`Goede bands ontdek je niet in een vergadering'

Geoff Travis, de directeur van het Engelse Rough Trade-label, is de muzikantenvriend onder de platenbazen. ,,Ik doe het uit liefde voor de muziek.''

Het was een bewogen muziekjaar voor Geoff Travis, de directeur van het Engelse Rough Trade-label. Veel van die turbulentie was te danken aan The Libertines, de groep die het jaar begon met een tournee waarbij zanger/gitarist Pete Doherty vaker niet dan wel kwam opdagen, wegens zijn verslaving aan harddrugs en losse muzikale contacten. Het tweede album The Libertines behaalde desondanks de top van de Britse album charts en werd een bestseller voor Rough Trade. Doherty bezorgde het label andere successen: twee singles van zijn nieuwe groep Babyshambles en de samenwerking met Wolfman op de hitsingle For lovers. Carl Barât, de andere zanger/gitarist van The Libertines, hield intussen het schip drijvende met een invaller voor Pete, totdat vorige week bekend werd dat The Libertines definitief uit elkaar zijn. Zodat het jaar al even turbulent eindigde.

Geoff Travis staat al lang bekend als muzikantenvriend onder de platenbazen. The Strokes uit New York noemen zijn naam in praktisch elk interview, omdat Travis in 2001 als eerste het risico nam om de ongepolijste rock & roll van hun debuut-EP The Modern Age uit te brengen, na er vijftien seconden van door de telefoon gehoord te hebben. Na zijn studie aan de universiteit van Cambridge begon Travis in 1976 de Rough Trade-platenwinkel in Londen, juist op tijd voor een sleutelrol in de opkomende handel in onafhankelijke plaatproducties van punk- en reggaegroepen. In 1978 stichtte hij het platenlabel dat muziek van Stiff Little Fingers, The Monochrome Set en Cabaret Voltaire uitbracht en dat na 1983 groot werd met The Smiths.

Een van zijn wapenfeiten was de oprichting van het distributienetwerk The Cartel, dat onafhankelijke producties in het pre-internettijdperk wereldwijd verkrijgbaar maakte. Travis begaf zich op het terrein van artiestenmanagement voor onder meer Pulp, Beth Orton en the Cranberries, en verbond zich enkele jaren aan de gevestigde platenindustrie toen hij voor Warner het Blanco Y Negro-label bestierde. Sinds Travis op het oude nest terugkeerde, werd Rough Trade weer een bloeiend platenlabel met interessante artiesten als British Sea Power, Adam Green, The Delays, The Detroit Cobras en diverse Libertines-afsplitsingen.

Geoff Travis, onlangs in Amsterdam om `zijn' artiesten aan het werk te zien op een Rough Trade-avond in Paradiso, herinnert zich zijn drijfveren om zelf een platenmaatschappij te beginnen. ,,In eerste instantie was het de puur politieke, door Marx ingegeven behoefte om de distributie zelf in handen te nemen. Als muziekliefhebber was ik teleurgesteld toen de Sex Pistols en The Clash bij grote maatschappijen tekenden, vooral toen ze ook nog eens liedjes gingen schrijven over hun problemen. Complete control van The Clash ging over de artistieke vrijheid die hen beloofd was, en hoe daar niets van terechtkwam. Zo hoorde de punkrevolutie er niet uit te zien, vond ik. In het begin tekende ik niet eens formele contracten met mijn artiesten. Alles gebeurde op basis van wederzijds vertrouwen.''

Het succes van The Smiths gaf Rough Trade armslag, maar Travis hield zich verre van de glamour die anderen in het platenvak zochten. ,,Platen verkopen is hard werken, of je nu in een winkel staat of een label runt. Ik heb me altijd verre gehouden van de vergadercultuur die bij andere maatschappijen heerst. Goede bands ontdek je niet aan de vergadertafel, maar in het live-circuit of door het eindeloos afluisteren van demotapes. Rough Trade maakte een moeilijke tijd door toen er te veel geld werd uitgegeven aan overhead, met name een peperduur prototype van een computer die nooit fatsoenlijk heeft gewerkt. De distributietak ging failliet omdat er te veel krediet werd gegeven en er niet werd betaald voor geleverde platen. Het is bijna het klassieke verhaal van de kleine Amerikaanse platenmaatschappijen uit de jaren vijftig, die aan hun eigen succes tenondergingen.''

In de opmars van muziekdistributie via internet en illegaal downloaden van mp3's ziet Travis geen groot probleem. ,,Onze artiesten zijn gebaat bij alle aandacht die ze kunnen krijgen. Internet fungeert in feite als een soort radiostation, waar je via gespecialiseerde sites naar alternatieve muziek kunt zoeken en luisteren. Voor een artiest als Adam Green is er bijna geen andere manier om gehoord te worden, zeker nu John Peel er niet meer is. Bovendien heeft onderzoek uitgewezen dat downloaden van mp3's door de bank genomen juist goed is voor de verkoop van onze cd's. Muziekliefhebbers krijgen zo de kans om te wennen aan de muziek die ze toch wel kopen, als ze het goed genoeg vinden. Wat dat betreft zit ik in een gunstiger positie dan de platenbaas van Britney

Spears, die afhankelijk is van een tienerpubliek dat in de waan van het moment impulsaankopen doet. Als ik in een paar woorden moet zeggen waar Rough Trade in handelt, dan is het liefde voor muziek.''