Zuiderzeelijn geen van niks-naar-nergens project

Sinds de publicatie van het rapport van de commissie-Duivesteijn wordt de Zuiderzeelijn in één adem genoemd met de HSL-Zuid en de Betuwelijn. De media praten echter slechts het rapport en elkaar na: nieuwe argumenten ontbreken. NRC Handelsblad doet mee aan de stemmingmakerij, onder andere in de krant van 20 december. Over vier kolommen wordt aandacht besteed aan een supersnelle bus, die een alternatief zou kunnen vormen voor de Zuiderzeelijn, die niet eens zo heel subtiel het stigma `dure' treinverbinding krijgt.

Het is mij een raadsel waarom de Zuiderzeelijn telkens wordt gezien als een duur, futuristisch prestigeproject. Goed beschouwd kan de lijn al gerealiseerd worden met het aanleggen van een normale treinverbinding tussen Groningen via Meppel en Emmeloord naar Lelystad, slechts een afstand van zo'n 80 kilometer. Dat is een logische uitbreiding van het spoorwegennet, die al een heel behoorlijke tijdwinst kan bieden, relatief eenvoudig (en goedkoop) te realiseren is, en weinig aanpassingsproblemen van reizigers vraagt.

Daarmee is de Zuiderzeelijn niet zomaar een investering in een prestigeobject van-niks-naar-nergens, zoals dat met de Betuwelijn het geval is: de lijn levert een bijdrage aan de ontwikkelingsmogelijkheden van plaatsen als Almere, Lelystad, Emmeloord en Groningen. Evenmin hoeven er peperdure investeringen te worden gedaan om hoge snelheden mogelijk te maken, zoals bij de HSL-Zuid. Ten slotte, aangezien de lijn grotendeels door leeg polderlandschap gaat, zal de inpassing in het landschap veel minder problemen met zich meebrengen.