Ik lijk echt op Mohammed B.!?

`Was de moord maar eerder gebeurd.' Kan je dat schrijven? Nee. Maar dan waren we wel een stap verder geweest. Want waar stille segregatie heerst, groeit de harde plant van het fundamentalisme door, meent Abdelkader Benali.

Ik groeide op in Rotterdam, de stad waar de in 2002 vermoorde politicus Pim Fortuyn zijn onweerstaanbare opmars maakte. Nu woon ik sinds twee jaar in Amsterdam, de stad waar Mohammed B. op 2 november zijn wapen leegschoot op regisseur Theo van Gogh. Het eerste wat ik dacht toen ik meer over hem te horen kreeg, was: deze jongen is maar twee jaar jonger dan ik en lijkt meer op mij dan ik wil toegeven.

Mohammed B. stond bekend als hardwerkend, braaf, ambitieus, op zoek naar verbetering van zijn omgeving en die van anderen. Dat ben ik ook, dacht ik. In een krantenartikel werd geschreven dat B. behoort tot een van die Marokkanen die het succes bijna kunnen aanraken. Maar als dat niet gebeurt, geraken ze in een crisis. Er zijn veel van deze jongens. Heb ik dan wel succes gehad?

Ik ben midden jaren zeventig in Marokko geboren en op mijn derde naar Nederland gekomen als kind van een gastarbeider. Deze eerste migranten accepteerden dat ze geen succes zouden hebben in de ontvangende samenleving, als het met hun kinderen maar beter ging. Zij waren tevreden met wat ze ontvingen (dat was al een enorme stap vooruit vergeleken met de bergdorpjes waar ze vandaan kwamen) en bewezen lippendienst aan Nederland door hun mond te houden en het woord aan hun belangenvertegenwoordigers te laten.

De tweede generatie scheurde dat contact door. Zij spreken nu vloeiend Nederlands en leggen de vinger op de zere plek. Ze schoppen tegen heilige huisjes aan en willen geaccepteerd worden als Nederlander. Dat ze zo geworden zijn, komt niet door hun ouders, het komt door Nederland. Nederland heeft hen mondig gemaakt. Mohammed B. is, ironisch genoeg, een product van Nederland. Hoe is dat gebeurd?

Mijn moeder nam me mee naar Nederland en gaf me uit handen aan de Nederlandse samenleving. Deze samenleving groeide uit tot mijn peetmoeder en algauw was ze, op alle fronten, mijn echte moeder voorbijgesneld. (Alleen in moederliefde kon niemand mijn moeder overtreffen.) In Nederland heb ik mijn intellectuele vorming met de paplepel ingegoten gekregen. Lezen, schrijven, rekenen. Ik werd gevuld met goddelijke en goddeloze, aansprekende en verontrustende ideeën. Maar met één ding had ik moeite: in Nederland moet je altijd zeggen wat je denkt. Dat vindt men spontaan en sportief, maar als ik het deed, kwam ik in moeilijkheden, zowel thuis als op straat als op school. Ik begreep dat je als je iets direct wil zeggen, je het op zo'n manier moest zeggen dat je ermee wegkwam en nog waardering kreeg ook. Ik wilde, kortom, schrijver worden.

Mohammed B. wilde mensen helpen. Hij deed vrijwilligerswerk in een buurthuis. Hij was op weg naar het succes. Hij zei wat hij dacht.

Nederland geeft talent de ruimte. Je krijgt een kans en als je die verpest, krijg je er nog een. Zo zijn we. Daar zijn we trots op, daar is voor gevochten.

Maar als je dan vroeg wanneer dat was gebeurd en je de fijne details ervan wilde weten, moest men je het antwoord schuldig blijven. Nederland kent ongelooflijke vrijheden en weinig geschiedenis. Mohammed B. gaf op een gegeven moment die vrijheden op en ging op zoek naar de geschiedenis waar hij een rol in wilde spelen. Ik wilde een schrijver zijn. Ik vond dat ik iets te vertellen had dat nog niet eerder was gedaan of gezegd. Ik vond zelfs dat ik de Nederlandse taal moest uitbuiten en dat werd aangemoedigd; het mocht, men wilde niets liever.

Dat is het Nederland waarin Mohammed B. en ik zijn opgegroeid. Het Nederland van de goede bedoelingen. Het land dat zijn idealen hoog in het vaandel had staan en zo graag progressief en tolerant wilde zijn, soms tegen beter weten in. Op een gegeven moment begon de onvrede wat te groeien, het sudderde een beetje, maar nu kwam het sterker naar boven. Mensen zagen dat de problemen niet werden aangepakt door de heersende elite. Je zag dat er veel allochtonen op een kluitje zaten, maar waarom sprak Den Haag daar niet over? Het was toch bekend dat criminaliteit onder Marokkanen hoger was dan onder Nederlanders, waarom werd daar niets aan gedaan? Vragen die in een andere samenleving misschien hardop uitgesproken zouden worden, leefden hier een fluisterend bestaan. Je mocht er niet over praten, want dat was on-Hollands. Niet tolerant. Na 11 september 2001 ging het hard. De moslim werd nu het verzamelpunt van kritiek en ressentiment.

