Nieuwe feiten over dood van `rampzalige Claas'

De vader van de schrijfster Madelon Székely-Lulofs (1899-1958) pleegde zelfmoord in februari 1922 op Nieuw-Guinea.

In het literaire tijdschrift De Parelduiker besteedt Frank Okker aandacht aan de jeugd van deze Nederlands-Indische schrijfster, die met de roman Rubber (1932) wereldwijd succes kreeg. Dankzij gesprekken met familieleden en brieven heeft Okker onbekende feiten uit het leven van Székely-Lulofs weten op te sporen. In de nacht van zondag 12 februari 1922 maakte de ambtenaar Claas Lulofs door ophanging een einde aan zijn leven. Hij leefde gescheiden van zijn echtgenote. Zijn 22-jarige dochter Madelon Lulofs was inmiddels getrouwd en woonde op Sumatra. De vrouw van een bevriend geoloog raakte zwanger van Claas Lulofs en vernoemde haar zoon naar de natuurlijke vader, Claas. De komst van het buitenechtelijke kind heeft Lulofs tot zijn wanhoopsdaad gedreven. Vlak voor zijn dood schreef hij in een korte brief aan zijn vader: ,,Vergeef het me. Het was slordigheid en lichtzinnigheid, geen oneerlijkheid. Je rampzalige Claas''.

Over de manier waarop Lulofs zichzelf doodde, bestaat meningsverschil. Een getuigenis meldt dat Lulofs' dood het gevolg was van een spelletje Russisch roulette tussen de resident Lulofs en de bevriende geoloog, de echtgenoot van de vrouw met wie Lulofs een overspelige verhouding had. Anderen opperen dat Lulofs zichzelf heeft opgehangen. De versie van ophanging lijkt het meest waarschijnlijk, maar helemaal zeker is het niet. Er staan meer bijzonderheden in De Parelduiker, onder meer over het optreden van de jonge Hella Haasse tijdens de oorlog bij het Centraal Toneel in Amsterdam. De bekoorlijke Haasse speelde de rol van Sibilla, een bankiersdochter, in het toneelstuk Casanova in Amsterdam. Zij werd door het dubieuze tijdschrift Werkend Volk geroemd als `coming lady' en de `aanstaande ster van het ensemble'. Maar Haasse verbrak haar toneelcarrière en koos voor het schrijverschap.

De Parelduiker 2004/4. Uitg. Bas Lubberhuizen. Prijs €8,75.