Strijd tegen spam

Toezichthouder Opta, de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit, heeft de eerste boetes uitgedeeld wegens spam. Dat is ongevraagd toegezonden reclame via e-mail of mobieltje. Het gaat om drie boetes. Een druppel op een gloeiende plaat, zei Opta-voorzitter Arnbak er op de televisie eerlijk bij. De Europese Commissie in Brussel heeft geschat dat 50 procent van alle e-mails in de wereld spam is. Het is een ware plaag, al zijn waarschuwingen dat de hele internetinfrastructuur het risico loopt te worden platgelegd door spam tot op heden niet bewaarheid. Een individuele internetprovider kan er overigens wel degelijk onderdoor gaan. Een nieuw gevaar dreigt inmiddels alweer: de combinatie van spam en computervirussen om het te verbreiden.

De boetes van Opta zijn een opsteker voor het klachtenmeldpunt spam.nl, een nuttig burgerinitiatief. Dat neemt niet weg dat slechts 1 tot 2 procent van de spam uit Nederland afkomstig is. En alleen daar kan de Opta iets tegen doen. Toch is in de Tweede Kamer gezegd dat Nederland wel de grootste Europese bron van spam is. Opta zou dan ook wel eens meer werk aan de winkel hebben dan werd vermoed toen de antispamwet in mei werd ingevoerd. De toezichthouder kijkt zelf ook verder dan zijn boetebevoegdheid en heeft al de suggestie gedaan om e-mail te voorzien van een `digitale postzegel' om spam te ontmoedigen. Het hoeft maar een luttel bedragje te zijn waarvan de gewone gebruiker geen last heeft, maar dat de verzender van miljoenen stuks lukrake berichten toch aan het denken zet.

Voorshands dient er meer aandacht te komen voor de beveiliging tegen ongewenst elektronisch drukwerk. Tijdens het dezer dagen eindigend voorzitterschap van de Europese Unie heeft Nederland daar een punt van gemaakt. Het wil de evaluatie van de Europese richtlijn tegen spam een jaar naar voren halen. Europa heeft daarin gekozen voor een zogeheten opt-in systeem, dat wil zeggen dat reclameboodschappen in beginsel alleen mogen worden toegezonden aan internetters die daarvoor toestemming hebben gegeven aan de zender. De VS, ook op internet een grootmacht, houden het bij een `opt-out', waarbij het initiatief wordt gelegd bij de geadresseerde. Dat lijkt een onbegonnen zaak voor gewone e-mailgebruikers.

Europa heeft met zijn richtlijn een voortrekkersrol op zich genomen. Meer dan aan boetes moet daarbij worden gedacht aan spamfilters in combinatie met de identificatie (en de authenticiteit) van e-mails. Met name het checken van afzenders geldt als een belangrijke bijdrage aan de strijd tegen ongevraagde elektronische post. Het zijn toch weer Amerikanen die het voortouw nemen. Deze zomer kondigden vier grote internetproviders, waaronder de softwaregigant Microsoft, een akkoord aan over de inzet van technologie tegen spam: Sender ID. Een tweede, technisch sterkere toepassing is al in de maak.

Dit soort initiatieven zal menige internetgebruiker uit het hart gegrepen zijn. Toch heeft het een juridische keerzijde. Hoe beter de providers er in slagen afzenders van spam te weren, des te meer stellen zij – en hun klanten – zich open voor claims van buitenstaanders om – hun onwelgevallige – communicatie te blokkeren. Dat kan de muziekindustrie zijn die ten strijde trekt tegen het uitwisselen van populaire muziek, of een sektarische beweging die naar het internet uitgelekte documenten wil verwijderen. Tot nu toe stellen de providers zich op het standpunt dat zij geen partij zijn in dergelijke kwesties. Dat geldt als een belangrijke praktische waarborg voor de toegankelijkheid van internet.