Onze vrijheden kwamen in gevaar door de aanwezigheid van een groeiende groep onverdraagzame, traditioneel ingestelde conservatieve moslims. Er was onbegrip. Rotterdam en daarna Nederland viel voor Pim Fortuyn. Twijfels over de multiculturele samenleving werden hard uitgesproken, steeds een decibel harder en harder en harder, totdat de trommelvliezen er van begonnen te scheuren. Ik trok me er niets van aan. Nederland is zo liberaal, er is ruimte voor meerdere ideeën en het was misschien goed dat de overspannen socialistische heilsdromen wat tegenwicht kregen, daar had het debat baat bij. De samenleving veranderde nu eenmaal in hoog tempo en je hoorde daar volwassen mee om te gaan. Kortom, ook ik dacht dat de politieke elite het wel zou oplossen. In plaats daarvan bleven ze doorslapen, leek het, terwijl de kritiek aanzwelde en aanzwelde.

Die ongezouten kritiek is er niet altijd geweest. Als je begin jaren '90 zei dat het Nederlandschap meer moest gaan betekenen voor allochtonen en autochtonen of dat huwelijksmigratie ook negatieve gevolgen had, of als je de verloedering aanwees, dan keek men je meewarig aan. Het is niet de gewoonte om daar in Nederland zo open en vrolijk over te praten. We hebben toch het paradijs?

Ik vond het opvallend dat uitgerekend mijn ouders de eersten waren die sentimenteel begonnen te doen over het oude Nederland. Lang voor Fortuyn ving ik aan de eettafel hun kritiek op: ,,Nederland is door migratie veranderd. Veel Marokkanen raken de weg kwijt in dit land. Nederland zou wat beter op zijn zaak moeten passen.''

Uitspraken van directe, eenvoudige mensen. Voormalige migranten die Nederland de maat nemen, terwijl Nederlanders het zelf ook zagen. Ik had nooit gedacht dat mijn ouders zo de spijker op de kop zouden slaan. Ik gun ze hun gelijk, maar de nasmaak is bitter. En natuurlijk zeiden mijn ouders ook dat in Nederland alles mag en dat ze niet zo goed begrepen waarom dat maar allemaal moest kunnen. Over homoseksualiteit werd thuis nooit gesproken. Er werd nooit over seks gesproken, behalve dan in bedekte, omzichtige bewoordingen.

De tijd van vreedzame coëxistentie is nu voorbij. De kritiek van de Nederlanders op de multiculturele samenleving kan op tegenkritiek rekenen. Marokkanen spreken terug. Er is nu een discussie ontstaan die voorheen een discussie tussen doven was. De voornaamste klacht van de migranten is dat Nederlanders niet begrijpen hoe diep het steekt dat ze steeds worden gezien als allochtonen. Elke discussie keert daarnaar terug. Het woord wordt door iedereen als zeer negatief ervaren. Allochtoon genoemd worden is de ultieme uitdrukking van segregatie. Het is een Kaïnsteken. Een veroordeling. Een stiekem scheldwoord. Het zou misschien een goed idee zijn om dit woord te schrappen. Het staat nu synoniem voor problemen die `door anderen' worden veroorzaakt en die we niet hebben gewild.

Hoe komt het toch dat die vreedzame coëxistentie is geworden tot zo'n hard, bij wijlen oppervlakkig debat, dat slachtoffers is gaan eisen? Dat komt omdat Nederland is stil blijven staan. Het is zo lang buiten de wereldgebeurtenissen gebleven. Het dacht al die tijd met verzuiling en pacificatie van minderheden (het beproefde recept) en zijn tolerantie de boel wel schoon en droog te kunnen houden. Het is allemaal niet zo uitgekomen als men had gewild. De tolerantie bleek voor kortzichtigheid te staan. Soms is tolerantie een blok aan je been. Tolerantie is natuurlijk een ultiem doel, maar je mag het niet gebruiken om er de werkelijkheid mee te verdoezelen.

Nederland leek progressief, maar nu de keizer naakt door de stad loopt zien we dat het al die tijd is stil blijven staan. Waarom duurt het zo lang voordat er een begin wordt gemaakt met een Nederlandse islam? Omdat wij de verzuiling hebben gekend, hoor je dan. Maar hier wordt te veel vanuit de eigen bestaansgeschiedenis geredeneerd. Er is niet één soort islam in Nederland, zoals er ook niet één soort Marokkaan is. Door de recente berichtgeving lijkt het alsof alle Marokkanen één blok vormen. Niets is minder waar. Breng vijf Marokkanen bij elkaar en je hebt binnen tien minuten zes meningen. Maar de Nederlanders zien dat niet. Hoe komt dat? Pure onwetendheid van beide kanten. Nederland blijkt een land te zijn vol gescheiden samenlevingen. Uit beleefdheid en voornaamheid worden minderheden met rust gelaten. Ze mogen het in eigen kring uitzoeken. Nederlanders hopen dan maar stilletjes dan ze het dan ook in eigen kring oplossen.

