Hard gewerkt om ouders te houden

Ouders moeten vanaf 1 januari de crèche zelf betalen. Crèches vreesden veel opzeggingen, maar in de praktijk valt het mee. Alleen tienermoeders en probleemgezinnen halen hun kind van de crèche.

Kinderopvangorganisaties hielden de afgelopen maanden rekening met vijf tot vijftien procent opzeggingen. Komend jaar wordt de Wet basisvoorziening kinderopvang (WBK) van kracht. Dan bestaan er geen particuliere plaatsen, bedrijfsplaatsen of subsidieplaatsen meer. In plaats daarvan sluiten de ouders een contract met het kinderdagverblijf en betalen zelf de rekening. Zij kunnen vervolgens een deel van de kosten terugkrijgen van de overheid en van hun werkgever.

Het lijkt mee te vallen met de opzeggingen. Kinderopvangorganisatie Catalpa, die de opvang verzorgt van 10.000 kinderen (crèches en buitenschoolse opvang) heeft 98 procent van de contracten terug, evenals SKON (80 vestigingen). Kinderopvangkoepel Humanitas (143 vestigingen, 11.000 kinderen) heeft ,,meer dan negentig procent'' terug, zegt algemeen directeur Theo Offermans.

Ze hebben er wel hun best voor moeten doen. Humanitas organiseerde bijvoorbeeld verscheidene informatieavonden om ouders te helpen de vele formulieren in te vullen die de nieuwe wet met zich meebrengt. Alle ouders die in december nog niet hadden gereageerd op de oproep het contract terug te sturen, werden persoonlijk gebeld. Offermans: ,,We hebben heel hard gewerkt om iedereen binnen te houden.''

En dat lijkt grotendeels gelukt. De directeuren van de kinderopvangkoepels zijn opgelucht. Zij hadden vooral opzeggingen verwacht in de groep ouders met hogere inkomens. Die gaan, volgens berekeningen van het ministerie van Sociale Zaken, meer betalen voor de kinderopvang. De groep middeninkomens blijft ongeveer evenveel betalen en de ouders met weinig inkomen zijn volgend jaar juist minder kwijt aan opvangkosten.

Wel nemen veel tweeverdieners met hogere inkomens soms minder opvang af. ,,Ze gaan bijvoorbeeld van acht naar zes dagdelen'', zegt directeur Tim Peters van Catalpa, ,,en vragen een dagje oma of een buurvrouw.'' Zijn collega-directeuren van Humanitas en Skon zien dezelfde trend.

Dus de negatieve effecten van de nieuwe wet vallen erg mee? Nee, zegt Offermans. Hij is naast directeur van Humanitas ook voorzitter van het branchebestuur kinderopvang van de MOgroep, die 80 procent van de ondernemers in de kinderopvang vertegenwoordigt. Uit een quickscan van de MOgroep deze maand blijkt dat vooral specifieke `doelgroepen' (tienermoeders, bijstandsouders, studenten en ouders met een zogenoemde sociaal-medische indicatie) hun contract nog niet hebben teruggestuurd of de opvangplaats hebben opgezegd. Deze doelgroepen kunnen geen werkgeversbijdrage claimen omdat ze geen werkgever hebben.

Volgens de nieuwe wet moeten de gemeenten de werkgeversbijdrage voor de doelgroep-ouders compenseren. En daar zit het probleem. Doordat een aantal gemeenten, waaronder grote steden als Amsterdam en Rotterdam, die procedure nog niet op orde heeft, weten de betreffende ouders niet of ze voor een vergoeding in aanmerking komen.

,,Ik hoop'', zegt Offermans, ,,dat gemeenten als de sodemieter werk maken van deze kwetsbare groep. Juist déze ouders kunnen de opvangkosten niet drie of vier maanden voorschieten uit eigen portemonnee.''

,,Het gaat niet om een grote groep, maar wel om een trieste groep'', zegt Mark Aalders, hoofd afdeling kindplaatsen van de Stichting Kinderopvang Stad Groningen. ,,Ze vallen net buiten het formulier.''

Aalders ziet ze langskomen. Zoals de moeder die een inburgeringscursus volgt, terwijl haar man in het buitenland verblijft, maar wel op hetzelfde adres staat ingeschreven. Of de moeder die een inburgeringscursus volgt, terwijl haar man niet voor de kinderen wíl zorgen, omdat hij dat de taak van de moeder vindt. Of de tienermoeder die naar school gaat, maar haar kind niet aan de werkloze vader toevertrouwt omdat hij psychische problemen heeft.

Aalders: ,,Het beleid verschilt per gemeente. In Groningen wordt de wet strikt toegepast, er zijn ook gemeenten die soepeler zijn.''

Ook Alien Alberts van Berend Botje in Hoorn loopt tegen bijzondere gevallen aan. Berend Botje heeft vier vestigingen en een gastouderbureau en bedient ouders uit zestien verschillende gemeenten.

Alberts noemt bijvoorbeeld ouders met een sociaal-medische indicatie als probleemgroep. Het gaat daarbij onder meer om kinderen uit probleemgezinnen waar de ouders slecht voor kunnen zorgen en die beter af zijn op een kinderdagverblijf dan thuis. Maar ouders die (tijdelijk) wegens een medisch probleem hun kinderen niet kunnen opvoeden, kregen tot nu toe ook zo'n sociaal-medische indicatie.

Lang niet alle gemeenten zijn erover uit wat in 2005 precies als medische indicatie geldt en wat niet. En iedereen doet het anders. Alberts: ,,Zo stelde de gemeente Opmeer dat het gezin waarvan de moeder voor een half jaar is opgenomen in een ziekenhuis en waarvan de vader werkt, eerst terug moet naar het bijstandsniveau, voordat ze aanmerking komen voor een toelage.'' Volgens medewerkster Alberts van opvangorganisatie Berend Botje gaat het slechts om zo'n vijf procent van de ouders ,,maar ze kosten ons heel veel energie.''