Het jaar van de olie

Dreigende tekorten, torenhoge prijzen en ook nog extreme schommelingen in de prijzen: het was een turbulent jaar op de oliemarkt. Gezien de aanhoudende politieke onzekerheid en de angst voor terreuraanslagen wordt het er in 2005 niet beter op.

`Wij roepen de mujahedeen op het Arabische schiereiland op de rijen te sluiten en de olievelden tot doelwit te kiezen. Olievelden die niet de islamitische natie dienen, maar de vijanden van deze natie.''

Deze oproep van Al-Qaeda eerder deze maand haalde de meeste Nederlandse kranten niet. De bedreiging was dan ook niet direct gericht tegen westerlingen. Maar ze kan wel voor hen enorme gevolgen hebben als ze wordt uitgevoerd: de organisatie van Osama bin-Laden riep op tot een aanval op olie-installaties in Saoedi-Arabië – niet alleen het centrum van de moslimwereld, maar het afgelopen jaar ook van de oliesector.

De oliemarkt beleefde een zeer hectisch jaar. Een jaar met dreigende tekorten en torenhoge prijzen. Een jaar ook waarin de olieproducenten in het middelpunt van de politieke en economische belangstelling stonden, Saoedi-Arabië voorop. De kans is groot dat 's werelds grootste olieproducent ook in 2005 op veel aandacht kan rekenen van politieke leiders en financiële markten, helemaal als de dreiging van Al-Qaeda realiteit wordt.

2004 was niet alleen hectisch. Het afgelopen jaar kan de geschiedenis ingaan als het jaar waarin de oliesector een ander uiterlijk kreeg, gekenmerkt door structureel hogere olieprijzen. Dit was ook het jaar waarin China doorbrak als serieuze energievreter, én het jaar waarin de zorg om de veiligheid van de olietoevoer (security of supply) definitief een hoge plek op de politieke agenda kreeg. Een jaar waarin elk signaal, hoe klein ook, voor grote schommelingen op de markt zorgde, of het nu de dreigende staking was in Venezuela of de broeiende sociale problemen in Nigeria.

De onrust die de markt de afgelopen twaalf maanden typeerde zal blijven, zo verwachten experts. Die wordt waarschijnlijk meer door de onvoorspelbaarheid van ontwikkelingen veroorzaakt dan door de schommelende en hoge olieprijs. Deze onrust kan bovendien op de langere termijn invloed hebben doordat het de speurtocht kan intensiveren naar een economie die minder afhankelijk is van het zwarte goud.

Maandenlang regeerde de angst dat er een tekort aan olie zou ontstaan. De problemen bij een aantal producenten, plus de onverwacht grote stijging van de vraag, zorgden ervoor dat vraag en aanbod vrijwel gelijk lagen. Deze angst, gevoed door onder meer de scherpe stijging van de vraag, zorgden voor een historisch hoge olieprijs.

Sommige ontwikkelingen hadden het hele jaar invloed op de markt, zoals de steeds verder escalerende strijd tussen de Amerikanen en de militante strijders in Irak. De onrust in Irak – in potentie een van de grootste olieproducenten ter wereld – beperkte zich niet alleen tot aanslagen op Amerikanse soldaten en het ontvoeren van westerlingen en welgestelde Irakezen. Met grote regelmaat voerden de militanten aanslagen uit op oliepijpleidingen. De Iraakse olieminister Thamir Ghadbhan maakte onlangs bekend dat er in november maar liefst 27 van dergelijke aanslagen plaatsvonden. De export van Irak daalde in deze maand naar 1,3 miljoen vaten per dag, 500.000 minder dan in oktober en het laagste niveau van heel 2004.

In buurland Saoedi-Arabië werden westerlingen – onder wie employees van oliebedrijven – vermoord door aanhangers van Al-Qaeda. Dit had dan wel geen directe invloed op de productie, maar leidde opnieuw tot onrust, net als de gevechten in Irak. De vrees voor aanslagen hing sowieso het hele jaar boven de markt en zorgt nog altijd voor een risicopremie op de olieprijs van vijf tot tien dollar.

Die dollar zelf verzwakte dit jaar zodanig tegenover de euro dat het de olieprijs opstuwde. Immers, olie wordt in dollars betaald, maar de olieproducenten moeten veel van hun eigen importen in euro's betalen. Ze hebben dus meer dollars nodig om deze rekening te kunnen voldoen.

