En dan nu: het echte dollarrecord

Ook een beetje moe aan het worden van al die dollarrecords? Dinsdag was het weer zo ver met een `diepterecord' van 1,3640 dollar per euro. Daar valt het nodige op af te dingen. Het record wordt bijgehouden sinds er een officiële koers is, en dat is uiteraard pas sinds 1999.

Allereerst zullen Nederlanders zich herinneren dat halverwege 1995 de dollar nog veel zwakker was dan nu. In oude guldens noteerde de munt eind juli van dat jaar rond 1,52 gulden. De koers van nu is, omgerekend tot 1,61 gulden ook laag, maar komt pas net een beetje in de buurt. Pas als er meer dan 1,45 dollars in een euro gaan, is gevoelsmatig de laagste dollarkoers sinds mensenheugenis bereikt.

Helaas ligt het nog ingewikkelder. De euro van vóór 1999 bestaat uiteraard uit meer munten dan de gulden alleen, en is alleen kunstmatig te berekenen. Dat wordt ook gedaan, want allerlei koers- en economische gegevens moeten in historische databanken consistent worden teruggerekend. Hier wreekt zich een verschil in methodiek. Verschillende synthetische series, van Reuters tot de Bank of England, komen op dollardieptepunten in 1995 die variëren van 1,34 dollar per euro tot 1,39 dollar per euro.

Alsof dat al niet verwarrend genoeg is, klopt ook het gevoel van de gemiddelde Nederlander niet. 1995 had voor ons dan wel de goedkoopste dollar ooit, maar de euro is samengesteld uit veel meer munten dan de gulden. En die valuta's hebben ieder een heel andere geschiedenis met de dollar. De Italiaanse lire is bijvoorbeeld al zo vaak gedevalueerd en gedepricieerd dat een echt historisch dieptepunt van de dollar voor Italianen nog eens een halvering van de dollarkoers zou betekenen. Voor de Fransen, die door de decennia heen een forse erosie van de franc moesten slikken, moet er nog een kwart van de dollarkoers af voor de dollarzwakte van halverwege de jaren zeventig wordt geëvenaard, en nóg eens een kwart om de dollarkoers van eind jaren vijftig terug te zien. Voor de altijd sterke Duitse mark ligt dat andersom: Duitsers hebben, nog meer dan Nederlanders, het idee dat de dollar nu al vrijwel op zijn zwakst is.

De euro is samengesteld uit al deze munten. Gaat de synthetische euro van Bank of England formeel het verst terug (tot 1978), via een foefje kan een synthetische euro worden gemaakt die teruggaat tot 1957. En dan openbaart zich pas het échte diepterecord voor de dollar tegenover de euro. Dat stamt van eind september 1973, toen er 1,82 dollars in een (synthetische) euro gingen. Om een gemiddeld voor alle eurogebruikers gevoelsmatig diepterecord te bereiken moet er dus nog ruim 33 procent van de huidige dollarkoers af. Nu maar heel hard hopen dat dat niet gebeurt.