Geslaagd door soberheid

Wie in de Europese Unie zat halverwege dit jaar te wachten op nieuwe initiatieven en grootse strategieën? In ieder geval niet de inkomend voorzitter van de EU: Nederland. Dat was goed bekeken van premier Balkenende en zijn belangrijkste adviseur in dezen, minister Bot van Buitenlandse Zaken. Beide CDA'ers hadden zich kennelijk voorgenomen vanaf 1 juli een half jaar lang – de termijn van het roulerend voorzitterschap – aan `continuïteit' in de Unie te werken. Groots en meeslepend is het inderdaad niet geworden, gelukkig. Wel effectief. Wie louter naar de resultaten kijkt, kan aan het einde van deze periode vaststellen dat Nederland zijn werk naar behoren heeft gedaan. De voorzitter heeft de boel bij elkaar gehouden en, misschien nog belangrijker, heeft laten zien dat hij op het juiste moment met succes kon improviseren. Er zijn voorzitters geweest wie het slechter is vergaan.

De uitbreiding met tien nieuwe landen per 1 mei en het gedoe met het grondwettelijk verdrag noopten Nederland tot voorzichtigheid. Maar juist daaraan heeft de Unie, toch al bolstaand van ambities en visies, grote behoefte. Wil de EU overleven dan is soberheid geboden: bescheiden aspiraties en terughoudendheid met het gevreesde woord `beleid'. Alleen dan bestaat de kans dat de burger Europa accepteert. Niet te veel Brusselse bemoeizucht maakt het de lidstaten bovendien gemakkelijker in echt belangrijke kwesties met één stem te spreken. De Nederlandse opstelling getuigde kortom van realiteitszin – niet slecht voor een voormalig `gidsland'.

Waarmee niet is gezegd dat de afgelopen zes maanden probleemloos zijn verlopen. Door ziekte was de premier lang afwezig. De vakministers met hun portefeuilles van landbouw, transport, milieu, justitie et cetera kunnen in de EU veel opvangen, maar als het werkelijk belangrijk wordt moet de chef zijn gezicht laten zien. Net op tijd meldde Balkenende zich weer beter. Om vervolgens te constateren dat hij en Bot en de staatssecretaris van Europese Zaken, de VVD'er Nicolaï, de stemming in het Europees Parlement over de benoeming van een omstreden Europees Commissaris verkeerd hadden ingeschat. Het parlement greep terecht zijn kans om meer invloed te krijgen in de weinig democratische wijze waarop eurocommissarissen worden aangesteld. De gebeurtenissen gingen met de voorzitter op de loop. Een ramp was dat niet, maar de Nederlandse passiviteit werd wel opgemerkt.

Tijdens de crisis met de stembusfraude in Oekraïne was Nederland wel trefzeker. De druk van de Russische president Poetin, destijds zelf aanwezig in Den Haag, werd weerstaan. De EU drong in scherpe woorden aan op eerlijke verkiezingen en stuurde verkenners op pad om te bemiddelen. Het vervolg is bekend. Op tweede kerstdag ging het land opnieuw ter stembus. De zwaarste beproeving kwam het laatst: de mogelijke toetreding van Turkije tot de Unie. Handig en deskundig opereren van de voorzitter gaven de doorslag. De gesprekken met Ankara kunnen beginnen. Uit onderhandelingstechnisch oogpunt was dat een opsteker. Maar het was een merkwaardig gezicht om twee christen-democratische politici, wier partij bedenkingen heeft tegen de Turkse toetreding, hier zo enthousiast over te zien doen. Het electoraat in Europa is ook nog lang niet over de streep. In die zin liepen de regeringsleiders, aangevuurd door hun preses, weer flink voor de troepen uit. Dat kan hun nog wel eens bezuren, maar nú doet het niets af aan dit geslaagde voorzitterschap.