Van bulktextiel naar middensegment

Turkije exporteert voor miljarden aan kleding naar Europa. Maar op 1 januari vervallen importbeperkingen en dreigt zware concurrentie uit China.

Of hij over China praat? ,,Natuurlijk'', zegt Ismet Seker, die in Istanbul bij textielfabriek Meteks werkt. ,,Tijdens het werk moeten we stil zijn, maar in de pauze is het gespreksonderwerp nummer een.'' Turkije was lange tijd een textieltijger, maar als per 1 januari de importbeperkingen op Chinees textiel worden opgeheven, kan het allemaal wel eens anders worden, weet Seker. Turkije moet dan zelf het hoofd bieden aan een nieuwe tijger uit het Verre Oosten.

Het naaiatelier van zijn zuster, waar hij in de avonduren werkte, lijkt al in de gevarenzone te verkeren. Het maakte spullen voor een Turks bedrijf dat die dan weer doorstuurde naar Noorwegen. ,,Maar de orders worden alsmaar minder'', zegt Seker. ,,Mijn zus krijgt de kosten er eigenlijk al niet meer uit.'' De zus, die zo lijdt onder de situatie dat ze er niet over wil praten, heeft haar personeel voorlopig onbetaald naar huis gestuurd. Voor haar broer is het de vraag of het atelier ooit weer open gaat.

In 2003 exporteerde Turkije voor 9,8 miljard euro aan textiel, ongeveer eenderde van de totale Turkse export. Daarvan gaat zo'n tweederde naar de Europese Unie, waar Turkije sinds 1996 een douane-unie mee heeft, zodat de Turkse kledingproducenten geen last hebben van de importbeperkingen die tot nu toe een groot deel van het textiel uit China tegenhielden. Maar als die 1 januari verdwenen zijn, zou een vuistslag vanuit China de hele Turkse economie kunnen treffen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Turkse textielindustrie eerder dit jaar een voortrekkersrol vervulde bij het tot stand komen van de zogeheten Verklaring van Istanbul, waarin belangrijke textielproducerende landen de WTO opriepen om de quota op textiel tot eind 2007 te behouden. Dat zou moeten om onaanvaardbaar arbeidsverlies en productieverlies door Chinese concurrentie te voorkomen. Verder beperkt Turkije zelf de import van textiel uit China om de eigen binnenlandse markt te beschermen.

China is nu goedkoop, maar ooit was Turkije dat. Seker, die veertig jaar is en al twintig jaar in de branche werkt, zag vroeger hoe de lage arbeidslonen de textielindustrie als een magneet naar Turkije trokken. ,,In onze fabriek gaat het zo'', vertelt hij. ,,We maken de spullen en dan krijgen we de labels die we erin moeten naaien.'' Versace, Polo en ga maar door, Seker heeft alle wereldmerken aan zich voorbij zien komen.

Maar wat zullen die wereldmerken doen als China opeens zoveel goedkoper blijkt te zijn? Directeur Rifat Hekimoglu van Vela in de stad Konya heeft goede hoop dat Turkije de concurrentieslag zal overleven. In Turkije is zijn bedrijf vooral bekend omdat het – nota bene in de gelovige stad Konya – onder meer ondeugende stringslips maakt. Zijn bedrijf maakt jaarlijks in totaal 1,5 miljoen stuks ondergoed en 6 miljoen sokken, waarvan er hele contingenten in Europese winkels opduiken. Onder zijn klanten, zo meldt hij trots, bevindt zich onder andere het Amerikaanse Reebok.

Qua lonen, zo geeft hij toe, valt er eigenlijk al niet meer met China te concurreren. ,,Als je ze daar een beetje eten geeft, werken ze dertien uur voor je'', zegt hij. Zelf betaalt hij naar Europese standaarden gemeten ook geen hoge lonen: vanaf 300 dollar per maand. Maar die lonen maken wel, zo meldt hij, zo'n 50 procent uit van de productiekosten. Elke cent die arbeiders in China minder kosten, weegt daarom zwaar door in de prijs van het uiteindelijke product. En dus wil Hekimoglu niet concurreren via de prijzen, maar via kwaliteit. ,,Kijk'', zo wijst hij trots naar een bevochtigingsapparaat dat in een hal met ultramoderne machines hangt. ,,Onze Italiaanse klanten willen graag textiel dat gemaakt is met een bepaalde vochtigheidsgraad. Daarom hangt die machine daar.''

Dat die Italiaanse klanten dankbaar zijn, onderstreept ,,mevrouw Mansveti'', zoals zij zichzelf voorstelt. Mansveti, even over uit Italië, doet graag zaken met Vela, omdat ze haar wensen zo goed begrijpen en open staan voor suggesties. ,,Ik ben ook in China geweest'', vertelt ze. ,,Daar praat je in een bureau en mag je niet door de fabriek rondlopen. Hier kan ik overal kijken waar ik wil.''

Belangrijker nog is de communicatiekloof die ze met de Chinezen had. ,,Ze begrijpen je simpelweg niet. Je geeft stalen van hoe je het wilt, maar uiteindelijk krijg je dan een product dat er heel anders uitziet.'' Zo negatief waren haar ervaringen in China, dat ze er geen zaken meer wil doen. Voor echt luxe textiel moet je in Italië en Japan zijn, vindt ze, maar in het `middensegment' doet Turkije het goed.

Ismet Seker in Istanbul is het daarmee eens. Niemand in Turkije weet hoeveel bedrijven het loodje zullen leggen, maar van één ding is hij zeker: het komt aan op kwaliteit en daarom zal `zijn' moderne fabriek Meteks overleven. Of is de dreiging toch groter dan Seker denkt? ,,In Turkije is een groot bedrijf dat Mavi Jeans heet'', vertelt hij. ,,Dat laat zijn overhemden volgens mij in India maken.'' En in de loop der jaren heeft hij toch ook wel gezien dat textielfabrikanten het `dure' Istanbul verruilen voor Anatolië, waar de arbeidskosten lager liggen.

Zo overweegt een Brits bedrijf voor trouwpakken, aldus Seker, een fabriek te openen in Giresun, een kleine stad in het Zwarte-Zeegebied. Ook directeur Hekimoglu blijkt na enig doorvragen toch iets minder zeker te zijn van zijn zaak. Want zullen de Chinezen zich niet uiteindelijk ook op dat middensegment in de textielsector gaan richten? ,,Ach, over twintig jaar misschien'', zegt hij. Even zucht hij. ,,Maar dan is mijn tijd voorbij.''

Dit is het derde en laatste deel in een serie over textiel. Eerdere afleveringen verschenen op 16 en 21 december en zijn te lezen via www.nrc.nl.