Tsunami kan vrede naderbij brengen

Nu de ontwrichte levens van zovelen in zo'n groot gebied weer moeten worden opgebouwd, is er gelegenheid om religieuze en etnische geschillen bij te leggen en de herinnering aan oude bittere gevoelens terzijde te schuiven, meent Michael Vatikiotis.

Het jammerlijke verlies van zoveel mensenlevens langs de kusten van de Indische Oceaan is misschien niet helemaal voor niets geweest. Nu de hulp op gang komt, zouden de politici kunnen proberen om op de door de tsunami achtergelaten puinhopen een nieuw tijdperk van vrede en veiligheid te bouwen.

Verscheidene door de reuzengolven getroffen gebieden werden geteisterd door aanhoudende conflicten.

Niet ver van het epicentrum van de reusachtige aardbeving bij NoordSumatra die de golven heeft ontketend, ging de bevolking van Atjeh sinds lang gebukt onder een conflict tussen separatisten en de centrale regering in Jakarta, dat volgens sommige schattingen sinds halverwege de jaren zeventig zo'n tienduizend levens heeft gekost. In Sri Lanka heeft zo'n twintig jaar burgeroorlog meer dan zestigduizend levens geëist. En dit jaar zijn in het zuiden van Thailand al bijna zeshonderd doden gevallen in een beperkte rebellie als gevolg van een conflict tussen de islamitische meerderheid in de drie zuidelijkste provincies en de boeddhistische minderheid aldaar.

De aantallen doden in die conflicten komen minder hard aan dan de uiteindelijke cijfers van de tragedie van afgelopen zondag. Maar wanneer het puin ten slotte is weggeruimd en de prijs aan mensenlevens vaststaat, zullen de oorzaken van de conflicten in deze gebieden nog altijd moeten worden aangepakt. Hopelijk zal dan ook de wens leven om de tsunami als uitgangspunt te nemen voor nieuw begrip en een nieuwe vrede.

Neem Atjeh: daar zijn de autoriteiten nu, na een staat van beleg van enkele maanden die waarnemers en helpers uit de door onlusten gekwelde provincie weghield, gedwongen buitenlandse hulporganisaties en media toe te laten. Wanneer de eerste opgave – de mensen helpen te overleven en weer een bestaan op te bouwen – achter de rug is, zou Jakarta de ter plaatse aanwezige internationale deskundigheid kunnen benutten om een rechtvaardiger relatie met de Atjehse bevolking op te bouwen en onderhandelingen te heropenen met de separatisten die streden voor autonomie.

In de eilandstaat Sri Lanka gloort de hoop dat de verregaande verwoesting van de kustgebieden de oorlogvoerende Tamils zal helpen hen te verenigen met de Singhalezen, die met vijf tegen één in de meerderheid zijn. Omdat de tsunami heeft toegeslagen zonder onderscheid naar ras, heeft iedereen er belang bij om het land weer op te bouwen.

De economie van zuidelijk Thailand zal ernstig te lijden hebben van de tsunami en de nasleep ervan, omdat ze zwaar leunt op het toerisme. Nu het rijke noordelijkste deel van Zuid-Thailand, rond Phuket, is verwoest, zou de regering door middel van een breed, alomvattend economisch stimuleringsplan voor de regio de eenwording van de islamitische en boeddhistische gemeenschappen kunnen bevorderen. De mensen aan moslimzijde die verantwoordelijk zijn voor het geweld moeten een stoppen met de golf moorden en bomaanslagen die dit jaar al meer dan 580 mensen het leven hebben gekost – zoals de hinderlaag waarbij maandag, een dag na de tragedie, in de provincie Songkhla drie politieagenten zijn omgekomen.

Wanneer zich op een zo reusachtige schaal menselijke tragedies voordoen, is de wereld geneigd tot solidariteit – hopelijk geldt dat ook voor de verdeelde gemeenschappen van de regio. Dit is voor landen niet het moment om zich te laten kluisteren door gevoelens van nationale trots, of voor opstandige bewegingen om te profiteren van de zwakte van een gecentraliseerde overheid. Dit is geen excuus om in de regio te proberen elkaar de loef af te steken of om als natie te blijven hameren op oude gekwetste gevoelens.

Nu allereerst de ontwrichte levens van zovelen in een zo groot gebied weer moeten worden opgebouwd, is er gelegenheid om religieuze en etnische geschillen bij te leggen en de herinnering aan oude bittere gevoelens terzijde te schuiven. Dit proces zal echter van de politieke leiders en de opstandige bewegingen een speciale inspanning vergen, om te voorkomen dat een van beide partijen politieke munt probeert te slaan uit de tragedie.

Een concreet voorstel: alle partijen in deze conflicten zouden kunnen samengaan in fora om de gevolgen van de tsunami aan te pakken. De internationale hulporganisaties waarop een beroep is gedaan, kunnen deze interactie ondersteunen. Op die manier kan het herstel van vertrouwen op gang komen, en dat kan uiteindelijk, wanneer de ontwrichte levens van de bevolking zoveel mogelijk zijn gered en weer op de been geholpen, leiden tot verdergaande onderhandelingen over een blijvende vrede.

Michael Vatikiotis is oud-redacteur van de Far Eastern Economic Review.