Wees gul, en blijf gul

Terwijl de trieste teller van het dodental snel blijft oplopen, stromen wereldwijd de giften binnen om de slachtoffers van de vloedgolf in Azië te helpen. Zo ook in Nederland, waar het intussen wemelt van de hartverwarmende particuliere initiatieven, giro 555 in twee dagen al 2,7 miljoen euro binnenkreeg en de omroepen – ook de commerciële – volgende week donderdag inruimen voor een televisieactie. Wat nu al een van de grootste natuurrampen van de moderne tijd mag worden genoemd, leidt tot een golf van empathie, en terecht. Het onbeschrijfelijke leed komt via de media rechtstreeks de huiskamer binnen, en met name Europese landen tellen veel eigen burgers onder de slachtoffers.

Toch is het nu ook tijd om stil te staan bij de karakteristieken van al deze hulp. Het geld dat overheden bij dit soort gelegenheden vrijmaken – nu al tientallen miljoenen euro's – is in de regel geen nettobedrag. Er zijn potjes voor, en maar al te vaak gaat noodhulp ten koste van hulp elders. Het mag niet gebeuren dat een project voor, zeg, kansarme straatkinderen in de sloppenwijken van Zuid-Amerika wordt gekort omdat de geldstroom nu wordt verlegd naar Azië. Overheden moeten daarom voor alle eerlijkheid duidelijk maken of het hier gaat om nettobedragen of niet.

Dan de coördinatie van de hulp zelf. Aan gulheid ontbreekt het op dit moment niet, en terecht. Maar het absorptievermogen voor hulp in de rampgebieden is juist nu beperkt. Onnodige chaos bij het kanaliseren en coördineren van hulp onttrekt energie en aandacht die juist nu het hardste nodig zijn. Het beste kan het geld vloeien naar organisaties die ervaring hebben met rampen. Eigen initiatieven, om te voorkomen dat er `geld aan de strijkstok blijft hangen' van deze organisaties, ogen begrijpelijk, maar wat zijn de kosten als notabelen straks zelf een kijkje gaan nemen hoe het er met het schooltje voorstaat dat met de hulp van hun dorp is gebouwd?

Rampgebieden domineren het nieuws in de weken na de catastrofe. Maar voor de getroffenen zelf begint de beproeving daarna pas goed. Dat valt maar al te vaak samen met het moment waarop de aandacht van de wereld begint te verslappen. De getroffen bevolking heeft niet alleen familie, vrienden en geliefden te betreuren. De meest elementaire benodigdheden zijn weg: huizen, infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg en vooral de eigen middelen van bestaan zoals de boot van de visser, de voorraad van de handelaar, het zaaigoed en de voorlopig onbruikbare grond van de boer of het bewijs van eigendom – als dat er al was – van huis en land. De fase van herstel en wederopbouw is dus minstens even belangrijk als het lenigen van de eerste nood. De aandacht van de wereld moet daarom duurzamer zijn dan een eerste acute reactie van mededogen. Hoewel natuurrampen als de recente tsunami niemand sparen, worden de allerarmsten vrijwel altijd het zwaarst getroffen. Echte hulp heeft een lange adem en moet gericht zijn op werkelijke ontwikkeling en verlossing uit armoede en uitzichtloosheid. Als daar een begin mee kan worden gemaakt, kan er misschien nog iets goeds voortkomen uit de verschrikkelijke ramp van tweede kerstdag.