Nog steeds is er maar weinig culturele uitwisseling over en weer. Sinds vijfentwintig jaar groeit de groep moslims in Nederland, maar niemand heeft weet van hun gebruiken. Hoe komt het dat de heersende elite daar nooit werk van heeft gemaakt? Hadden ze het te druk?

Nadat mijn laatste boek uitkwam, ben ik lezingen gaan houden. Ik zag het publiek snakken naar verhalen over Marokko, ze wilden weten hoe ik ben opgegroeid, hoe ik me hier voel, hoe ik denk. De nieuwsgierigheid is groot. Daarom denk ik ook: moeten de moslims niet vaker het nieuws brengen in plaats van steeds in het nieuws te komen? Dat is een manier om de onwetendheid op te heffen. Maar vergissingen liggen ook op de loer. Na de moord op Van Gogh schoten Turkse islamitische woordvoerders in de houding om zich schuldig te voelen over iets waar ze niet schuldig aan zijn een goede Nederlandse gewoonte. De Nederlanders waren hier erg verheugd over. In plaats van er verheugd over te zijn, zouden ze zich moeten schamen over hun onwetendheid. De Turkse moslim verschilt van de Marokkaanse moslim als een Palermitaanse katholiek van een Zweedse vrijdenker. Marokkanen bidden niet in Turkse moskees en Turken niet in Marokkaanse. Hoe gek het ook klinkt, maar dit soort gedrag bevordert de segregatie.

Maar, hoor je dan, hoe zit het dan met die botsing der beschavingen? Is de moord op Theo van Gogh niet de moord van een moslim op een regisseur die al het kwaad van het Westen vertegenwoordigt: decadentie, misplaatste superioriteitsgevoelens, atheïsme, vette rijkdom? Voor de fundamentalisten was Theo van Gogh, ongewild, verworden tot de volmaakte karikatuur van het verdorven, rijke Westen. Hij had zijn buik mee en zijn uitspraken ook en hij past in hun theorie van de strijd tussen de islam en het Westen.

We leven in het tijdperk van de monolithische theorieën, de een verdringt de ander om de alleenheerschappij. Elke theorie probeert de werkelijkheid terug te brengen tot een aantal volmaakte uitgangspunten. De theorie van de botsende beschavingen gaat ervan uit dat de komende oorlogen uitgevochten zullen worden op de grenzen waar deze beschavingen zitten. Maar de Italiaanse schrijfster Oriana Fallaci schrijft in haar pamflet de Kracht van de rede dat de moslims naar Europa zijn gekomen (uitgenodigd door linkse mensen, in haar visie) om de oorlog hier uit te vechten door middel van hun wassende aantallen. De oorlog zal via de demografie uitgevochten worden. De oplossing van Fallaci is om alle moslims Europa uit te zetten. Ik ben dol op theorieën, maar hou niet zo van dit soort conclusies. Uiteindelijk moet Europa haar burgers ervan overtuigen dat deze theorie geen opgeld kan doen. Ze moet er de praxis tegenover zetten. Europa is een voorbeeld van hoe een open civil society behoort te functioneren, haar absorptievermogen lijkt bijna eindeloos. Maar haar waarden en normen staan onder druk en dat vraagt om meer Europa en minder etnocentrisme. Het vraagt om meer moed om deze waarden uit te dragen en om minder angstscenario's.

Op 2 november zag iedereen, Nederlanders, moslims, Marokkanen, het gevaar van de haat. De taal van het bloed had gesproken. De taal van deze haat is mede gegroeid door de groeiende stille segregatie. De enige manier om dit tegen te gaan is door de segregatie een halt toe te roepen. Op dit moment lijkt het alsof elke politieke beslissing segregatie alleen maar in de hand werkt. De politieke elite ontbeert visie, ze denken dat ze Nederland weer kunnen maken zoals het voor de komst van de migranten was. De elite grossiert in dromen en misleidt het volk. De politieke elite is dom.

Marokkanen waren altijd gewend om, op het moment dat het hun uitkwam, hun rug naar de Nederlandse maatschappij te keren. De Nederlandse samenleving vond dat ook best en had daar zelfs begrip voor. Dat is mooi. Dat is een teken van beschaving. Langs elkaar heen leven, vele jaren lang, kan een teken van beschaving zijn. De Nederlanders liepen de couscous mis, en de Marokkanen het Concertgebouw, maar je krijgt er veel rust voor terug. Ik dacht eerst: laat mijn openingszin zijn: ,,Was de moord maar eerder gebeurd''. Dan zouden we nu een stap verder gezet kunnen hebben. Waar stille segregatie heerst, groeit de harde plant van het fundamentalisme door.

Marokkanen kunnen niet altijd hun rug draaien als het hun uitkomt, maar moeten soms ook hun gezicht laten zien als de ander daar behoefte aan heeft. Dus er is ook iets van bevrijding: we zullen nooit meer vreemden voor elkaar zijn, want het noodlot heeft ons bij elkaar gebracht.

Abdelkader Benali is schrijver.