Tirades helpen niet terrorisme te bestrijden 1

Paul Cliteur bekritiseert die niet-moslims, die met betrekking tot moslimterrorisme de hand in eigen boezem steken (NRC Handelsblad, 24 december). Ze negeren immers bepaalde aanwijzingen dat moslimterroristen uit zouden zijn op een opheffing van de scheiding van kerk en staat. De eerste aanwijzing zou zijn de bedreiging van burgemeester Cohen van Amsterdam.

Dit lijkt mij een zaak van verwerpelijk antisemitisme, niets meer en niets minder. Met het fundamenteel afwijzen van de scheiding van kerk en staat heeft dat echter niet meer te maken dan bedreigingen van wie dan ook. Ook de constatering dat Ayaan Hirsi Ali wordt bedreigd en daarom bescherming behoeft, verschaft weinig inzicht in de principiële motieven van haar bedreigers. De speculatie over gewelddadige reacties van moslimterroristen op de onbevredigende strafvervolging van godslasteraars, is geen onderbouwing van Cliteurs stelling, maar een fantasie waar zijn stelling aanleiding toe zou kunnen zijn. Het enige argument dat overeind blijft staan, is de opmerking over de scheiding van kerk en staat in een op internet gepubliceerde bedreiging aan het adres van Aboutaleb.

Dit lijkt mij een magere grond voor een verstrekkende analyse van `de' beweegredenen van `de' moslimterroristen. Nederland lijkt inderdaad een probleem te hebben met mensen die geweld beschouwen als een geldig instrument om hun wensen te verwezenlijken, en hun religie gebruiken als rechtvaardiging van deze opvatting. Wat dat betreft denk ik dat Cliteur gelijk heeft. Het is echter geen nieuws en behoeft geen betoog op de opiniepagina van NRC Handelsblad. Cliteurs verhaal is gewoon een zoveelste tirade in een lange reeks tirades die het terrorisme niet helpen bestrijden. De shortcut to reality die hij voorstaat, leidt niet langs een incoherente aanval op vermeende pacifisten.