Uitgesproken, gevoelig, verstandig

,,Ik was serieus, ik verkeerde graag in extase. Ik begreep cynisme niet, ik wilde dat meer dan een paar mensen het beter zouden hebben. Ik was bereid mijn privileges op te geven. Ik voelde geen nostalgie voor het verleden. Ik geloofde in de toekomst. Ik zong mijn lied tot mijn keel werd afgesneden.''

De gisteren in New York aan leukemie overleden schrijfster Susan Sontag legde deze woorden op de laatste bladzijden van The Volcano Lover in de mond van Eleonora Fonseca de Pimentel. Zij klinken te autobiografisch om niet als zodanig te worden begrepen.

Susan Sontag bereikte met deze romance de bredere erkenning die haar terugbracht bij haar ware roeping als romanschrijfster, zoals zij in een vraaggesprek met Pieter Steinz in deze krant vertelde. The Volcano Lover (1992) bezorgde haar grote oplages; pas de laatste van haar vier romans, In America (2000) de National Book Award.

Sontag was niettemin het meest bekend als een `public intellectual', een critica die haar land Amerika tot haar dood op 71-jarige leeftijd uit haar schuttersputje op Manhattan bleef volgen. In mei schreef zij in The New York Times Magazine nog een essay over het Abu Ghraib-schandaal in de Amerikaanse gevangenis in Bagdad. Het heette `Regarding the Torture of Others', een bitter verwijzing naar haar laatste essayboek, over oorlogsfotografie, Regarding the pain of Others (2003). Eerder schreef zij ook al over de historische en consumentistische rol van beeld-op-papier in On Photography.

Zij werd in New York geboren als Susan Rosenblatt. Haar vader stierf toen zij vijf was. Haar alcoholische moeder verhuisde naar Tucson, Arizona, vanwege het droge, warme klimaat – Susans zusje was allergisch. De moeder hertrouwde later met legerkapitein Nathan Sontag.

Susan Sontag kon lezen toen zij drie was. Zij las alle bibliotheken van Hollywood leeg, waar zij naar school ging, en studeerde op haar zestiende kort in Berkeley, Californië, en aansluitend in Chicago. Daar en aan Harvard en in Oxford, waar zij doorstudeerde, deed zij inspiratie op bij vooraanstaande intellectuelen. Toen zij zich als 26-jarige in New York vestigde, was zij er zelf een. Zij ging werken bij Partisan Review en vond later onderdak bij The New York Review of Books en de uitgeverij Farrar, Straus and Giroux.

Als 17-jarige studente luisterde Susan Sontag in Chicago naar een lezing door de 28-jarige sociaal-psycholoog en historicus Philip Rieff. Tien dagen later waren zij getrouwd. Zij kregen een zoon, David. Na een intellectuele ontdekkingsreis in Engeland en Frankrijk, keerde Sontag terug in New York en verklaarde haar huwelijk na acht jaar voorbij.

Sontag werd, bijvoorbeeld door de Mexicaanse schrijver Carlos Fuentes, bewonderd om haar gave in een gebroken wereld populaire en diepe cultuur als deel van één geheel te zien. Enig onderscheid tussen gevoel en verstand wees zij van de hand als manipulatief. Haar eerste essay ging over populaire homo-cultuur in Amerika. Later schreef zij over zulke uiteenlopende onderwerpen als pornografie, het Zwanenmeer-ballet, het verband tussen sadomasochisme en fascisme, en de schuld die zieken in de moderne samenleving krijgen voor hun ziekte – zij wist waar zij het over had na gewonnen gevechten tegen borstkanker en baarmoederkanker (Illness as Metaphor).

De schrijfster reisde in 1968 naar Hanoi om haar kritiek op de Vietnam-oorlog kracht bij te zetten. Zij regisseerde tijdens het Balkan-conflict in de jaren negentig Becketts Wachten op Godot in Sarajevo, bij kaarslicht wegens gebrek aan elektriciteit.

Kort na de aanslagen van 11 september 2001 schreef Susan Sontag in het weekblad The New Yorker dat de terroristen een dosis moed niet kon worden ontzegd. De hel was te klein in de Verenigde Staten. Voor velen had zij vrijwel het recht verloren zich Amerikaanse te noemen. Zelfs haar zoon, jarenlang haar redacteur bij Farrar, Straus and Giroux, keerde zich in een essay tegen Sontag. In gesprek met deze krant hield zij haar stelling staande, later zwakte zij die toch wat af.

Susan Sontag werd ook bekritiseerd om haar gave met veel aplomb en publiciteit stellingen te verkondigen die niet zo bijzonder of niet zo bijzonder sterk opgeschreven waren. Sontag kon in het openbare debat ook uitermate scherp uit de hoek komen, of ronduit bot zijn. Abram de Swaan ondervond dat toen hij na het uitkomen van The Volcano Lover optrad als gespreksleider van een Nederlandse Sontag-avond, georganiseerd door het John Adams Instituut. De gast maaide haar gastheer meedogenloos neer, en beschuldigde de universiteitshoogleraar in Amsterdam ervan niet genoeg te hebben gelezen.

Misschien legde zij haar hyperpolemisch gedrag ook uit in die slotbladzijden van The Volcano Lover: ,,Ik wist wat macht was, ik begreep hoe de wereld werd geregeerd, al kon ik me er niet bij neerleggen. Ik wilde een voorbeeld geven. Ik wilde mezelf niet teleurstellen. Maar ik was ook bang en boos, en voelde me te machteloos om dat toe te geven.''