwijkhaven vormen.

Tirades helpen niet terrorisme te bestrijden 2

Treffend bij het opgewonden debat dat politiek en intellectueel Nederland sedert de moord op van Gogh bezighoudt is, dat velen direct hun kans grijpen om voor eigen ideologisch gelijk te scoren. Minister Donner wil als christen prompt de kwestie van godslastering aan de orde stellen, Wilders, met in zijn flank de hypernerveus concurrerende VVD, roept om hard beleid en het is mos om de `linkse Kerk' met haar sleetse correctheid en multiculturele illusies van desastreuze wereldvreemdheid te betichten. We hebben, zij het wat laat, ineens `onze naïviteit' ontdekt en zien ze prompt overal, zoals we gisteren nog overal `discriminatie' ontwaarden.

Zo kraakt Paul Cliteur (24 december) de zo funeste `eigen-schuld-theorie'. Jihad en terroristisch fundamentalisme willen de vernietiging van onze liberale rechtstaat. Onze houding is daarop zonder enige invloed en daarmee basta. Bewijs: ook burgemeester Cohen en Aboutaleb, die de islam nooit onheus bejegenden, staan op een moordlijstje. Het gaat dus om een volstrekt autonome bedreiging. Hannibal staat voor de poorten en Rome-Nederland dient onmiddellijk in staat van verdediging te worden gebracht! In zoverre ietwat verrassend van iemand die zijn Buitenhof-column beëindigde omdat kritiek (volgens de AIVD?) gekwetste moslims rijp zou kunnen maken voor de jihad. Toen was onze houding blijkbaar niet zonder enig belang. En hier ligt precies de kern: het fundamentalistische terrorisme heeft alle bruggen afgebroken. Wilders, Hirsi Ali, Cohen, het hele Westenalle ongelovigen zijn één pot duivels nat! Maar er zijn nog de 80-90 procent gematigde en vreedzame moslims die door een paniekerige wij-zij-politiek kansloos geïsoleerd worden. Als we het terrorisme met succes willen bestrijden, kunnen we beter niet tegelijkertijd het potentiële reservoir onder jongeren (zie Mohammed B.) vergroten en dat heeft precies alles te maken met ons vermogen om niet onzerzijds kleurenblind te reageren. Een ideologische Hollandse waterlinie biedt een even dubieuze bescherming als destijds de militaire.