Let's spend ... together!

Het hele afgelopen jaar deed de Nederlandse economie denken aan een bos te goedkope rozen. Steeds opnieuw werd de belofte van ontluikende bloei niet ingelost. Reëel, dat wil zeggen na uitschakeling van de invloed van de geldontwaarding, is het bruto binnenlands product (bbp) in de achter ons liggende vier jaar nu in totaal met hooguit 2,5 procent toegenomen. De bevolking groeide in de periode 2001-2004 met ongeveer driehonderdduizend zielen. Doordat zich rondom de nationale trog nu zoveel meer varkens verdringen, is het bbp per hoofd van de bevolking vier jaar lang praktisch gelijk gebleven.

Het al jaren stagnerende inkomensperspectief zou wel eens meer te maken kunnen hebben met het in 2004 tot uitbarsting gekomen nationale onbehagen, dan met de terreurdreiging binnen de landsgrenzen die de media en sommige politici op onverantwoorde wijze uitvergroten.

Voor het komend jaar zijn de economische verwachtingen evenmin hoog gespannen. Het Centraal Planbureau taxeert dat de reële groei van het bbp in 2005 slechts 1 procent zal bedragen. De Nederlandsche Bank komt iets hoger uit. Mogelijk zijn de economen van de studieafdeling van de centrale bank door hun hoogste baas, president Nout Wellink, aangespoord niet al te somber te zijn. Lage geprognosticeerde groeicijfers drukken de stemming in het land. Dan laten consumenten hun geld minder gemakkelijk rollen, maar zetten het voor de zekerheid op een spaarrekening. Ondernemers stellen hun investeringen uit. Wanneer de bestedingen van somber gestemde gezinnen en aarzelende investeerders achterblijven, kunnen berichten van officiële instanties over een opnieuw tegenvallende economische ontwikkeling werken als een

profetie die uit zichzelf in vervulling gaat.

Ook anderszins probeert Bankpresident Wellink tegengas te geven. Om de groeicijfers op te juinen, riep hij de Nederlanders onlangs publiekelijk op in te teren op hun gezamenlijke spaarbanktegoed van 180 miljard euro. Wanneer zij komend jaar daarvan een kleine 3 procent opnemen en samen dus 5 miljard méér uitgeven, groeit het bbp met een vol procent extra. Hopelijk helpt zijn oproep, maar lang niet alle consumenten kunnen de beurs trekken. Veel mensen hebben grote moeite de eindjes aan elkaar te knopen of staan chronisch rood bij de bank.

De oproep van Wellink was dus vooral gericht aan de `mieren', mensen die doorgaans al jarenlang weloverwogen een deel van hun inkomen opzij leggen voor tijden dat het ze minder voor de wind gaat. Het is de vraag of deze groep op gezag van de Bankpresident zijn spaargedrag zal aanpassen, zeker zolang het kabinet de burgers indringend op hun eigen financiële verantwoordelijkheid blijft aanspreken. Zo gaat komend jaar de premie voor oudedagspensioen en ziektekostenverzekering fors omhoog, dikt de energierekening aan en wordt de kinderopvang voor veel wat beter bemiddelde ouders een stuk duurder. Door strengere herkeuringen verliezen vijftig- tot honderdduizend arbeidsongeschiktverklaarden hun WAO-uitkering. Vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers sloten in de Sociaal-Economische Raad een monsterverbond: ook 64-plussers zouden straks premie voor de AOW moeten gaan betalen.

Prudente burgers die hun pensioen hopen te halen, voelen zich daarnaast in het nauw gebracht door hardnekkige speculaties – tot in de laatste miljoenennota toe – over de noodzaak de

AOW-gerechtigde leeftijd in de nabije toekomst stapgewijs te verhogen van 65 tot 67 jaar. In zo'n onzeker klimaat lijkt het onwaarschijnlijk, dat gezinnen bereid zijn massaal het breekijzer in hun spaarsaldi te zetten teneinde het nationale groeicijfer op te peppen.

Hoop op betere tijden valt te peuren uit de recente Vier vergezichten op Nederland van het Centraal Planbureau. De auteurs van dit rapport ontvouwen vier economische scenario's voor de periode 2001-2040. Zelfs in het ongunstigste geval – waarin ons land zich vastklampt aan zijn soevereiniteit en de collectieve sector uitdijt – groeit het bbp per hoofd nog met 0,7 procent per jaar. Bij het toekomstbeeld met de gunstigste uitkomst – waarbij ons land zich openstelt voor internationalisering en de collectieve sector drastisch wordt hervormd – groeit het bbp per hoofd met iets meer dan 2 procent per jaar. Het totale aantal in de economie gewerkte uren neemt in drie van de vier scenario's af, vooral onder invloed van de vergrijzing van de bevolking. De groei van de binnenlandse productie moet dan helemaal komen uit verbetering van de arbeidsproductiviteit – een steeds hogere productie per gewerkt uur. Bij veronderstelling neemt zij, afhankelijk van het scenario, jaarlijks toe met 1,2 tot 2,1 procent. Dat lijkt rijkelijk veel, gezien het feit dat de arbeidsproductiviteit in de periode 1995-2003 met slechts een half procent per jaar verbeterde.

Bij deze laatste column van het jaar past echter een lange-termijnperspectief. Sinds 1870 is de productie per gewerkt uur altijd met ten minste 1,2 procent per jaar toegenomen, na de eerste oliecrisis (1973) nog altijd met bijna 2 procent per jaar. Hopelijk herhaalt de productiviteitsgeschiedenis zich. Wie spaargeld bezit, kan de toekomst een handje helpen: let's spend together in 2005!