Quasi-mediterraans

Guus Middag luistert vandaag naar `Ik heb heimwee naar Marokko' van Rachid – `de Marokkaanse Frans Bauer'.

Door omstandigheden was het tv-programma Een ster in 40 dagen van de TROS de afgelopen zomer geheel aan mij voorbijgegaan. Het was een talentenjacht voor zangers van het Nederlandstalige levenslied. Jammer, want daarmee bleek ik ook meteen de doorbraak van Rachid te hebben gemist. Rachid had zich, althans volgens zijn platenmaatschappij, ontpopt als ,,een ietwat bescheiden, verlegen en goedlachse deelnemer''. Drie goede redenen voor een grote populariteit. Vierde goede reden: Rachid is van Marokkaanse komaf.

Daar zat handel in, zeker in tijden van inburgerings- en integratieproblematiek. Dus werd Rachid maar meteen breed in de markt gezet als `de Marokkaanse Frans Bauer'. Zo heet zijn website: www.demarokkaansefransbauer.nl. En zo staat het ook op de hoes van zijn eerste cd-single, en op de cd zelf: die wordt niet gezongen door `Rachid', maar door `Rachid (de Marokkaanse Frans Bauer)'. Tekst, compositie en productie: Adri-Jan Hoes, zoon van Johnny Hoes. Titel: `Ik heb heimwee naar Marokko'.

Gedurende de eerste tien seconden lijkt het lied zich in Marokko te gaan afspelen. We horen wat quasi-Noord-Afrikaanse geluiden, maar die worden resoluut weggedrukt door een muur van Hollandse poldersound, dertien in een dozijn. We kunnen meteen inhaken. `In m'n dorp in de woestijn,/ droomde ik van verre landen', zo begint Rachid zijn levensverhaal. Een en al cliché, maar dan volgt een verrassing. Want waar droomde de jongen van? `Van een toekomst vol avontuur,/ in een land met zee en stranden'. Met dat avontuurlijke land met zee en stranden kan niets anders dan Nederland bedoeld zijn. Generaties lang meende men hier dat het avontuur alleen in zuidelijke landen met veel zee en stranden te vinden was, bezongen in levensliederen in namaak-mediterrane stijl – en nu is er een Marokkaan die in doorsnee polonaisepop denkt het mediterrane levensgevoel aan de avontuurlijke Noordzee te zullen vinden. Als dat maar goed gaat.

Al in het tweede couplet moet Rachid op zijn schreden terugkeren: `Vaak denk ik terug,/ aan mijn land met zijn woestijn./ Hoe zou het met mijn dorp,/ en met mijn vrienden zijn?' En dan kan hij meteen door naar het hartverscheurende, uit volle borst meezingbare refrein: `Ik heb heimwee naar Marokko', ongeveer op de wijs van `Ik heb eerbied voor jouw grijze haren' en `Daar in dat kleine café aan de haven'. Een onvervalste smartlap. Zingen over huilen: `al die tranen bij het afscheid,/ op de dag dat ik ben weggegaan'. Zingen over heimwee: `naar dat dorpje waar mijn wiegje heeft gestaan', `naar dat huis en mijn vrienden op het plein'. Zingen over het verscheurde gevoel van iedere emigrant: `Ik vind het fijn om hier te zijn,/ maar mijn hart ligt bij mijn dorp in de woestijn'.

`Dorp' is het woord dat in elk couplet terugkeert. Dat is voor Rachid de kern van zijn heimwee. Als hij, in de slotregels, die foto van zijn dorp ziet hangen aan de muur, schiet hij weer vol: `'t Was er vredig en niet duur,/ waar is toch die tijd gebleven?' Is Rachid nu veroordeeld tot eeuwig heimwee? Misschien wel. Maar misschien is hij al meer ingeburgerd dan hij zelf doorheeft. Klagen dat thuis alles goedkoper is, is een typisch Nederlandse karaktertrek. Dan komt de rest ook wel. Aan zijn stem ligt het niet. Het duurt vast niet lang meer of hij kan onder zijn eigen naam gaan optreden. In het voorprogramma is dan misschien nog plaats voor ene Frans Bauer, tegen die tijd alleen nog bekend als `de Nederlandse Rachid'.

Een fragment van `Ik heb heimwee naar Marokko' is te beluisteren via www.nrc.nl.