Het nieuws van 30 december 2004

Tirades helpen niet terrorisme te bestrijden 2

Treffend bij het opgewonden debat dat politiek en intellectueel Nederland sedert de moord op van Gogh bezighoudt is, dat velen direct hun kans grijpen om voor eigen ideologisch gelijk te scoren. Minister Donner wil als christen prompt de kwestie van godslastering aan de orde stellen, Wilders, met in zijn flank de hypernerveus concurrerende VVD, roept om hard beleid en het is mos om de `linkse Kerk' met haar sleetse correctheid en multiculturele illusies van desastreuze wereldvreemdheid te betichten. We hebben, zij het wat laat, ineens `onze naïviteit' ontdekt en zien ze prompt overal, zoals we gisteren nog overal `discriminatie' ontwaarden.

Zo kraakt Paul Cliteur (24 december) de zo funeste `eigen-schuld-theorie'. Jihad en terroristisch fundamentalisme willen de vernietiging van onze liberale rechtstaat. Onze houding is daarop zonder enige invloed en daarmee basta. Bewijs: ook burgemeester Cohen en Aboutaleb, die de islam nooit onheus bejegenden, staan op een moordlijstje. Het gaat dus om een volstrekt autonome bedreiging. Hannibal staat voor de poorten en Rome-Nederland dient onmiddellijk in staat van verdediging te worden gebracht! In zoverre ietwat verrassend van iemand die zijn Buitenhof-column beëindigde omdat kritiek (volgens de AIVD?) gekwetste moslims rijp zou kunnen maken voor de jihad. Toen was onze houding blijkbaar niet zonder enig belang. En hier ligt precies de kern: het fundamentalistische terrorisme heeft alle bruggen afgebroken. Wilders, Hirsi Ali, Cohen, het hele Westenalle ongelovigen zijn één pot duivels nat! Maar er zijn nog de 80-90 procent gematigde en vreedzame moslims die door een paniekerige wij-zij-politiek kansloos geïsoleerd worden. Als we het terrorisme met succes willen bestrijden, kunnen we beter niet tegelijkertijd het potentiële reservoir onder jongeren (zie Mohammed B.) vergroten en dat heeft precies alles te maken met ons vermogen om niet onzerzijds kleurenblind te reageren. Een ideologische Hollandse waterlinie biedt een even dubieuze bescherming als destijds de militaire.

Tirades helpen niet terrorisme te bestrijden 1

Paul Cliteur bekritiseert die niet-moslims, die met betrekking tot moslimterrorisme de hand in eigen boezem steken (NRC Handelsblad, 24 december). Ze negeren immers bepaalde aanwijzingen dat moslimterroristen uit zouden zijn op een opheffing van de scheiding van kerk en staat. De eerste aanwijzing zou zijn de bedreiging van burgemeester Cohen van Amsterdam.

Dit lijkt mij een zaak van verwerpelijk antisemitisme, niets meer en niets minder. Met het fundamenteel afwijzen van de scheiding van kerk en staat heeft dat echter niet meer te maken dan bedreigingen van wie dan ook. Ook de constatering dat Ayaan Hirsi Ali wordt bedreigd en daarom bescherming behoeft, verschaft weinig inzicht in de principiële motieven van haar bedreigers. De speculatie over gewelddadige reacties van moslimterroristen op de onbevredigende strafvervolging van godslasteraars, is geen onderbouwing van Cliteurs stelling, maar een fantasie waar zijn stelling aanleiding toe zou kunnen zijn. Het enige argument dat overeind blijft staan, is de opmerking over de scheiding van kerk en staat in een op internet gepubliceerde bedreiging aan het adres van Aboutaleb.

Dit lijkt mij een magere grond voor een verstrekkende analyse van `de' beweegredenen van `de' moslimterroristen. Nederland lijkt inderdaad een probleem te hebben met mensen die geweld beschouwen als een geldig instrument om hun wensen te verwezenlijken, en hun religie gebruiken als rechtvaardiging van deze opvatting. Wat dat betreft denk ik dat Cliteur gelijk heeft. Het is echter geen nieuws en behoeft geen betoog op de opiniepagina van NRC Handelsblad. Cliteurs verhaal is gewoon een zoveelste tirade in een lange reeks tirades die het terrorisme niet helpen bestrijden. De shortcut to reality die hij voorstaat, leidt niet langs een incoherente aanval op vermeende pacifisten.