Watervoorziening blijft jaren probleem

Schoon water blijft nog enkele jaren lang hét probleem in het rampgebied rond de Indische Oceaan.

Toen Karst-Jan Hoogsteen, directeur van de Waterleidingmaatschappij Drenthe, maandag de beelden zag van de verwoestingen die de tsunami in het noorden van Sumatra heeft aangericht, was hem direct duidelijk dat de gevolgen voor de watervoorziening rampzalig moeten zijn. ,,Van de bovengrondse infrastructuur van de waterleiding in het gebied is niets meer over'', zegt Hoogsteen via de telefoon. ,,En een groot gedeelte van die infrastructuur ligt bovengronds.''

Hoogsteen kan het weten. De Waterleidingmaatschappij Drenthe (WMD) heeft uitgebreide contacten in het oostelijk deel van Indonesië. De samenwerking vindt plaats op basis van zogeheten public-private partnerships, waarbij WMD een meerderheidsbelang heeft in verschillende Indonesische waterleidingbedrijven. Kennis, financiering en management vallen onder verantwoordelijkheid van het Nederlandse waterbedrijf.

,,Onder normale omstandigheden leveren de waterleidingbedrijven in het getroffen gebied twee tot drie dagen per week water'', vertelt Hoogsteen. ,,Mensen leggen daarom altijd een eigen voorraad aan. Dat doen ze in reservoirs, die allemaal bovengronds staan. Maar daar is nu niets meer van over. In het getroffen gebied zullen ook de leidingen zijn gesprongen. Elders kan de waterleiding daarom alleen nog in afgesloten sectoren functioneren, maar Indonesische waterleidingbedrijven hebben vaak geen ondergrondse afsluitkranen. En als ze er wel zijn, weet vaak niemand waar ze liggen. Het waterleidingbedrijf heeft over het algemeen zelfs geen goed beeld van waar de pijpleidingen lopen. Soms zijn afsluitkranen bij de aanleg van een weg gewoon onder of zelfs in het asfalt verdwenen en daardoor onbereikbaar geworden.''

Hoogsteen vermoedt dat in de huizen in het rampgebied alle meters en kranen kapot zijn. Loze pijpjes halen de druk van de leidingen, waardoor het hele systeem is bezweken. Niet dat het leidingwater direct gebruikt zou kunnen worden om te drinken. ,,De waterzuivering is beperkt, leidingwater in Indonesië moet altijd eerst gekookt worden'', zegt Hoogsteen. ,,Daardoor bestaat er in het land een florerende markt voor flessenwater. Die is volledig in handen van één bedrijf, het Franse Danone, dat in de afgelopen jaren alle flessenwaterbedrijven in het land heeft opgekocht. Veel Indonesiërs besteden omgerekend wel vijftien euro per maand aan water uit flessen. Dat is net zo veel als in Nederland, maar voor hen is het vaak vijf tot tien procent van hun inkomen.''

Zoals altijd na rampen is de drinkwatervoorziening een van de meest acute problemen. Het aanwezige water is vaak ernstig vervuild, maar doordat er niet tijdig schoon water kan worden aangevoerd zijn mensen toch geneigd om het vuile water te drinken. Ze worden ziek en geven hun besmetting via het water door aan anderen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwt daarom altijd onmiddellijk voor het gevaar van zeer besmettelijke ziektes als cholera en tyfus. In de praktijk valt het overigens vaak mee met die epidemieën. Een verslaggever van de Washington Post beschreef gisteren hoe tussen de puinhopen in het Indiase Nagappattinam luidsprekerwagens rondreden die waarschuwden voor vervuild water.

Volgens Hoogsteen bieden de waterleidingsystemen geen oplossing voor het acute tekort aan water. Hij denkt dat het wel enkele jaren zal duren voordat het waterleidingbedrijf weer min of meer normaal functioneert.

De komende tijd biedt alleen de distributie van flessenwater een oplossing. Voor de periode daarna is Hoogsteen bezig een plan te ontwikkelen. In overleg met enkele andere Nederlandse waterleidingbedrijven, het Nederlandse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking en de Indonesische ambassade wil hij in Banda Atjeh over ruim een maand een noodvoorziening aanleggen.

,,We willen reservoirs bouwen met een inhoud van twee tot drie kubieke meter'', vertelt Hoogsteen. ,,Daar kunnen zo'n zestig gezinnen gebruik van maken. We schatten dat er in Banda vijftig tot honderd van dergelijke reservoirs nodig zijn. Daarnaast zijn een stuk of tien watertrucks nodig voor de dagelijks bevoorrading. Op die manier kunnen we ongeveer 60.000 mensen iedere dag vier tot vijf liter water geven.''

Een reservoir kost 250 euro, een watertruck ongeveer 16.000 euro. Voor nog geen 300.000 euro is het project uitvoerbaar en kan de periode tot het herstel van het waterleidingbedrijf overbrugd worden. Hoogsteen vertrouwt er daarom op dat het project zal slagen. Het is beperkt in omvang en het biedt direct resultaat.

Bovendien heeft de Waterleidingmaatschappij Drenthe eigen mensen in het gebied. Zo kan Hoogsteen precies nagaan waar het geld terechtkomt. ,,We zitten als het ware zelf bij de kraan.''