Ontwerp voor de stilstaande auto

Waar laten we de auto in stilstand? Het vraagstuk parkeren is ,,een van de grote onopgeloste uitdagingen in onze hedendaagse stedelijke omgevingen'', constateren gastredacteuren Yosh Asato en Mallory Cusenbery in een themanummer van _Line. Dit viermaandelijkse tijdschrift van het American Institute of Architects (AIA), afdeling San Francisco, bestaat alleen in digitale vorm, op www.linemag.org.

Ondanks de grote invloed die het parkeren op onze omgeving heeft, het belang dat we eraan hechten en tegelijkertijd de hinder die we ervan ondervinden, wordt er weinig aandacht besteed aan het inpassen van en het ontwerpen voor de geparkeerde auto. Dat komt vast doordat we er zo dubbelzinnig tegenover staan: ,,We willen overal kunnen parkeren, maar we willen ook dat woonbuurten voetgangervriendelijk zijn. Als er in onze buurten parkeerruimte bijkomt, maken we ons zorgen over het drukke verkeer en de waarde van ons huis. Als er bij de bouw van nieuwe wijken te weinig parkeerruimte wordt aangelegd, maken we ons zorgen over de waarde van ons huis.''

Logisch dus dat _Line opgedeeld is in `To Park' (de auto gaat niet meer weg, handel daar dus naar) en `Not to park' (alternatieven als het delen van de auto en het gebruik van openbaar vervoer).

Dit themanummer bevat behalve een fraaie foto-essay van Randolph Ruiz ook een kunstproject van Deborah Stratman. Zij laat mobiele wachthokjes als een soort stadsguerrilla op allerlei lege plekken in Chicago opduiken. De essays zijn zeer de moeite waard, zoals de bijdrage van Yosh Asato. Zij haalt een rapport aan waaruit blijkt dat de grootste kostenpost voor het gemiddelde huishouden in de VS huisvesting is en daarna vervoerskosten. De vervoerskosten zijn aanzienlijk hoger dan de kosten van gezondheidszorg en onderwijs te samen. Jeffrey Tumlin en Adam Millard-Ball prikken tien mythes door over het parkeren. Om te beginnen de diepgewortelde overtuiging dat levendige steden een ruim aanbod aan parkeerruimte hebben – het tegendeel is het geval.

Maar de kern van de zaak voor een architectuurtijdschrift zijn natuurlijk de innovatieve projecten, hier gepresenteerd samen met korte interviews met de ontwerpers. Zo is er een parkeergarage gecombineerd met feestzalen, hotel, winkels en restaurant; de garage voor het San Francisco Museum of Modern Art heeft vitrines voor kunst op de begane grond en tentoonstellingsruimten en tuinen op het dak. Een ander project integreert ruim duizend parkeerplaatsen met gymzalen, klaslokalen, dansstudio's, een zwembad en op het dak sportvelden met tribunes.

Eén project, het hergebruik van een kantoor uit 1908 als appartementen met winkels beneden, is zelfs in het blad opgenomen omdat er géén parkeerruimte bij is. Dat is iets opmerkelijks in Amerika, de architect moest hiervoor zelfs dispensatie aanvragen bij de gemeente, die een norm hanteert van één parkeerplaats per woning. Een fietsenstalling is er wel, en verder heeft de ontwikkelaar een aantal plekken geleased in een nabijgelegen garage.

Voor Nederland, waar het niet-kunnen-parkeren lange tijd een belangrijk wapen was in de ideologische strijd tegen de auto, is deze problematiek nog prangender dan in de VS. Voor ontwerpers als het jonge Rotterdamse bureau Urban Affairs is het een dankbaar onderwerp. In februari verschijnt bij uitgeverij Thoth een nieuwe bijdrage aan de discussie, het boek Parkeren op niveau. De parkeergarage als ontwerpopgave door Floortje Louter en Ed van Savooyen.

_Line is te vinden op www.linemag.org.