Daarbij kwam dat de vraag onverwacht snel steeg tot vrijwel hetzelfde peil als de productie. Dit kwam vooral door de toenemende vraag uit China, maar ook doordat de Amerikaanse economie zich herstelde. De Amerikanen nemen ongeveer 25 procent van het wereldwijde olieverbruik voor hun rekening. Tel daarbij op het schandaal rond het Russische olieconcern Yukos, de continue maatschappelijke onrust in Venezuela en Nigeria waardoor de olietoevoer uit deze landen onder druk kwam te staan, én de orkanen die de productie in de golf van Mexico verlamden – alle ingredieënten voor een zeer turbulent jaar zijn aanwezig. ,,Zelfs in de jaren van de oliecrisis hadden we niet zulke prijsbewegingen. Toen was het een gestage stijging, maar nu hebben we megaschommelingen'', aldus energie-expert Ben van Gils van Ernst & Young. ,,Het zijn vaak maar kleine prikjes, maar elk signaal lijkt de markt te beïnvloeden.''

De prijs van een vat Brent – olie uit de Noordzee – begon het jaar rond de 30 dollar, steeg in de zomer tot ruim 51 dollar en staat momenteel op ongeveer 39 dollar. De Amerikaanse oliesoort West-Texas Intermediate maakte een sprong van 33,50 tot boven de 54 dollar per vat en staat dezer dagen rond de 42 dollar. De niveau's van afgelopen zomer waren de hoogste ooit, tenminste als er niet wordt gecorrigeerd voor inflatie. Mét zo'n correctie kostte de olie wel minder dan begin jaren tachtig toen voor een een vat – tegen de huidige marktwaarde – rond de 80 dollar moest worden betaald.

Nu we aan de poort staan van 2005 dringt de vraag zich op: kan zo'n jaar, onwaarschijnlijk als het was voor de oliemarkt, zich herhalen?

Wellicht niet in dezelfde intensiteit, maar de oliesector zal voorlopig wel instabiel blijven. ,,Ook in 2005 zal er weer veel volatiliteit zijn en ik verwacht dat de prijzen op een hoog niveau blijven staan'', stelt Van Gils.

Zo zal de angst voor terreuraanslagen ook de komende maanden boven de markt blijven hangen. De dreiging van Al-Qaeda laat bovendien zien dat deze organisatie olie-installaties specifiek tot doel heeft verheven. Speculeren over de olieprijs is voor een groot deel koffiedik kijken, maar zo veel is zeker: een geslaagde aanslag op een olie-installatie in Saoedi-Arabië zal de prijs tot nieuwe hoogtes doen stijgen.

Dat die prijs hoog blijft in vergelijking met de afgelopen twee decennia, is deels ook te danken aan de machthebbers in Riad. Het koninkrijk is het machtigste lid van OPEC, het kartel dat momenteel bijna 40 procent van de olie-export controleert. OPEC-olieministers hebben gezegd dat het kartel in 2005 serieus moet overwegen de brandbreedte te verhogen waarbinnen de olieprijs zich mag bewegen. Officieel staat deze nog op 22 tot 28 dollar, maar gezien de prijsontwikkelingen van het afgelopen jar nemen weinigen dit nog serieus. Verwacht wordt dat OPEC tijdens de vergadering eind januari de bandbreedte zal verhogen naar 30 tot 35 dollar. Daarmee krijgt de olieprijs als het ware een duw in de rug om structureel hoger te blijven.

De vrees voor een daadwerkelijk tekort aan olie zal ook in 2005 weer aanwezig zijn. Er ligt nog veel olie onder de aardkorst; hoeveel precies is onderwerp van debat onder analisten. Sommigen verwachten dat tussen 2015 en 2020 de productiepiek zal zijn bereikt, waarna de toevoer van olie langzaam maar zeker zal afnemen. Volgens het International Energie Agentschap (IEA) zal deze piek pas in 2030 worden bereikt. Het huidige probleem is dan ook niet zozeer dat er te weinig olie is om in de vraag te voorzien, maar dat er te weining pompen en installaties in woestijnen en zeeën staan om het op te pompen.

Volgens het IEA zal de vraag in 2030 60 procent hoger zijn dan nu, met name door de toename van het stroomverbruik. Om aan deze vraag te voldoen zijn investeringen nodig in de hele wereldwijde energie-infrastructuur van jaarlijks 568 miljard tot aan 2030, in totaal dus 16 triljoen dollar. De landen in

het instabiele Midden-Oosten zullen aan de stijgende vraag moeten voldoen; OPEC ziet zijn marktaandeel dan ook groeien tot 53 procent. Zelfs in de jaren zeventig had het kartel niet zo'n machtspositie.

Deze zorgen om de security of supply spelen ook op de korte termijn een steeds belangrijkere rol. Het gaat dan niet alleen over de zekerheid dat de dagelijkse olieconsumptie veilig wordt aangeleverd, maar ook of een land over vijf of tien jaar nog toegang heeft tot energiebronnen. Voor veel landen is dit het belangrijkste onderwerp voor de komende jaren. Niet alleen voor een energieslurper als de VS, maar ook Japan – dat ál zijn olie moet importeren – en de olie-arme, opkomende Aziatische economieën.

Het veiligstellen van de toevoer is direct gelieerd aan terreur. Zo wordt er sinds de aanslagen van 11 september zorgelijk gekeken naar de toevoer door de Straat van Hormuz in de Perzische Golf en de Aziatische Straat van Malakka. Dit zijn twee nauwe en zeer kwetsbare punten waar dagelijks 26 miljoen vaten olie doorheen worden getransporteerd – en dat aantal zal de komende jaren sterk stijgen.

Olie krijgt de komende jaren ook een prominentere plaats op het politieke strijdtoneel tussen de VS en Azië, en dan met name China. Het IEA noemt de onzekerheid over de groei van China dé wildcard als het gaat om de voorspellingen voor 2005. De Chinese economie groeit enorm en daarmee ook de energieconsumptie. Ter illustratie: de olieconsumptie is in de VS 28 vaten per persoon per dag, in Japan 17 vaten en in China nog maar 1,7 vaten. China heeft wel olie, maar niet genoeg om de groei te dekken, en het werd tijdens de jaren negentig een importeur van energie waardoor de druk op de wereldmarkt toenam.

De Chinezen zijn dan ook druk bezig de toekomstige olietoevoer veilig te stellen. In Afrika zijn de Chinese energiebedrijven contracten aan het afsluiten en de railverbinding tussen Rusland en China wordt uitgebreid zodat de olietoevoer vanuit dit land zal stijgen. Vorige week nog werd bekend dat China gaat meehelpen de olie-industrie van Venezuela verder te ontwikkelen – een ontwikkeling die de Amerikanen zorgelijk zal stemmen. Venezuela is momenteel 's werelds vijfde producent en levert het grootste gedeelte van deze olie aan de naburige Verenigde Staten.

Het gevecht om de olie en de hogere volatiliteit en prijzen – die in verhouding met de afgelopen twintig jaar nog altijd zeer hoog zijn – hebben wel een effect dat olieproducenten vrezen: de westerse geïndustrialiseerde wereld denkt weer serieus na over de manier waarop de afhankelijkheid van olie-import kan worden teruggebracht. Zoals na de twee oliecrises van de vorige eeuw energiezuinigheid en alternatieve, duurzame energievormen een opmars kenden, zo is de discussie nu ook weer opgelaaid. De Amerikaanse vice-president Dick Cheney wil al jaren de Amerikaanse olieproductie verhogen door te gaan boren in de natuurgebieden van Alaska, iets dat vooralsnog nog niet is gelukt.

Een andere oplossing kwam uit een rapport van het Amerikaanse Rocky Mountain Institute. Dit prestigieuze instituut onderzocht dit jaar in opdracht van het Pentagon wat de VS moet doen om van de afhankelijkheid van buitenlandse olie af te komen. In het rapport Winning the Oil Game: Innovation for Profits, Jobs and Security roepen de schrijvers echter niet op tot het exploreren van de olievoorraden in Alaska. Nee, ze breken een lans voor het verlaten van de olie-economie. De VS, vinden zij, kan beter werken aan een waterstof-economie, waarbij waterstof uit gas wordt gehaald. Als energiebron is dit dat bovendien veel milieuvriendelijker dan het gebruik van fossiele brandstoffen.

Volgens professor Armory Lovins, president van het instituut, kan de VS in 2035 dankzij zo'n omschakeling volledig onafhankelijk zijn van buitenlandse olie. ,,Dit proces zal minder kosten dan het aankopen van alle buitenlandse olie.'' Bovendien hoeven de consumenten dan minder bevreesd te zijn voor aanslagen op Saoedische olie-installaties.